Schikken is niet claimen

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: collectieve schikking van beursschade.

An employee of Athens Stock Exchange opens a door as a chart with stock prices, indicating gains, is seen foreground in Athens, Thursday, Jan. 19, 2012. Financial markets were subdued Thursday as investors awaited developments in Greece's debt-reduction talks with private creditors, a day after the International Monetary Fund revealed it was looking to get its hands on another half a trillion dollars to help it shore up a fragile global economy. (AP Photo/Thanassis Stavrakis) AP

Een doorbraak. Daarover is iedereen het wel eens. Voor het eerst heeft een Nederlandse rechter vorige week (17 januari) een schikking bindend verklaard in een internationaal geschil waarin het aansprakelijk gestelde bedrijf níet in Nederland is gevestigd.

Maar over de waardering van deze doorbraak is grote onenigheid.

„Spectaculair”, oordeelt Rob Polak, partner bij De Brauw Blackstone Westbroek en als advocaat nauw bij de zaak betrokken. „Nederland wordt door deze uitspraak een alternatief voor de Verenigde Staten als het om grote internationale schikkingen gaat, ongeacht of een procedure in Nederland heeft plaatsgevonden.”

Werkgeversorganisatie VNO-NCW, daarentegen, maakt zich grote zorgen. „Deze uitspraak zet de deur wagenwijd open voor de opkomst van buitenlandse claimpraktijken in Nederland.” Zij vreest dat Nederlandse rechtbanken door deze uitspraak aantrekkelijke arena’s worden voor agressieve claimacties van externe investeerders die er vooral op uit zijn hun eigen kas te spekken.

Wat is de kwestie? De Zwitserse herverzekeraar Converium zette beleggers in de jaren 2002-2004 op het verkeerde been door zijn financiële positie veel gunstiger voor te stellen dan zij was. Dat leidde in de Verenigde Staten tot een omvangrijke schadeprocedure (claim action) van gedupeerde beleggers. Die mondde in 2009 uiteindelijk uit in een schikking van 84,6 miljoen dollar voor de Amerikaanse aandeelhouders.

De niet-Amerikaanse beleggers visten achter het net. Zij waren door de Amerikaanse rechter uitdrukkelijk uitgesloten van deelname aan de collectieve claimactie.

Maar in het kielzog van de Amerikaanse schikking bereikte het overgrote deel (ruim twaalfduizend, onder wie 204 Nederlanders) van deze, zeg maar, Europese aandeelhouders ook een akkoord met Converium over vergoeding van hun schade voor een bedrag van in totaal 58,4 miljoen dollar (inclusief kosten en honoraria).

Aan deze overeenkomst had Converium wel een voorwaarde verbonden: alle (potentiële) gedupeerden, voor zover bekend, moesten zich achter de schikking scharen. Dan was Converium tenminste in een keer van alle claims af. Zo niet, dan was er geen deal voor de niet-Amerikaanse beleggers.

Daarom wendden de partijen zich tot het gerechtshof in Amsterdam met het verzoek hun schikking – op basis van Nederlands recht (wet collectieve afwikkeling massaschade) – verbindend te verklaren voor alle niet-Amerikaanse aandeelhouders.

Tien institutionele beleggers verzetten zich. Onder andere de Liechtensteinische Landesbank (Vaduz), Metzler Investment (Frankfurt), WestLB Mellon Asset Management (Düsseldorf), Hansainvest (Hamburg) en Pensionkasse der UBS (Zürich) vonden de compensatie te mager en blokkeerden daarmee de collectieve schadevergoeding voor de niet-Amerikaanse aandeelhouders.

Het hof verwierp vorige week alle bezwaren van de tegenstanders en verklaarde de schikking verbindend voor alle niet-Amerikaanse gedupeerden. Daarmee is zij definitief. Beroep is niet mogelijk.

Betekent dit nu dat „de weg vrij is voor andere buitenlandse partijen om hun internationale claimzaken voortaan in Nederland af te wikkelen”, zoals VNO-NCW zegt te vrezen?

Dat lijkt (te) kort door de bocht. In de eerste plaats omdat zo’n schadeclaimproces in Nederland geen kans maakt als het gewraakte bedrijf niet ook zelf in Nederland zit. De uitspraak van het hof brengt daar geen verandering in.

En in de tweede plaats: wat is er eigenlijk tegen wanneer er uit zo’n elders aanhangig gemaakte claimzaak een schikking voortvloeit die door de Nederlandse rechter wordt gebillijkt?

Joop Meijnen