Rutte wil uitzonderingsregel euroverdrag behouden

Rutte debatteert vanavond met de Tweede Kamer in aanloop naar de volgende eurotop. Foto AFP / Eric Feferberg

Minister-president Mark Rutte wil dat het voor landen in de eurozone mogelijk blijft om in “buitengewone omstandigheden” als natuurrampen onder de nieuwe begrotingsregels uit te komen. Dat meldde hij vanavond tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Wel is het belangrijk om heel nauwkeurig aan te geven wanneer landen in aanmerking komen voor deze uitzonderingspositie, aldus Rutte tijdens het debat, dat de Kamer voerde in aanloop naar de komende eurotop van aanstaande maandag. Eerder liet de Europese Centrale Bank (ECB) bezorgd te zijn over de ontsnappingsclausule, en pleit eveneens voor een strakkere definitie van de uitzonderlijke gevallen.

Mark Harbers van de VVD benadrukte vanavond tijdens het debat dat het belangrijk is dat er alleen bij natuurrampen uitzonderingen gemaakt mogen worden, en dus niet bij een economische krimp waardoor het begrotingstekort boven drie procent van het bruto binnenlands product mag uitkomen. In het huidige verdrag zit een gat wat betreft de omschrijving van exceptionele gevallen. Zo wordt een herhaling van 2003 voorkomen. Zowel Frankrijk als Duitsland wisten toen samen onder de begrotingsafspraken uit te komen dankzij de toen geldende regels.

‘Nieuwe pact is niet ambitieus genoeg’

De uitzonderingsclausule is onderdeel van het nieuwe conceptbegrotingspact van de Europese Unie. Minister van Financiële Zaken Jan Kees de Jager (CDA) en staatssecretaris Ben Knapen (CDA) vinden dat het nieuwe pact “niet ambitieus genoeg is” volgens de maatstaven van het Nederlandse kabinet.

Het kabinet noemt het pact een goede stap in de versterking van de unie, hoewel het ambitieuzer had gekund. De Jager en Knapen in de brief:

“De institutionele complexiteit van een complementair verdrag naast de EU-verdragen, gecombineerd met de wens van veel lidstaten zo nauwgezet mogelijk aan te sluiten bij de verklaring van 9 december, hebben ertoe geleid dat het verdrag op onderdelen minder ambitieus zal worden dan het kabinet zou willen.”

Nederland had bijvoorbeeld gewild dat het Europese Hof bij het toezicht op de naleving van het verdrag een grotere rol had gekregen. Ook had het mogelijk moeten zijn om een lidstaat het stemrecht te ontnemen bij het schenden bij de begrotingsregels. Nederland kreeg voor deze voorstellen geen meerderheid.

Begin december spraken de meeste EU-lidstaten af de begrotingsregels verder aan te scherpen. Alleen Groot-Brittannië en Hongarije sloten zich hierbij niet aan. Sindsdien worden de gemaakte afspraken uitgewerkt.