Boze zweefvliegers en jeu de boulers

Veel kleine sportbonden voelen zich benadeeld door het besluit van sportkoepel NOC*NSF om gelden voor topsport anders te verdelen. „Ik ervaar het als de politiek van verdeel en heers.”

Nu de succesvolle sportbonden meer geld krijgen en er voor de slecht presterende bonden weinig tot niets overblijft, verzetten onder anderen zweefvliegers, jeu de boulers en leden van de reddingsbrigade zich heftig tegen de nieuwe plannen van sportkoepel NOC*NSF.

Zonder succes, want de Sportagenda 2013-2016, waaraan de nieuwe verdeelsleutel is gekoppeld, werd gisteren in een extra algemene ledenvergadering van de sportkoepel met 176 tegen 31 stemmen aangenomen.

De verscherpte verdeling van topsportgelden, waarvan jaarlijks zo’n 50 miljoen euro van de Lotto, is een gevolg van het gezamenlijke besluit een positie in de toptien van sportlanden te verwerven. Die ambitie sluit ook aan bij plannen in 2028 de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Maar tijdens vergadering van gisteravond bleek dat de kleine bonden zich hebben neer te leggen bij de dominantie van invloedrijke bonden.

Raymond van Mourik, directeur van de Reddingsbrigade Nederland (27.000 leden), noemt het plan inconsistent. „Wij zijn de succesvolste niet-olympische bond, maar krijgen strak geen bijdrage meer voor topsport. Dat is vreemd.”

Hoewel er geen onderscheid wordt gemaakt tussen olympische en niet-olympische sportbonden is dat in de praktijk volgens hem wel het geval. „Vele kunnen niet aan de verzwaarde eisen voldoen. Wij werken bijvoorbeeld met een gemengd Life Saving Team. Volgens de nieuwe regels zouden de vrouwen hun stipendium behouden en de mannen niet. Terwijl ze één team vormen. Dat is niet uit te leggen. Een investering van zo’n twaalf jaar wordt daarmee teniet gedaan.”

Ook Elly de Jonge, voorzitter van de Nederlandse Jeu de Boule Bond . (18.000) kan moeilijk accepteren dat de nationale teams die al jarenlang goed presteren bij EK’s en WK’s niet langer financieel worden gesteund door NOC*NSF. „Onze mannen-, vrouwen- en beloftenteams zitten bij internationale kampioenschappen al jaren bij de toptien. Wij voldoen daarmee aan de basisvoorwaarde. Het probleem is dat wij niet aan de verzwaarde eisen kunnen voldoen. Wij kunnen geen technisch directeur en fulltime bondscoach betalen. En het lukt ons evenmin om de sporters 125 dagen per jaar te begeleiden. Wij zijn al blij dat een directeur in dienst hebben die alles kan doen.”

De Jonge, vindt dat haar bond wordt vermalen door de grote bonden. „Ik vrees dat zo’n 40 tot 45 bonden de komende vier jaar een probleem hebben. En dat ten opzichte van acht die er op vooruit gaan. Dat vind ik geen goede ontwikkeling binnen een koepelorganisatie als NOS*NSF. Ik ervaar het als de politiek van verdeel en heers.”

Frits Brink, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (15.000) en oud-bestuurslid van NOC*NSF, maakt vooral bezwaar tegen onduidelijkheid over de financiering. Nu nog niet duidelijk is hoeveel geld er exact te verdelen is, omdat de gelden van het ministerie van VWS en de sponsorbijdragen van NOC*NSF nog niet bekend zijn, had er volgens hem gisteravond geen besluit genomen moeten worden. „Omdat de cijfers niet compleet zijn.”

De voorzitter van de zweefvliegers bespeurt verder de laatste twee jaar bij NOC*NSF een tendens om de olympische sporten voor te trekken. „De solidariteit is in het geding”, zegt Brink. „Het wordt door de mensen van NOC*NSF weliswaar tegengesproken, maar ik heb dat nog nooit ze sterk gevoeld als nu. Zie uitspraken in de media van onder anderen Jeroen Bijl (manager Topsport, red). Hij wijst er op dat acht sporten 96 procent van de olympische medailles binnenhaalt. Maar waarom zijn die olympische plakken plotseling zo belangrijk? Die keus voor olympische sporten wordt gemaakt door het IOC en is ook maar arbitrair. Ik geef maar een voorbeeld: hockey is olympisch, maar mondiaal een kleine sport. Overigens was zweefvliegen in 1936 ook nog olympisch.”

Kritiek heeft Brink op de wijze waarop de kleine bonden worden behandeld. Hij zegt geen antwoord te hebben gekregen op brieven die hij over dit onderwerp schreef aan directie en bestuur van NOC*NSF. „Vervolgens krijg je wel een telefoontje van een bureaumedewerker die je met veel omhaal van woorden op andere gedachten probeert te brengen. Zo ga je niet met mensen om.”

Jeroen Bijl, die een belangrijke bijdrage aan de totstandkoming van de nieuwe verdeelsleutel heeft geleverd, kan tot op zekere hoogte de kritiek van kleine bonden begrijpen. „Zeker geredeneerd vanuit hun portemonnee. Niet vanuit het collectieve belang. We hebben toch met ons allen besloten om de toptien van de wereld na te streven.”

Wat hem vooral stoort is dat de gepeerde bonden sportkoepel NOC*NSF een voorkeursbehandeling van de olympische bonden verwijten. „Die opvatting wil ik sterk tegenspreken, Omdat die scheiding er niet is. Zoals het er nu naar uitziet krijgen korfbal en squash volop financiële ondersteuning. Evenals kleine bonden als boksen en rugby. Of die sterke verdeling gerechtvaardigd is? Wel als je met elkaar een afspraak hebt gemaakt.”