Verliefd op de filmrol

Fotofabrikant Kodak was ooit alleenheerser op de markt voor thuisfotografie. Maar nu dreigt faillissement. Hoe heeft het bedrijf zó kunnen mislukken?

Verslaggever New York

Wie dertig jaar geleden aan James Brennan, inwoner van Rochester in het noorden van de staat New York, had gevraagd wat hij van een eventueel Kodak-faillissement vond, had vermoedelijk niet eens antwoord gekregen. Ondenkbaar. ,,Kodak was in die tijd gigantisch”, vertelt Brennan in een telefonisch interview. „Iedereen kende wel iemand die er werkte of gewerkt had. Rochester was Kodak.” In die jaren had Kodak 62.000 werknemers in de stad – tegenwoordig minder dan 7.000.

Zelf verkoopt Brennan (53) al Kodak-producten sinds hij als zestienjarige zijn vader begon te helpen in diens fotozaak, Scott’s Photo in het centrum van Rochester. Inmiddels heeft hij de zaak overgenomen.

Door de jaren heen is zijn liefde voor Kodak bekoeld. In het bijzonder betreurt Brennan het dat het bedrijf vijf jaar geleden besloot niet meer rechtstreeks aan kleine fotozaken als de zijne te leveren. Daardoor was hij opeens gedwongen om Kodak-producten bij tussenhandelaren te betrekken, die uiteraard een deel van Brennans marges afsnoepen. „We verkopen nog steeds de filmrolletjes en het fotopapier, dat zijn prachtige producten waar nog voldoende vraag naar is. Maar het heeft voor mij geen zin om Kodak-camera’s in te kopen. Daar verdien ik bijna niets aan – als ik ze al verkocht krijg.”

Ook bij zijn stadsgenoten heeft Brennan gezien hoe de populariteit van Kodak daalde. „De mensen kunnen moeilijk verkroppen dat het management zo’n machtig bedrijf, met zo’n grote geschiedenis, heeft kunnen laten mislukken.”

Sinds eind negentiende eeuw, toen George Eastman het bedrijf oprichtte, is Kodak een begrip in de wereld van de fotografie. Het bedrijf ontwikkelde in 1888 als eerste een filmrolletje dat bij daglicht in het toestel geplaatst en ook weer verwijderd kon worden – voorheen moest dat altijd in een donkere kamer gebeuren. Daarmee werd fotografie opeens bereikbaar voor een groter publiek. In 1900 volgde de introductie van de Brownie, ’s wereld eerste camera voor de brede consumentenmarkt, die onder het motto You push the button, we do the rest aan de man werd gebracht. Mede dankzij de prijs van 1 dollar verkocht Kodak in de periode voor de Tweede Wereldoorlog 25 miljoen Brownies. Vanaf 1935 konden consumenten hun Brownie ook laden met kleurenfilmrolletjes – Kodachrome, in 1973 nog bezongen door Paul Simon (‘Kodachrome’).

Ook na de oorlog hield Kodak de massamarkt voor fotografie in zijn greep, onder meer dankzij de introductie van de Instamatic (1963), een camera met een cassette waarin de filmrol was verpakt. Kodak verkocht er tussen 1963 en 1970 meer dan 50 miljoen van. In het midden van de jaren zeventig was Kodak uitgegroeid tot de alleenheerser op de Amerikaanse markt voor thuisfotografie: het verkocht 90 procent van de filmrolletjes en 85 procent van de camera’s.

Toch zette volgens analisten in die periode tevens het verval in. Het was namelijk in 1975 dat Kodak de digitale camera uitvond – en besloot die niet nader te ontwikkelen omdat dit de megawinsten op de markt voor analoge fotografie zou aantasten. Iets vergelijkbaars herhaalde Kodak in de jaren negentig: ondanks miljardeninvesteringen in de ontwikkeling van de fototechnologie in mobiele telefoons en andere digitale apparaten, liet het bedrijf die markt – opnieuw uit angst de winsten uit analoge fotografie te ondermijnen – aan concurrenten als Canon en Sony.

Zoals we nu weten, zouden Kodaks winsten in de daaropvolgende jaren juist door deze digitale technologieën worden weggevaagd. Toen het werkelijk te laat was, koos Kodak ervoor zich te concentreren op digitale camera’s uit het goedkoopste segment – zeg maar die camera’s die Brennan van Scott’s Photo in Rochester niet verkocht krijgt.

Zo besloeg de ondergang van Kodak een periode van enkele decennia, gedurende welke Rochester 55.000 Kodak-banen zag verdwijnen – geen gering aantal op een bevolking die in die periode terugliep van 330.000 tot 210.000. Toch hoeft het verdwijnen van een groot bedrijf in een middelgrote stad niet rampzalig te zijn, zo bewijst het geval van Kodak. Goed opgeleide oud-werknemers hebben met dank aan hun ervaringen bij Kodak nieuwe bedrijven in de regio opgericht, waardoor het aantal nieuwe banen in de agglomeratie-Rochester sinds 1980 is gegroeid van 414.000 tot 503.000 in 2010.

Daarnaast heeft Kodak een uitgestrekte industriële infrastructuur achtergelaten die Rochester wellicht niet op eigen kracht had kunnen ontwikkelen: zo’n 500 hectare industrieterrein, waarop ooit meer dan 30.000 mensen werkten. Dit terrein, Eastman Business Park, is vernoemd naar Kodaks oprichter en wordt voor de helft gebruikt door de overgebleven 6.200 Kodak-medewerkers. De andere helft wordt verhuurd aan 35 andere bedrijven, waarvan een groot deel spin-offs zijn van Kodak – zoals Ortho Clinical Diagnostics, een producent van bloedanalyse-apparatuur voor medische instellingen, en ITT, dat optische producten voor het leger en de overheid maakt.

Overigens is niet gezegd dat Kodak met de aanvraag van betalingsuitstel daadwerkelijk zal verdwijnen. Het bedrijf hoopt de surseance aan te wenden voor het vinden van kopers voor zijn ruim duizend digitale patenten en vervolgens in afgeslankte vorm uit het faillissement te herrijzen. En zelfs als het Kodak niet lukt zijn patenten goed te verkopen, dan heeft het altijd nog een krediet van 950 miljoen dollar van de Amerikaanse bank Citigroup om de bedrijfsvoering de komende achttien maanden operationeel te kunnen houden. Wat er ook gebeurt, Rochester zal in elk geval tot medio 2013 de uitvinder van het fotorolletje binnen de stadsgrenzen hebben.