Het ergste zou voorbij kunnen zijn in de eurocrisis

De voornaamste reden dat er een schuldencrisis is in de eurozone, is dat beleggers denken dat er een is. Maar de stemming onder deze wispelturige groep zou wel eens aan het omslaan kunnen zijn.

De beste graadmeter voor die stemming is het renteverschil tussen Duitse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar en die van noodlijdende overheden. Voor Ierland, Italië en Spanje is dat verschil nu 27 procent kleiner dan op het hoogtepunt van november 2011. De rente op hun staatsobligaties – met respectievelijk 7,6, 6,2 en 5,5 procent – is nog steeds ongemakkelijk hoog. Maar zowel het rentepeil als de trend duiden erop dat overheden in staat zullen zijn zich met succes tot de kapitaalmarkten te wenden.

Welke verbeteringen hebben zich voorgedaan? Griekenland valt zeker buiten de boot. Het begrotingstekort loopt niet terug, politici kibbelen nog steeds en het gaat slecht met de onderhandelingen over de volgende stap in het ‘zachte’ staatsbankroet van het land – een ‘vrijwillige’ afschrijving van 70 procent van de waarde van de schulden bij particuliere crediteuren (voornamelijk banken). Het nieuws uit Portugal is ook niet echt bemoedigend. Het Ierse tekort daalt nauwelijks, hoewel het land inmiddels weer een overschot op de betalingsbalans heeft.

Maar voor het eerst sinds de zomer van 2011 lijken deze landen weer te klein om er werkelijk toe te doen, en kijken beleggers weer positiever tegen de euro aan. De economie lijkt gezonder – de Market-index van de stemming onder de inkoopmanagers van de eurozone bereikte in januari het hoogste punt in vier maanden. Bovendien heeft de Europese Centrale Bank voor de komende drie jaar een onbeperkte financiering van de banksector toegezegd. Dat doet denken aan de stap van de Amerikaanse centrale bank in maart 2009, toen zij genoeg geld in het systeem pompte om het vertrouwen te herstellen.

Tenslotte maakt de Europese politiek een minder dreigende indruk. De leiders van de eurozone zijn nog steeds niet bepaald inspirerend, maar zij lijken vastbesloten om de tekorten weg te werken, zo snel als de trage economie dat toelaat. En de nieuwe Italiaanse en Spaanse regeringen lijken vast van plan duurzame economische verbeteringen door te voeren.

Het goede nieuws zou snel kunnen vervliegen, en de financiële on-evenwichtigheden die de aanzet gaven tot de vertrouwenscrisis zullen maar langzaam oplossen. Er kan ieder moment een nieuwe crisis uitbreken. Beleggers kunnen weer van gedachten veranderen. Maar voorlopig is er veel voor te zeggen dat het ergste voorbij is.

Edward Hadas

Vertaling Menno Grootveld