In uniform onder de grond maar salueren hoefde niet

Een mergelgroeve in de Cannerberg bij Maastricht werd in de jaren 50 ingericht als geheim NAVO-complex. Nu krijgt Het Limburgs Landschap het terug.

Paul Croymans runde jarenlang een kapsalon. In een berg. Militairen die werkten in het geheime NAVO-complex in een van de mergelgroeves bij Maastricht konden bij hem terecht voor hun kapsel. „Voor de Amerikanen had ik vijf vaste modellen. De Nederlanders lieten zich in de jaren zestig en zeventig nauwelijks meer knippen.”

Dat gaf Croymans meer tijd voor zijn andere ondergrondse taak: hij was medewerker van de trolleyservice. Voortdurend moesten er goederen het gangenstelsel in en uit. De bewaking was zeer streng, vertelt hij bij het traliewerk bij de ingang. Toch lukte het hem eens een lek in de beveiliging aan te tonen. „Een slager leverde hier enorme stukken vlees af. Daar werd heel goed naar gekeken. Ze gingen met spiegeltjes onder de wagen. Maar wij hadden iemand tussen dat vlees verstopt en die werd niet ontdekt. Toen wij dat onthulden, heeft het nog flink wat stof doen opwaaien.”

De mergelgroeve is de plaats van waaruit in geval van nood de troepen in de Benelux en Duitsland en de vliegbewegingen van Noorwegen tot Zuid-Italië zouden worden gecontroleerd. De bewaking is niet zo scherp meer, maar de plek is nog altijd niet toegankelijk. Waar decennialang alles klaar stond voor een confrontatie tussen Oost en West, is nu een donkere, surrealistische, onderaardse ruïne van een Koude-Oorlogstad te vinden. Apparatuur werd naar elders verhuisd of afgevoerd vanwege asbestverontreiniging. In zeker zin is dat jammer, want daarmee is ook de aandoenlijke methode verdwenen waarmee in de grote commandoruimte posities op een kaart handmatig werden gewijzigd. Maar de straten van weleer liggen er nog: Main Street en de zijstraten: Alpha Street tot en met Foxtrot Street. De mergelwanden worden afgewisseld met beton, tegels en schoonmetselwerk. Met enige uitleg zijn de wachthuisjes, de ontsmettingsruimten, de keukens en de ontspanningsruimten (inclusief een Flintstone Bar) nog herkenbaar. Ook de plek van de indoorgolfbaan, versierd met een wandschildering van de skyline van Maastricht, is er nog. „De sfeer in de groeve was door de beslotenheid informeler dan elders in militaire kringen”, zegt Croymans. „Officieren spraken we gewoon met hun voornaam aan. Met het verplicht salueren namen we het hier ook niet zo nauw.”

Tijdens de Tweede Wereldoorlog lieten de Duitsers hun oog al vallen op het gangenstelsel even ten zuiden van Maastricht. Ze legden er voorzieningen aan. Maar de daar geplande eindmontage van V1’s werd gedwarsboomd door de bevrijding in september 1944.

In 1952 kwamen vertegenwoordigers van de NAVO de groeve bekijken. De NAVO zocht een plek voor een geheim commandocentrum en niet lang daarna werd een huurcontract getekend met de eigenaar, de stichting Het Limburgs Landschap. Vanaf 1 maart 1956 gold voor de groeve een betredingsverbod in het kader van de Wet op de Staatsgeheimen. Om de omgeving in het ongewisse te laten, ging het personeel aanvankelijk in burger naar binnen. Niettemin werd er in de omgeving al snel volop gegist. Vooral het gerucht dat er in de berg kernwapens lagen opgeslagen, bleek hardnekkig. In de loop van de jaren zestig gaf de NAVO langzaam maar zeker iets meer openheid. Bovendien kon alle geheimhouding niet voorkomen dat oefeningen in de Cannerberg (twee weken afgesloten van de buitenwereld) soms al in de Sovjet-partijkrant Pravda stonden voordat de militairen in Maastricht ervan wisten.

Nadat het complex na het einde van de Koude Oorlog zijn strategische waarde had verloren, wilde de NAVO van het huurcontract af.

Het Limburgs Landschap vond dat prima. De stichting begreep dat de normale eis bij het einde van een huurcontract, het herstel van het gangenstelsel in de oude staat, onredelijk was. Maar de groeve moest wel schoon worden opgeleverd. De isolerende laag kurk op de luchtverversingsleidingen was na een brand ooit vervangen door spuitasbest, met als gevolg zware verontreiniging in alle hoeken en gaten. Bij de brandstoftanks zat het vuil tot acht meter onder de vloer. Defensie ging pas na veel gesoebat over tot reiniging. „Het vergde speciale technieken, van het schrapen van wanden tot het stutten van wanden”, zegt Ed van der Togt, projectleider Cannerberg van de Dienst Vastgoed Defensie. „De exacte kosten zijn vertrouwelijk, maar we zijn binnen de begrote 38 miljoen euro gebleven.” Vandaag draagt Defensie het complex definitief over aan Het Limburgs Landschap.

De natuurwaarde van het complex is te verwaarlozen. Edmond Staal van Het Limburgs Landschap: „De vleermuizen die je in andere mergelgroeves aantreft, vind je hier niet. Het complex was zo goed afgeschermd dat ook die niet naar binnen konden. Bovendien stookte men altijd tot achttien graden. Dat vinden die dieren te warm.” Staal beschouwt het voormalige NAVO-complex echter als uniek, onderaards cultuurlandschap. „Het bijzondere is dat hier binnen een straal van een paar kilometer de hele krijgsgeschiedenis terug te vinden is – via de Romeinen en Middeleeuwen naar het vroeg achttiende-eeuwse Fort Sint Pieter en het beton van Fort Eben-Emael uit de jaren dertig van de vorige eeuw. De Cannerberg vertegenwoordigt het tijdperk van de Koude Oorlog. Precies daar bovenop ligt Château Neercanne, waar regeringsleiders voor het Verdrag van Maastricht spraken over een politieke en monetaire unie, voortgekomen uit het besef dat het beter is als we als Europeanen niet voortdurend elkaars hersens inslaan.”

Een plan om al die historie als geheel onder de aandacht te brengen zal nog wel enkel jaren vergen, verwacht Staal. „Voorlopig zijn we druk om meer gebruik te regelen: de vergunningen rond krijgen om hier af en toe met groepen naar binnen te kunnen.”

Paul van der Steen