'De mensen kruipen het liefste in hun schulp'

38 Témoins van Lucas Belvaux opent vanavond het filmfestival Rotterdam. Het is zeker niet de enige sterke film van een Waal op het festival. Ook Bouli Lanners maakt zijn reputatie volledig waar.

Achtendertig mensen zijn getuige van een moord, maar allen zeggen tegen de politie dat ze niets gehoord of gezien hebben. Totdat een van hen, een loods, het zwijgen doorbreekt. Hij betaalt daarvoor een hoge prijs: de buurt behandelt hem voortaan als paria, zijn huwelijk gaat naar de knoppen. Dat is het thema van 38 Témoins van Lucas Belvaux (50), de film die vanavond het International Film Festival Rotterdam opent. Het is Belvaux’ elfde film als regisseur, na een respectabele carrière als acteur. Zijn eigen films hebben vaak met de maatschappelijke of politieke implicaties van misdaad te maken.

38 Témoins is gebaseerd op een roman van de schrijver Didier Decoin, C’est ainsi que les femmes meurent. Wat trok u daarin aan?

„De acteur Yvan Attal, met wie ik voor mijn vorige film, Rapt, had samengewerkt en die in 38 Témoins de hoofdrol speelt, maakte me erop attent. Decoin schrijft over een daadwerkelijke moord in 1964 op een jonge vrouw, die wreed werd doodgestoken toen ze ’s avonds thuiskwam van haar werk.

„Wat me in het gegeven aantrok was zowel de rol van de getuige, als de manier waarop al die getuigen door hun zwijgen eigenlijk het idee van rechtvaardigheid ondergraven. Hoe gaat een samenleving ermee om, wanneer de mensen die getuige zijn van een moord en dus tot de oplossing ervan kunnen bijdragen, daarover liever zwijgen? Daar wilde ik graag een scenario over schrijven.”

Wat zegt hun zwijgen over de hedendaagse samenleving?

„Ik weet niet zeker of het een hedendaags probleem is, het lijkt me meer een probleem van de mensheid in het algemeen. De mensen zwijgen ook niet zozeer uit lafheid, denk ik. Ze zijn bang, onverschillig, ze proberen zich tot hun eigen zaakjes te beperken. Ze zijn onmachtig om zich open te stellen voor de buitenwereld.”

Het boek van Decoin speelt zich af in de New Yorkse wijk Queens. Waarom hebt u het gegeven overgeplaatst naar de Franse havenstad Le Havre?

„Le Havre is een buitengewoon fotogenieke stad, die in de oorlog helemaal was platgebombardeerd en na de oorlog is herbouwd onder leiding van de architect en stedenbouwkundige Auguste Perret, in een strenge en rechtlijnige trant die je in een film stilistisch goed kunt gebruiken. Het licht is er ook erg mooi, niet voor niets hebben zoveel schilders de stad aan de monding van de Seine vereeuwigd.

„Bovendien is Le Havre een haven en straalt, zoals elke haven, een bijzondere energie uit. Een haven staat open voor de wereld en in een haven leeft men dag en nacht. In een haven is alles mogelijk.”

U bent Belg van geboorte, uit Namen. Uw filmcarrière speelt zich vrijwel geheel in Frankrijk af, waar u ook al dertig jaar woont. Is uw Belgische identiteit voor u van belang?

„Er zijn vast kleine details die je overhoudt aan je kindertijd en opvoeding die mij als Belg kenmerken. Bij iemand uit, zeg, Marseille is dat niet anders.

„Typisch Belgisch vind ik een bepaalde manier om te laten zien dat je de medemens nodig hebt, en hem opzoekt. België is een koud land, waar het leven zich noodzakelijkerwijze voor een groot deel binnenshuis afspeelt. Maar tegelijkertijd tonen de mensen een duidelijke behoefte elkaar te ontmoeten, zoals je kunt zien in de cafés en op festivals in de zomer. Dat vind ik typerend voor België.”

Heeft België nog een toekomst?

„Daar geloof ik niet meer zo in eigenlijk, nu de Vlaamse politieke partijen zich zo duidelijk willen afscheiden. Wat eens een zaak van extreem-rechtse partijen was, lijkt nu door alle partijen te zijn overgenomen. Net als in Italië of Spanje wil het rijkste deel van het land zich afscheiden van het arme. Ik zou willen dat het anders was.”

38 Témoins opent vanavond hetInternational Film Festival Rotterdam. De film is nog te zien op 30 en 31 januari.