In 27 vakantiedagen over de wereld

Schrijver

Ik word wel eens moe van mezelf op verjaardagen. Eindeloos oreer ik over hoe leuk reizen is. En hoe makkelijk. En hoe relaxed. Dat een lang weekend Fez of drie weken Filippijnen niet alleen boeiender, maar ook goedkoper is dan (respectievelijk) een kort weekend Londen of twee weken Kreta. En dat je er misschien nog wel beter uitrust ook.

Want ik werk, en al mijn vrienden ook. Fulltime. Dus ja, een vakantie is vooral om bij te komen en op te laden. En zo’n verre reis, ook nog zelf geregeld en uitgestippeld, levert vooral gestress op.

Toch?

Ik ben niet als reiziger geboren. Ik weet niet eens of ik een echte reiziger bén. Ik heb nooit een jaar door Azië of Zuid-Amerika getrokken. Ik heb nooit de boel de boel gelaten en ik ben nooit met de noorderzon vertrokken. Ik sliep nooit tussen obscure stammen in de rimboe en heb nooit gefrituurde sprinkhanen gegeten. Ik vond reizen nogal pretentieus. Alsof je zonder een half jaar Thailand geen compleet mens bent. Get a job man, met je rugzak en dat gehang in hostels.

Er moest gewerkt worden. Carrière gemaakt. Huizen gekocht. En hoe interessant me sommige verre landen ook leken, een wereldreis maken na m’n studie kwam niet eens in me op. Hup, aan ’t werk! Hooguit eens twee weken per jaar naar de zon en een weekendje Antwerpen. Want het leven is kort en het geld groeit niet op mijn rug.

En toch liep ik de afgelopen jaren door de chaos van het oude Hanoi, over lokale marktjes in Mombasa en tussen badende hindoes in de Ganges. Ik scheurde in tuktuks door Varanasi, verdwaalde in de steegjes van Fez en dronk bier in een hangmat aan de Mekong. En ik zweer ineens bij gebakken rijst op straat in Bangkok. Toch van gedachten veranderd, blijkbaar?

Nee.

Al die tijd heb ik fulltime gewerkt, met een beperkt aantal vakantiedagen (ja, 27) en een vrij gemiddeld salaris.

De omslag kwam tot stand door het reizen een keer te ervaren. En te ontdekken dat het nog leuker en interessanter is dan ik dacht. Geuren, kleuren, mensen, culturen, landschappen. Het bleek ook veel makkelijker dan ik veronderstelde. En goedkoper. En relaxter. En ik hoefde niet eens dreadlocks in.

Wist ik veel dat je in Thailand een strandbungalow-met-schone-badkamer hebt voor 20 euro. Dat je voor dik 100 euro retour naar Marokko vliegt. Dat je in Azië zo een hotel binnenloopt en ter plekke een kamer fikst. En dat een hangmat aan de Mekong of een dakterras van een Marokkaanse riad een ultieme ontspanplek is.

Stiekem was ik er ooit gewoon bang voor, dat verre gereis. Paspoorten, visa, inentingen, eindeloze vluchten, overstappen. Tóestanden. Maar ach, visa krijg je nu bijna overal ‘on arrival’, die prikken zitten er bij de GGD – als ze al nodig zijn – in twee keer tien minuten in en zo’n lange vlucht is een stuk relaxter dan 13 uur in de auto naar Italië of Zuid-Frankrijk.

De voorbereidingen zijn een hobby geworden. Hotelbeoordelingen, vluchtprijzen, uitzoeken welke restaurants het best bekend staan, wat de tourist traps zijn, de leukste wijken of uitstapjes. ’s Avonds na werk met de laptop op schoot of met een reisgids in bed. Niet alleen voorpret, want het maakt je reizen ook een stuk geslaagder. Alle mindere aspecten van een bestemming filter je er gewoon uit.

Nou zullen er die hard-reizigers zijn die beweren dat reizen op deze manier wel heel voorspelbaar wordt. Dat de charme van het reizen vooral ligt in het gegeven dat je niet weet waar je terechtkomt. Dat het om ‘de reis’ gaat en niet om de bestemming.

Welnu, allereerst moet je als werkende je reisplezier uit veel kortere perioden halen en kun je je geen miskleun veroorloven. En ten tweede: je kunt nog zoveel voorbereiden, maar ergens echt zíjn en dingen echt beléven, is altijd een belevenis op zich.

Ik reis ook niet om het reizen, ik reis gewoon om ergens te kunnen zijn. Het is geweldig om, hoe kort ook, op een plek te verblijven die afwijkt van wat ik gewend ben. Waar ik prikkelende mensen en culturen tegenkom, maar tegelijk ook kan uitrusten en genieten. Want laten we eerlijk zijn: een reis is als werkend mens gewoon een vakantie. Maar dan een vakantie plús.

Op facebook.com/dewereldin27vakantiedagen geeft Keuning dagelijks reistips voor de werkende mens

Boek

Johannes Keuning: De Wereld in 27 Vakantiedagen – Reisgids voor de Werkende Mens.

Nieuw Amsterdam. 159 blz. €14,95