‘Het boek Tonio heeft mij in leven gehouden’

Tonio van der Heijden/ De Bezige Bij

A.F.Th. van der Heijden was er zondag niet bij toen de Constantijn Huygens-prijs voor zijn oeuvre werd uitgereikt. Hij is nog niet toe aan iets feestelijks. De dood van zijn zoon Tonio heeft hem veranderd, vertelt hij: „Ik merk dat ik mijn maatstaven nog hoger wil leggen.”

Zeven dagen per week werkt A.F.Th. van der Heijden, zoals vanouds, aan verschillende boeken tegelijk, die stuk voor stuk passen in een oeuvre dat als planmatig ontworpen kathedraal uiteindelijk een samenhangend geheel moet vormen. De toekenning van de Constantijn Huygens-prijs, die zondag in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag wordt uitgereikt, heeft hem goed gedaan, vooral omdat het een oeuvreprijs betreft. „Ik ben een echte oeuvreschrijver, die van het begin af aan met het geheel is bezig geweest. De prijs kwam volkomen onverwachts en ik kan gerust zeggen dat mijn hart opsprong.” Van der Heijden zal niet bij de uitreiking aanwezig zijn. „Ik kan het nog niet aan om een podium te betreden, een plichtmatig dankwoord uit te spreken met een feestelijke receptie na”, verontschuldigt hij zich.

Anderhalf jaar geleden verongelukte het enig kind van hem en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich. Verdoofd door rouw schreef hij er in minder dan een jaar de hartverscheurende roman Tonio over, maar daarmee is de pijn niet weg. In plaats van lijfelijk aanwezig te zijn bij de uitreiking wordt er zondag in de Schouwburg en op de televisie een filmpje uitgezonden dat rond Kerstmis bij hem thuis werd opgenomen, maar zelfs dat vond hij zwaar om te doen. „Zoiets haalt me uit mijn zelfgekozen isolement. Ik heb nooit last gehad van overdreven dwangneigingen, maar sinds het moment op eerste Pinkerdag 2010 dat er twee politieagenten aan de deur kwamen met de mededeling dat Tonio in kritieke toestand in het ziekenhuis lag, draag ik nog steeds dezelfde kleren die ik toen aanschoot om zo snel mogelijk naar hem toe te gaan: een vale trainingsbroek en een oud shirt. Als die kleren in de was moeten, vervang ik ze door een zelfde soort tenue. Zelfs toen ik afgelopen zomer mijn zus ging begraven had ik die kleren aan.”

,,Nee”, zegt hij, ,,dat wijst niet op een depressie, of op een vorm van compulsief gedrag, zo erg is het niet. Maar de rouw verleidt mij tot een soort kluizenaarsbestaan. Ik probeer thuis een wankel evenwicht te vinden, en dat brengt bepaalde dwanghandelingen met zich mee zoals per se binnenshuis blijven en een vast dagritme. Dan red ik het wel.”

De dood van Tonio heeft hem als schrijver veranderd. ,,Ik merk dat ik mijn maatstaven nog hoger wil leggen. In het boek Tonio schrijf ik tot twee keer toe dat het voortaan gedaan is met het schrijven, maar dat zijn momentopnamen. Nu zie ik dat dit boek mij over iets heen heeft getild. Over een gevoel van schaamte voor de drift om door te gaan met wat ik dan maar echte romans zal noemen. Tonio, een boek dat eruit moest zonder dat ik me erg om de compositie bekommerde, heeft mij als schrijver in leven gehouden.’’

Abonnees kunnen het hele artikel hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 20 januari 2012, pagina 4 - 5