Loopje

Het was ons campingspelletje, waarschijnlijk aangemoedigd door te veel bezoeken aan de Market Garden musea in Gelderland. Alle kinderen hebben zo’n fase. Mijn broer vormde met zijn hand een schietpistooltje en ik moest dood neervallen. We waren er uren zoet mee.

Ik kwam terug van het badhok recht in het kruisvuur van mijn broers duim en wijsvinger en incasseerde de fictieve kogel net onder mijn middenrif, maakte nog een paar dronkenmansstappen voordat ik in slow motion op mijn knieën viel – uiteindelijk languit op de grond, piepend, kreunend, terwijl mijn ouders me vanuit de caravan zagen liggen, ze kenden me langer dan vandaag, gingen door met koffie drinken en kwamen pas later vragen of mijn broek weer vies was geworden.

Ik had de discipline voor een langzame dood. Ik rekte het op. Soms jammerde ik erbij, ‘Mamma, mamma!’, of ‘Waarom?’ Soms deed ik het met een patserige kijk-mij-eens-niet-bang-voor-de-dood-zijn-blik. Mijn moeder schoot me ook wel eens neer.

Mijn broer was sterker in scenes. Als twaalfjarige deed hij een briljante re-enactment van Luca Brasi’s dood uit The Godfather, Don Corleones krachtpatser die in een verlaten bar wordt gewurgd. Hugo zat aan de keukentafel, zijn handen denkbeeldig vastgepind, zijn hoofd en nek op een onnatuurlijke hoek van elkaar. Een oog dat bijna uit zijn holte popte, een tong die uit zijn mond probeerde te vluchten en een raar smakkende mond, als een paard dat zich verslikt.

Luca Brasi sleeps with the fish. Ik probeer te eten, zei mijn vader.

Ik weiger altijd het idee toe te laten dat acteurs iets doen wat ik niet zou kunnen, zoals ik dat eigenlijk ook heb met bewindslieden en topsporters. Maar vervolgens zie je dan weer iets waar je over nadenkt, zoals nu, het einde van de laatste aflevering van het tweede seizoen van Sherlock, de BBC-serie over Sherlock Holmes anno 2012.

Sherlock (Benedict Cumberbatch) is cool genoeg, maar zijn aartsnemesis Jim Moriarty steelt de show, gespeeld door Andrew Scott, een mannetje met een hyperactieve mimiek, dat geen drie woorden met dezelfde stem uitspreekt. In de uiteindelijke showdown pest hij Sherlock dat hij hem maar tegenvalt, dat hij niet zo slim is als hij hoopte. Hij is maar gewoontjes. ‘Ordinary Sherlock.’

YouTube eens hoe Moriarty ‘Ordinary Sherlock’ zegt. Hij maakt er een gebaartje bij, een loopje, alsof ‘ordinary’ gelijkstaat aan hersendood, zombieachtig. Het is zo’n klein gebaartje, waarin een hele wereldblik verstopt zit. Ik ben er nu al de hele week op aan het oefenen, maar ik krijg het net niet te pakken.