Schotland wordt 'Saoedi-Arabië van groene energie'

De regerende Scottish National Party streeft niet alleen naar Schotse onafhankelijkheid, maar wil ook dat het in 2020 op energiegebied zelfvoorzienend is, alles duurzaam opgewekt. Hoe realistisch dat is valt te bezien, maar bij de benodigde investeringen varen in elk geval ook de Britse schatkist en de Britse kroon wel.

Als een Gulliver die in Lilliput is beland, steekt het boorplatform uit boven de kleine witte en grijze huizen van Invergordon. Waar je ook bent in het dorp aan de Cromarthy Firth, overal valt de schaduw van het roodstalen gevaarte.

Niet dat de bewoners van Invergordon, een uur ten noorden van het Schotse Inverness, zich er iets van aantrekken. Ze zijn er aan gewend. Kijk op de pier naar rechts, en bijna op zwemafstand liggen nog drie booreilanden. Kijk links, en in de grijze zeemist zijn er nog eens drie te ontwaren. In de diepste natuurlijke zeearm van Europa worden de boorplatforms gedokt, gerepareerd of verbouwd.

Waar men in Invergordon wél over praat, is de heropening van de Nigg-werf, even verderop aan de Schotse kust. Daar zullen als het aan het Schotse olietoeleveringsbedrijf Global Energy ligt binnenkort onder meer offshore windmolens worden gebouwd en gerepareerd, en apparaten worden ontwikkeld om uit de getijden elektriciteit op te wekken. Het moet 2.000 banen opleveren in de Highlands.

Dat past helemaal in de strategie van Schotlands eerste minister Alex Salmond, die Nigg dan graag als voorbeeld gebruikt. Hij wil Schotland niet alleen onafhankelijk maken van Groot-Brittannië, maar het op energiegebied ook zelfvoorzienend maken, uiterlijk in 2020. En dat moet ook nog eens duurzaam gebeuren.

Water en wind zullen „onze toekomst als onafhankelijke natie mogelijk maken”, zei hij afgelopen herfst tijdens het partijcongres van zijn Scottish National Party. Hij had het over „een herindustrialisatie”.

Dat valt in Schotland in goede aarde: door het koude weer, slecht geïsoleerde huizen en hoge energieprijzen voor diegenen die in de Highlands niet met het gasnet zijn verbonden, is een derde van de bevolking ‘brandstofarm’. Dat wil zeggen dat zij meer dan 10 procent van hun inkomen – en soms wel 20 procent – besteden aan het warmhouden van hun huis. De Schotse regering besteedt komend jaar bijna 13 miljoen pond (15,6 miljoen euro) aan preventie van deze „onacceptabele armoede te midden van deze energierijkdom”.

Veertig jaar lang was de strijdkreet van de nationalisten ‘Schotlands olie voor de Schotten’. Negentig procent van de Britse olievelden ligt voor de kust van Schotland, en dat leverde de Britse schatkist vorig jaar, met dank aan de hoge olieprijs, 11 miljard pond (13,2 miljard euro) op.

Maar ook Salmond, die voor zijn politieke carrière als olie-econoom werkte voor Royal Bank of Scotland, beseft dat die reserves in de Noordzee eindig zijn. In 1999 werden er nog 2,9 miljoen vaten per dag geproduceerd, in 2009 waren dat er 1,4 miljoen.

Bovendien zal het Verenigd Koninkrijk de olievelden niet zo maar laten gaan. Hoewel de grens tussen Schotland en Engeland juridisch en geografisch vastligt, zeggen unionisten dat de Schotse olie- en gasvelden zijn ontgonnen met Britse investeringen.

Het is een gevoelig punt in Schotland. Terwijl de Engelsen altijd zeggen dat ze Schotland subsidiëren – Londen spendeert jaarlijks 5.795 pond per Engelsman en 6.833 pond per Schot – zeggen de Schotten het omgekeerde: ‘hun’ olie levert de Britse schatkist jaarlijks miljarden op. Vorig jaar dus 11 miljard pond.

Bovendien verhoogde de Britse minister van Financiën de belasting op olie- en energieproductie van 20 naar 32 procent, wat nog eens 10 miljard extra zal opleveren. Dat was bedoeld om de benzineprijzen voor de consument laag te houden. Maar daar, zeggen de Schotten, merken zij niets van. In de Highlands liggen de prijzen sowieso hoger dan elders vanwege de afstanden.

Wind en water dus. Salmond: Schotland kan „Europa’s Saoedi-Arabië van duurzame energie” worden. „Al die energiebronnen die dit energierijke land heeft, zijn aanwezig en toegankelijk”.

Maar is het ook genoeg om de motor te zijn van een onafhankelijk Schotland? Econoom Tony Mackay, gespecialiseerd in olie- en energie, twijfelt. „Nu wordt 74 procent van de energiebehoefte gedekt door kerncentrales, kolencentrales en (twee) gascentrales. Windenergie is een extraatje. Ik zie niet hoe dat voldoende kan zijn om aan de basisbehoefte te voldoen als die conventionele centrales geleidelijk worden stilgelegd.”

De SNP wil bovendien energie exporteren om inkomsten te garanderen. Nu nemen Ierland en Engeland een klein deel van de Schotse duurzame energie af. „Maar Engeland bouwt zijn eigen centrales, net als de landen om ons heen. Veel afzetmarkten zijn er niet. Bovendien: als Schotland onafhankelijk is, betekent het dat Engeland niet per se onze energie hoeft af te nemen”, zegt Mackay.

Daarbij is Salmonds doel van 100 procent duurzame energie in 2020 alleen haalbaar met fikse subsidies, zegt de Amerikaanse bank Citi-group. Die berekende in november dat er voor 46 miljard pond (55,2 miljard euro) aan investeringen in on- en offshore windmolens nodig zijn om Schotland van energie te voorzien. En daarbovenop ook nog eens 4 miljard pond per jaar, omdat gas nog altijd goedkoper is. „We moeten ervan uitgaan dat de gasprijs stijgt tot het olie-equivalent van 300 dollar per vat, voordat windenergie concurrerend genoeg is”, schrijft Citigroup.

Bovendien heeft Salmond nog een probleem. De zeebodem langs de 6.000 mijl lange kust is van de Kroon. Bedrijven die investeren in door het getijde opgewekte energie of windmolens willen plaatsen huren de grond (zeebodem) dus indirect van koningin Elizabeth. En zij heeft nu juist, in ruil voor het opgeven van een directe toelage, ermee ingestemd dat ze vanaf 2013 een percentage van de opbrengst van de huur van deze Crown Estates krijgt. De rest gaat naar de Britse schatkist.

Dat geldt niet voor windmolens op het vasteland, maar daar liggen bewoners weer dwars wegens plaatsing in natuurgebied.

De Schotse regering is er echter van overtuigd dat wind en water de toekomst zijn. Zij wijst op investeringen door bijvoorbeeld Masdar, uit de Arabische Emiraten, of het Japanse Kawasaki, dat bij de Orkney-eilanden proeven met opwekking van getijdestroom. En op Global Energy, het familiebedrijf van Roy MacGregor uit Inverness, dat binnen zes jaar de grootste werkgever zal zijn in de Highlands en vorig jaar 230 miljoen pond (276 miljoen euro) omzette.

De koop van de Nigg-werf in oktober werd groots gevierd. Enthousiast laat bestuurslid Alastair Kennedy op het hoofdkantoor foto’s en tekeningen zien van de Nigg-werf. In de jaren zeventig speelde het droogdok een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de olie-industrie in de Noordzee. Keuterboertjes en pachters uit de Highlands lieten zich toen massaal omscholen om mee te werken aan het ontginnen van het zwarte goud, vertelt Kennedy. „Dat zal nu weer gebeuren”, voorspelt hij. „Schotten zijn veerkrachtig.” Op het hoogtepunt werkten er 5.000 man op de werf.

Voor Global Energy is Nigg een nieuwe stap naar duurzaamheid. Het toeleveringsbedrijf richt zich vooral op de olie- en gasindustrie, met klanten als BP, Shell en Stenadrilling. Maar bij het Beatrice-olieveld in de Noordzee komen 184 windmolens te staan – op een handige afstand van Nigg, waar de molens gemaakt en gerepareerd zouden kunnen worden.

„Olie en gas is het hier en nu. Maar wat zouden stom zijn als we niet naar andere mogelijkheden zouden kijken. Offshore windenergie zal dit jaar populair worden. En over vijf of zes jaar hebben we het over energie die door getijden is opgewekt”, denkt Kennedy.

Over onafhankelijkheid wil hij niets zeggen. „Dat is niet interessant.” Maar het doel van de Schotse regering om zelfvoorzienend te worden, noemt Kennedy „ambitieus en bewonderingwaardig”. „Hoe realistisch het is? Dat zullen we uiteindelijk wel zien.”

Titia Ketelaar