'Al mijn verhalen ontstaan onderweg'

De Belgische acteur en filmregisseur Bouli Lanners (46) schrijft zijn scenario’s het liefste onderweg, in de auto. Dan komt hij nog eens iets tegen. Of iemand. „Ik heb daar een groot luisterend oor voor. Ik ben een verhalenbrasser”, zegt hij aan de vooravond van het Rotterdamse filmfestival waar zijn nieuwste film Les Géants in première gaat. Een onverwacht melancholiek sprookje over opgroeiende jongens in een bosachtig niemandsland. En een auto. Maar die brengt hen nergens naartoe.

Waarom een sprookje?

„Les Géants was oorspronkelijk geen sprookje. Het uitgangspunt van drie kinderen zonder ouders gaf stof voor een contemporaine film. Maar ik voelde me niet op mijn gemak met die sociale setting. Ik wilde niet zo’n Dardennes-film maken. Toen herinnerde ik me een rivier in Noord-Luxemburg. Een magisch landschap. Nadat ik eenmaal had besloten om daar te draaien kwam alles vanzelf: de jongens als de drie biggetjes, drugsdealer Angel als de boze wolf, actrice Marthe Keller als de goede fee.”

Zit er jeugdsentiment in de film?

„Tot mijn achttiende heb ik op een boot gewoond. De rivier, het water en de natuur zijn altijd dichtbij. Les Géants is idyllischer dan mijn vorige films. De natuur heeft voor die kinderen de moederrol overgenomen. De rivier draagt en wiegt. En net zoals de moederfiguur moest de natuur daarom natuurlijk heel mooi zijn. De levensfase van de jongens staat heel dicht bij me. Tussen kindertijd en volwassenheid; de revolutionaire leeftijd. Alles is nog mogelijk. En alles is nog een mysterie. Ik heb zelf heel gelukkige herinneringen aan die tijd.”

Les Géants bevat veel Amerikaanse referenties.

„Ik ben doordesemd van de Amerikaanse popcultuur. Daar ben ik mee opgegroeid. Mijn hele referentiekader is Angelsaksisch. En als ik de moed had om in het vliegtuig te stappen, dan ging ik het liefste daar een film maken. Tot die tijd maak ik Amerikaanse genrefilms in België: roadmovies, westerns.”

Die er Amerikaans noch typisch Belgisch uitzien.

„Realisme zegt me sowieso niet zoveel. Mijn films behandelen de realiteit, maar zijn niet altijd even realistisch. Maar zijn ze daardoor niet juist veel realistischer? Ik vraag me serieus af of films zoals van de Dardennes niet veel verder afstaan van de realiteit dan wat ik doe. In Les Géants heb ik er bewust voor gekozen om de maatschappij uit de film weg te filteren. Bij de Dardennes waren die jongens al lang op de hielen gezeten door de politie, de jeugdzorg en dan misschien nog één personage dat de rol heeft van een goede fee. Ik heb alleen de drie biggetjes, de goede fee en de boze wolf overgehouden. Archetypen.

„Ik hou zoals gezegd van onderweg zijn. Mijn films ontstaan on the road. Ik maak het liefste roadmovies. Maar in België kun je geen uren onderweg zijn. Binnen een uur ben je in Duitsland, Frankrijk of Nederland. Na een halve dag rijden ben je in Polen. Dus ik moet de werkelijkheid wel abstraheren, en op een andere manier met de realiteit omgaan. De rivier die ik wil laten zien heeft geen bruggen, sluizen, vissers en waterpolitie. De rivier die ik wil laten zien is mythisch. Maar dat is niet per se minder realistisch.”