Het leger showt een jaar na de opstand van Tahrir wie gewonnen heeft

Een jaar na de revolutie is de geestdrift in Egypte voor meer hervormingen bekoeld. Met hulp van de staatsmedia speelt het leger handig in op deze gevoelens.

„Enzel, enzel!”, kom naar beneden, roepen de betogers die van de wijk Mohandessien naar het Tahrirplein lopen. Het is wat ze bijna een jaar geleden ook riepen, op die historische 25 januari, toen de Egyptische revolutie werd ingezet.

Maar anders dan toen komen de mensen niet naar beneden. Enkelen zwaaien vanaf hun balkon met Egyptische vlaggen; de meeste omwonenden kijken ongeïnteresseerd toe.

Een jaar later moeten de activisten toegeven dat ze de steun van een groot deel van de bevolking zijn kwijtgeraakt. „We moeten terugspoelen naar 25 januari, de mensen eraan herinneren waar het om is begonnen”, zegt Alaa Abd El-Fattah, de bekende blogger die eind vorig jaar wekenlang in de gevangenis zat, al wandelend. „We moeten de meerderheid en het Tahrirplein opnieuw met elkaar verzoenen.”

De mars van vrijdag was het startschot voor de herdenking van de opstand die vorig jaar president Hosni Mubarak ten val bracht. Het leger heeft voor vandaag allerlei activiteiten gepland om de revolutie te vieren. Maar voor activisten als Abd El-Fattah valt er niets te vieren. Zij willen er juist aan herinneren dat de revolutie niet af is zolang dat leger aan de macht blijft.

„Het huidige conflict in Egypte”, zegt professor en activiste Dina Samak, „is tussen de mensen die de revolutie willen afmaken en zij die allereerst stabiliteit willen.”

Om die kloof te dichten hebben de activisten nieuwe tactieken bedacht. Zo is er salasel el-thaura, de revolutionaire ketting. Mensen gaan langs de kant van de weg staan met eenvoudige maar vooral vriendelijke en niet-agressieve leuzen. Zo hopen ze het beeld tegen te gaan dat de staatstelevisie biedt van de Tahrir-activisten als ‘tuig’.

Harder van toon is Askar Kazeboon, of: de generaals liegen. In heel Egypte zijn de afgelopen weken mensen de buurten ingetrokken met projectieschermen waarop beelden worden getoond van wreedheden die door het leger zijn begaan, zoals het beruchte fragment waarin een gesluierd meisje geschopt en uitgekleed wordt door soldaten.

Muhamad Radwan (32) was bij verschillende Kazeboon-acties. Ze zijn geen onverdeeld succes, zegt hij. „Sommige mensen zijn oprecht geshockeerd; ze hadden de beelden nooit eerder gezien. Anderen zeggen dat we het verdiend hebben.”

Ongeveer de helft van de Kazeboon-acties loopt uit op geweld, zegt Radwan. Hij werd zelf afgetroefd in Mohandessien door wat hij omschrijft als „tuig van de straat”.

Maar het zou te makkelijk zijn alles op de rug te schuiven van knokploegen in dienst van het militaire regime. „In de wijk KitKat zijn we door de buurtbewoners zelf weggejaagd toen we bezig waren ons materiaal op te zetten.”

Het probleem, zeggen veel activisten, is niet dat de meerderheid tegen de revolutie is maar dat de militaire junta, via de staatstelevisie, er telkens weer in slaagt de schuld voor het geweld bij de betogers te leggen.

Radwan gelooft niet dat de mensen echt zomaar aannemen wat de staatstelevisie hen voorschotelt. Daarvoor hebben de Egyptenaren teveel ervaring met staatspropaganda, zegt hij. „De mensen zitten in een ontkenningsfase. Ze willen gewoon niet geloven dat het leger tot dergelijke zaken in staat is omdat het hun laatste houvast is.”

Radwan herinnert zich een discussie met een taxichauffeur. „Toen ik hem begon te vertellen over hoe het leger zich heeft gedragen tijdens de rellen in december bedekte hij zijn oren. Het is niet dat hij mij niet geloofde; het is dat hij het niet wilde weten.”

De staatstelevisie was vorig jaar berucht omdat ze doodleuk archiefbeelden uitzond van een leeg Tahrirplein terwijl het in werkelijkheid zwart zag van het volk. Nu is ze de spreekbuis van het leger, zeggen de activisten.

Nabil El Choubachy, producer bij de publieke omroep, ontkent dat niet. „Maar het is in grote mate zelfcensuur”, zegt hij. „De meeste journalisten zijn bang voor hun baan, en dus doen ze wat ze denken dat de machthebbers behaagt.”

Het effect van de staatspropaganda is dat er nu twee parallelle Egyptes bestaan. In het ene Egypte, dat van Facebook en Twitter, is de revolutie gekaapt door een militaire junta die zich vastklampt aan de macht, bloggers gevangen zet en betogers doodschiet.

In het andere Egypte, waar 40 procent van de bevolking analfabeet is, zijn het leger en het volk nog altijd ‘één hand’, en wordt de stabiliteit van het land bedreigd door tuig in dienst van de steeds terugkerende ‘onzichtbare handen’, het eufemisme waarmee het leger steevast waarschuwt voor een vermeend buitenlands complot.

Hoe de twee zich tot elkaar verhouden blijkt uit een Gallup-opiniepeiling van december: 88 procent van de Egyptenaren staat achter het leger en 91 procent zegt dat verder protest funest is voor het land. Abdelfattah Nasser (42) en Mohamed Ahmed (31) vertegenwoordigen de 91 procent. Zij zijn de oprichters van de Coalitie van de Zwijgende Meerderheid die in november en december in de wijk Abbasiya een reeks betogingen organiseerde vóór het leger en tegen het Tahrirplein.

„Veel van onze leden komen vanuit de angst voor wat er kan gebeuren als het leger ook wegvalt. We moeten het leger op dit moment accepteren, anders eindigt het in chaos”, zegt Ahmed.

Abbasiya wil ook geen militaire dictatuur, zegt Nasser. „Niemand wil dat. Maar we leven in Egypte al een halve eeuw onder een militaire dictatuur, zes maanden kunnen er nog wel bij. Het beste bewijs dat het leger wel degelijk van plan is om de macht af te staan zijn de verkiezingen van de afgelopen maanden.”

Het leger heeft 25 januari tot nationale feestdag uitgeroepen. Een van de geplande activiteiten vandaag was een luchtshow. De vliegtuigen zouden bonnen afwerpen die de mensen konden inruilen voor mooie prijzen. Reageerde een activist op Twitter: „Aan jullie de keuze: voorover buigen om de bonnen op te rapen, of het hoofd hooghouden en de revolutie voortzetten.”