De Maas meandert net zo voort als de eeuwige Mississippi

Les Géants.Regie: Bouli Lanners. Met: Zacharie Chasseriaud, Martin Nissen, Paul Bartel. In: 8 bioscopen. Ook te zien op het IFFR. ****

De Waalse komiek/filmregisseur Bouli Lanners houdt van Amerikaanse films. In zijn roadmovie El Dorado herschiep hij Wallonië tot een westernlandschap van lege vlaktes, lage horizonten en onverwachte mogelijkheden. Les Géants speelt zich af in de Ardennen, die met de Belgische blues van The Bony King Of Nowhere iets krijgt van het diepe Zuiden van Amerika. Met de Maas als Mississippi die eeuwig stroomt en nooit verandert.

Het sprookjesachtige Les Géants, in Cannes met twee prijzen bekroond, gaat over drie kleine biggetjes die zich handhaven in een boze wolvenwereld. Ze doen stoer, maar zijn weerloos; hebben praatjes en plannen die gedoemd zijn te falen. Wel hebben ze elkaar. Als ze halverwege inbreken in een vakantiehuisje en stomdronken hun haar bleken met waterstofperoxide, zijn ze nauwelijks nog uit elkaar te houden.

De broertjes Zak en Seth brengen een broeierige zomer door in het huis van hun overleden opa: hun moeder heeft ze daar met te weinig geld gedumpt. Vriendje Dany wordt mishandeld door zijn broer Angel, een psychotische bullebak. Ze lummelen rond, stelen eten bij de buurman, roken wiet en joyriden in het oude brik van opa. Tot het geld opraakt en ze hun huis verhuren aan Boeuf, een lokale wietteler.

Les Géants, dat zich afspeelt in een broeierige, natte zomer, gaat over dat punt waarop je van kind adolescent wordt. De volwassen wereld dient zich louter aan in de vorm van dreiging en uitbuiting. Al is er ook een goede fee, een rijke dame met een dochtertje met Downsyndroom. Haar huis is een vluchthaven voor de jongens.

Lanners bevestigt met Les Géants zijn status van eersteklas filmmaker. Zijn verhalen spelen zich, als die van de gebroeders Dardenne, af in de onderbuik van de samenleving, maar zonder hun moralisme. Lanners’ laconieke personages zijn vaak op de rand van het cartooneske.

Het lyrisch gefilmde Les Géants is een episodische film: een keten losse, vaak geïmproviseerd ogende scènes die nauwelijks een verhaal lijken te vormen, maar dat toch doen. De helden maken een andere beweging dan in voorganger El Dorado. Daar ondernemen twee mannen een hoopvolle reis om ten slotte teleurgesteld te arriveren op hun beginpunt: te laat, te oud om nog echt te veranderen. In Les Géants zwerven de jochies juist rond in een vicieuze cirkel, als kinderen die in hun achtertuin fantasieavonturen beleven. Maar ditmaal is er wel hoop: wanneer ze zich voor het eerst met succes verweren tegen de volwassenen, lijkt ontsnappen eindelijk mogelijk. Dat maakt Les Géants tot een heel vreemd soort coming-of-agefilm.

Pagina 6: interview Bouli Lanners