De gemeente zonder toekomst

Gemeenten krijgen meer taken en dat dwingt tot samenwerking. Het noodlijdende Millingen put er hoop uit. Misschien kan de gemeente nu fuseren.

In de oude burgemeesterskamer liggen incontinentieslips. Er liggen ook verpakte spuitjes, en dozen met latex handschoenen. Op de zolder, waar gemeenteambtenaren zich ooit bogen over hun paperassen, staat een lege vogelkooi op de vloer. Aan een klerenhanger hangt een sinterklaaspak.

Dit is het gemeentehuis van Millingen aan de Rijn, een Gelders grensdorp van 6.000 inwoners in het achterland van Nijmegen. Uit het gemeentehuis van Millingen zijn de ambtenaren grotendeels verdwenen. De gemeente wil zichzelf zelfs opheffen: een wens die lange tijd maar niet uit leek te komen, maar die nu – onverwacht – alsnog in vervulling belooft te gaan.

Eerst die verdwenen ambtenaren. Die vertrokken al in 2009. Het kleine Millingen was niet meer in staat genoeg ambtenaren aan te trekken om haar zaken te regelen, laat staan góéde. De gemeente besloot daarom de meeste ambtelijke taken en medewerkers onder te brengen bij het grotere Groesbeek. Vanaf juli 2009 gingen ambtenaren in Groesbeek de belastingen innen voor Millingen, bijstandsaanvragen van de inwoners beoordelen, hun herintreding op de arbeidsmarkt verzorgen.

Alle veertien ambtenaren vertrokken uit Millingen, net als de vele tijdelijke krachten die de gemeente noodgedwongen had ingehuurd. Een handjevol mensen bleef achter in het gemeentehuis. De burgemeester, twee wethouders, de gemeentesecretaris, de bode, baliemedewerkers en een paar bestuurssecretaresses.

Burgemeester Marianne Schuurmans (VVD) trad aan in het begin van 2010. „Het was net alsof hierbinnen de bom was gevallen”, vertelt ze in de nieuwe burgemeesterskamer. „Iedereen was weg, maar hun bureaus en stoelen stonden er nog.” De ambtenaren die gebleven waren, zaten verspreid over het grote pand. „De bode zat alleen in een kamer, he-le-maal achterin het gebouw, omringd door verlaten bureaus. Klinkt dat niet vreselijk troosteloos?”

Onveilig vindt de burgemeester het ook, zo’n leeg gemeentehuis. Een paar maanden geleden kwamen zes boze inwoners van Millingen binnenstormen. De zes hadden een buurtconflict. Ze wilden een bestuurder spreken. En wel meteen. Er was alleen niemand in het gemeentehuis. Behalve één baliemedewerker beneden, en één secretaresse boven. „Het liep goed af”, zegt Schuurmans, „maar het was een bedreigende situatie.”

Daarom heeft Schuurmans gezorgd voor „meer reuring” in het gemeentehuis van Millingen. Voor de veiligheid en voor de gezelligheid. De paar overgebleven ambtenaren zitten nu dicht bij elkaar in kamertjes in dezelfde vleugel van het gebouw. Beneden bij de balie werken zo vaak mogelijk twee mensen tegelijk. En als een organisatie vraagt om huurruimte, hapt Schuurmans telkens toe. In korte tijd verwelkomde ze een bloedprikpost, een centrum voor jeugd en gezin, maatschappelijk werk en, op zolder, een amateurtoneelgezelschap dat kennelijk iets uitvoert met een vogelkooi en het pak van sinterklaas. Op de eerste verdieping zit nu thuiszorgorganisatie ZZG, die van de spuiten en incontinentieslips. Schuurmans: „Als ik nu naar mijn kamer loop, kom ik weer volk tegen.”

Het weer vullen van het lege gemeentehuis, bleek nog de makkelijkste taak. In Schuurmans’ eerste jaar bleek dat de gemeente haar begroting voor 2011 niet rond zou krijgen. Millingen heeft geen inkomsten uit aandelen of grondexploitatie, en komt jaarlijks zeven ton tekort. Sinds kort is Millingen zelfs een artikel-12-gemeente: een inspecteur van Binnenlandse Zaken komt elke zes weken naar het gemeentehuis om de geldzaken te controleren. De gemeenteraad mag nauwelijks iets beslissen buiten de inspecteur om.

Het tekort van zeven ton is onvermijdelijk, zegt burgemeester Schuurmans. „We voeren alleen onze wettelijke taak uit, zoals het bijhouden van de burgerlijke stand.”

Er is maar één manier om het gemeentetekort teniet te doen, meent zowel het college als de raad: Millingen moet opgaan in een andere gemeente. Schuurmans: „Millingen wil zich opheffen.”

Die wens – uniek in gemeenteland – bestaat nu een jaar of twee. Maar mogelijke fusiepartners hebben de boot afgehouden. Groesbeek bleef liever op zichzelf, in plaats van een noodlijdende gemeente in te lijven. De gemeente Ubbergen, nog dichterbij Millingen, had een extra reden om te weigeren, vertelt de Millingse wethouder Peter Wassink (PvdA). „In de jaren tachtig waren de rollen omgedraaid. Toen zat Ubbergen op zwart zaad. Het wilde met ons fuseren. Millingen zei keihard nee.” Hoe hard dat nee was, bleek toen Millingse actievoerders op een nacht een kar vloeibare mest leegden op het bordes van het provinciehuis in Arnhem. Straf voor het provinciebestuur, dat voorstander was van de fusie. Wassink: „Het is mogelijk dat Ubbergen daar nu aan terugdenkt.”

Maar, als gezegd, de kansen voor Millingen lijken te keren. De gemeente krijgt extra geld van het Rijk en „ruimt puin”. Nog belangrijker, zegt Schuurmans: gemeentes in Nederland moeten vaker samenwerken, omdat ze er taken bij krijgen. Jeugdzorg bijvoorbeeld, en maatschappelijke ondersteuning. „Dat vergt overleg tussen een groot aantal gemeentes”, zegt de burgemeester. „En hoe groter je bent, hoe beter men naar je luistert.”

En dus heeft zelfs Ubbergen – met 9.000 inwoners ook klein – laten weten open te staan voor opgaan in een grote, nieuwe gemeente, als tegenhanger Nijmegen. Ook de gemeente Mook en Middelaar heeft belangstelling voor een fusie.

Millingen hoopt, om te beginnen, op te gaan in Groesbeek, in 2014. Wethouder Wassink heeft er geen moeite mee. De gemeente mag verdwijnen, „ons trotse dorp zal blijven bestaan”, zegt hij.

Wat zo’n fusie betekent voor het gemeentehuis, is nog onduidelijk. Tot het zover is, oefenen de amateuracteurs op de ambtenarenzolder en liggen de thuiszorgspuiten in de oude burgemeesterskamer.