De schrikkelseconde blijft

De extra seconde die soms aan de atoomtijd wordt toegevoegd, is lastig voor navigatiesystemen. Maar hij wordt niet afgeschaft.

De schrikkelseconde blijft, voorlopig. Vorige week is tijdens de Radiocommunication Assembly (RA) in Genève geen overeenstemming bereikt over het afschaffen ervan. De schrikkelseconde is de seconde die af en toe aan de internationale atoomtijd wordt toegevoegd om die in de pas te laten lopen met de tijd die gebaseerd is op de aswenteling van de aarde ofwel de stand van de zon. Die aswenteling neemt namelijk heel langzaam af, waardoor de daglengte toeneemt.

De schrikkelseconde is een ‘verlenging’ van de atoomtijd. Die wordt gemeten met behulp van atoomklokken, waarvan de loop wordt bepaald door uiterst constant trillende cesiumatomen. Het inlassen van zo’n extra seconde is echter lastig voor navigatie- en communicatiesystemen. Een voorstel tot afschaffing, in 2008 ingediend door de International Telecommunication Union (ITU), kreeg in Genève echter onvoldoende steun. Vele van de 192 ITU-lidstaten willen meer tijd om de voors en tegens te bestuderen. De kwestie is daarom doorgeschoven naar een volgende bijeenkomst in 2015.

Sinds zijn introductie in 1972 is er 24 maal een schrikkelseconde ingelast, met tussenpozen van zes maanden tot zeven jaar. De laatste keer was op 31 december 2008. Op 30 juni volgt de 25ste, om één seconde voor 24 uur. Het inlassen gebeurt telkens wanneer het verschil tussen de atoomtijd en de astronomische tijd groter dan 0,9 seconde dreigt te worden.