Het zijn maar peilingen, toch is het nieuws

„Emile is the hottest thing in town”, schreef De Pers gisteren. Aanleiding: een peiling van Maurice de Hond van zondag, waaruit bleek dat, „als er nu verkiezingen worden gehouden”, de SP de grootste zou zijn. Vrijwel alle media schreven over de voor CDA en PvdA dramatisch verlopen peiling.

Uit onderzoek van wetenschappelijk instituut De Nederlandse Nieuwsmonitor dat vandaag verschijnt, blijkt dat het aantal artikelen in Nederlandse kranten over peilingen het afgelopen decennium meer dan verviervoudigd is: 25 in 2000 tegen 112 in 2011. Tot vandaag zijn er aan de laatste peiling van De Hond al twaalf artikelen gewijd. Fijn voor SP-lijsttrekker Emile Roemer, die zelf nuchter reageerde. „Wel met beide benen op de grond blijven. Want het zijn peilingen.”

Roemer heeft gelijk; peilingen komen niet altijd uit. De laatste verkiezingen zaten de opiniepeilers van De Hond en Synovate er flink naast. Ze voorspelden bij de verkiezingen in 2010 18 respectievelijk 17 zetels voor de PVV, die er 24 haalde.

Vooral de peilingen van De Hond krijgen kritiek. Volgens de onderzoekers van branchevereniging MOA, die peilingen van De Hond heeft onderzocht, zijn de vragen vaak sturend (‘Nederland heeft een zware poule geloot bij het EK, wat denkt u van de kansen van Nederland?’). Ook is het onderzoek volgens de MOA niet representatief. Respondenten moeten snel reageren als hun wordt gevraagd deel te nemen. Mensen met veel tijd zijn zo al snel oververtegenwoordigd.

Voor de invloed van de berichtgeving maakt dat weinig uit. Communicatiewetenschappers van de VU toonden in 2005 aan dat van de kiezers die weinig betrokken zijn bij politiek, zo’n 40 procent zich laat leiden door nieuws over peilingen.