In knoflookland

We praten in het noordwesten van Europa graag spottend over de knoflooklanden in het zuiden, maar zelf kunnen we er ook wat van. Van het eten van knoflook, bedoel ik.

Passeer een doorsnee Nederlands restaurant en de knoflookdampen slaan je tegemoet. Koop een worstje bij Albert Heijn en voor je het weet sta je in knoflook te bijten. Zelfs een eenvoudig, op een spoorwegstation gekocht broodje kan een knoflookbommetje zijn dat ontploft in het gezicht van nietsvermoedende gesprekspartners.

Als je het zelf ook hebt gegeten, is er niets aan de hand, maar verkeer je in geurloze onschuld dan is de knoflookadem van de ander een dolk die je vlijmend treft.

Zonder het te willen kun je ook zelf de drager van die dolk zijn. Laatst moest ik in een restaurant eten, voorafgaand aan een feestje. Ik vroeg de ober of mijn gerecht zonder knoflook kon worden bereid. Zijn gezicht betrok, dit werd erg ingewikkeld, hij zou het de kok in overweging geven. Bij de eerste hap wist ik het al: de kok had mijn verzoek afgewezen. Geen knoflook? De klanten moeten het niet te gek maken.

Het gevolg was dat ik die avond mijn gesprekken met een gevaarlijk achteroverhellend bovenlichaam moest voeren in een poging de onzuivere gassen naar de zoldering te geleiden.

Zijn er geen betere maatregelen? Iemand raadde mij de kauwtabletten van Aftergarlic aan. Ze bevatten bestanddelen van peterselie en zouden de knoflookgeur neutraliseren. Vergeet het. Smakelijke tabletjes, maar ze helpen net zo weinig als pepermunt. Jammer. Knoflook vind ik namelijk best lekker – hoewel ik blijf vinden dat het te pas en te onpas wordt gebruikt – zolang ik het niet zelf hoef te ruiken.

Je zit argeloos in bioscoop of schouwburg en daar komt, om de paar minuten, zo’n penetrante knoflookvlaag naar je toegewaaid. Daar gaat je concentratie. Wie is de dader? Misschien ben je er zelf wel een, vandaag of morgen.

Gelukkig stuitte ik op een onderzoek uit 2010 van de Universiteit van Ohio. Tests hadden uitgewezen dat een beker, liefst volle, melk, genuttigd tijdens de maaltijd, de beste bestrijding is van de knoflookadem. Het water en vet breken de zwavelcomponenten in knoflook af, die de stank veroorzaken.

Zou het waar zijn? Ik besloot aan mijn eigen Universiteit van de Jordaan in Amsterdam een proef op de som te nemen. Vlakbij de Jordaan, aan de Haarlemmerstraat nummer 71, is de broodjeszaak Hollandaluz gevestigd. Volgens Het Parool maken ze daar het beste broodje van de stad: het zogeheten broodje Sierra Nevada, bestaande uit kipfilet, gemarineerd in knoflook, citroen en peterselie. Het brood, barra gallega, komt uit het Spaanse Galicië, en over de warme kip ligt zelfgemaakte aioli, de Catalaanse knoflooksaus.

Ik nam het mee naar huis en at het op terwijl ik er een beker melk bij dronk. Het broodje stonk naar knoflook als een Catalaan die in geen tien jaar zijn tanden had gepoetst. Maar het was overheerlijk, en wat me ook beviel was het ontbreken van die verflenste slablaadjes die in Nederland ongevraagd tussen het beleg worden geperst.

Toen was het tijd voor de spannende ademtest. Ik stelde me op in een neutraal ruikend vertrek, sperde mijn mond open en stootte mijn adem in het gezicht van mijn vrouw, die zelf geen knoflook had gegeten. Ze keek me aan alsof ze de zuivere berglucht van de échte Sierra Nevada binnenkreeg. Knoflook mag weer, maar mét melk.