Het offline leven krijgt weer zin

Trendwatcher Adjiedj Bakas voorspelt een samenleving die gaat ‘ontdigitaliseren’ en niet alleen omdat het veiliger is

De supermarkt met zelfscanner en bonuskaart houdt bij welke boodschappen ik doe, LinkedIn weet met wie ik heb gestudeerd, de NS heeft opgeslagen waar ik ben geweest en via mijn telefoon is te achterhalen waar ik me bevind. Oud-bestuursvoorzitter Eric Schmidt van Google zei het al: „We weten waar je bent, we weten waar je was en we weten ongeveer waar je aan denkt.”

De samenleving digitaliseert in een hoog tempo. Een baby van twee maanden staat al in circa twintig bestanden: bij de burgerlijke stand, bij het gezondheidscentrum waar hij een hielprik kreeg, bij de huisarts en veel baby’s ook bij een provider omdat hun ouders hun bij de geboorte een mailadres hebben gegeven. En een volwassen Nederlander staat in wel 1.500 bestanden, variërend van het abonneebestand van de krant en de Postcode Loterij tot het ziekenhuis waar je tien jaar geleden een vaccinatie haalde.

Zijn we gewend aan die digitale inkijk of komt er een tegenbeweging van mensen die terughoudender worden met informatie over zichzelf? „Er is een voorhoede die gaat matigen, die gaat ontdigitaliseren”, zegt de van oorsprong Surinaamse trendwatcher Adjiedj Bakas. Eind deze maand verschijnt zijn boek Het Einde van de Privacy, waarin hij een verontrustend beeld schetst van de alwetendheid van de digitale wereld en de gevaren die dat met zich meebrengt. Eerder schreef hij boeken over onder meer de toekomst van de gezondheidszorg, de liefde en werk. Onlangs verscheen een rapport waarin hij de trends van 2012 schetst. „Ik merk om me heen dat het offline leven van mensen belangrijker wordt. Ze worden het zat om uren per dag op Facebook te zitten. Ze gaan zich realiseren dat tientallen tweets per uur niet normaal is . Onlangs hoorde ik dat iemand zijn relatie had beëindigd omdat zijn vriendin zestig tweets per uur verzond.”

Dezelfde trend doet zich voor in het bedrijfsleven, volgens Bakas. Een groot advocatenkantoor zet de belangrijkste contracten alleen nog maar op papier en legt ze vervolgens in de kluis. Om digitale diefstal te voorkomen. Grote bedrijven stellen een Twittiquette op: medewerkers mogen om veiligheidsredenen niet meer over alles twitteren. Want als de concurrent leest dat een hoge manager in de VS zit, denkt-ie: wat gaan ze overnemen? Dat is niet goed voor de beurskoers.

Toch hebben we die onveiligheid aan onszelf te danken. „We profileren ons als wilden”, zegt Bakas. „ Google heeft echt geen Elektronisch Patiëntendossier nodig om te weten welke kwalen we hebben. Dat ziet hij wel aan ons surfgedrag.” Hackers zijn de nieuwe criminelen. Ze stelen gegevens van banken, maken valse accounts aan en luisteren gesprekken af. Diginotar, het bedrijf dat digitale veiligheidscertificaten uitgaf voor onder meer overheidssites en vorig jaar failliet ging nadat hackers er ingebroken hadden, was nog niets vergeleken bij wat elders op het internet gaande is, aldus Bakas. Digitaal is de Derde Wereldoorlog al aan de gang. China is overal op zoek naar bedrijfsgeheimen, Iran wil de westerse maatschappij lamleggen en de VS zijn vooral bezig met bescherming van zichzelf. „Als het Iraanse hackers lukt om het internetbankieren een paar weken plat te leggen en datzelfde doet bij energiemaatschappijen, dan is het leven hier wel goed ontregeld. Idem voor de Belastingdienst en de beurzen. ”

Zolang wij consumenten alles gratis willen, zal er weinig veranderen, voorspelt Bakas. „We willen alle digitale informatie gratis en dus blijven zoekmachines aangewezen op adverteerders aan wie ze gegevens over jouw surfgedrag verkopen, zodat die weten welke aanbiedingen ze je moeten doen.” Bovendien zijn we slordig. Op allerlei sites, van Facebook tot de webwinkel, laten we gegevens over onszelf achter, een goudmijn voor verkopers en kwaadwillenden. De meeste internetgebruikers weten te weinig van het systeem om gegevens te kunnen wissen, wat overigens meestal niet zal helpen, omdat die gegevens dan al dertig keer zijn gekopieerd.”

Bakas verwacht dat de digitale industrie met beperkende maatregelen zal komen. „Anders gaat internet aan zichzelf ten onder. Op de eerste auto’s zat ook geen snelheidsbegrenzer. Totdat er doden vielen. Toen kregen auto’s een maximumsnelheid.” Hij verwacht een splitsing in een betaald, goed beveiligd internet en een gratis internet. En binnen twee jaar zullen we onszelf moeten legitimeren als we bijvoorbeeld een Twitter-account willen openen. Om te voorkomen dat er valse accounts worden aangemaakt. Bakas: „Juridisch lopen we hopeloos achter bij de digitale ontwikkelingen. Er is geen wet die het maken van een vals Twitter-account verbiedt. Juristen die zich specialiseren op dit terrein gaan gouden tijden tegemoet.”

De digitalisering heeft ervoor gezorgd dat we slimmer kunnen werken, aldus Bakas, maar heeft problemen als eenzaamheid niet opgelost. Sterker nog: uit onderzoek blijkt dat Amerikanen eenzamer zijn geworden sinds de komst van sociale media, e-mail en internet. Men realiseert zich dat ‘friends’ iets heel anders zijn dan vrienden op wie je een beroep kunt doen. Bakas: „Ook in Nederland zullen mensen al die nieuwe mogelijkheden blijven gebruiken, maar selectiever. Het wordt sjiek om niet bereikbaar te zijn.”

Het einde van de Privacy (uitg. Scriptum) verschijnt op 29 januari (22,50 euro)