Gegijzeld door de beveiliging: zo voelt dat

Na de opening van een tweede coffeeshop in Helmond werd de burgemeester bedreigd. Een jaar van intensieve beveiliging volgde

Correspondent Noord-Brabant

Helmond. Ruim een jaar geleden verloor hij de regie over zijn leven. Fons Jacobs, al tien jaar burgemeester van Helmond, heeft de touwtjes graag in handen. Op 30 november 2010 stond er politie op zijn stoep. Die zei hem dat hij moest onderduiken. Dat hij ernstig gevaar liep. Dat was opgevangen in het drugscircuit.

Twee dagen hield Jacobs zijn poot stijf. „Ik wilde niet weg uit Helmond. Maar politie en justitie drongen aan. Ze zeiden dat het niet zijn beslissing was. Dat de hoofdofficier van justitie, zolang Jacobs bedreigd werd, verantwoordelijk was voor diens veiligheid. Zo was de wet, sinds de moord op Pim Fortuyn. Toen hij toegaf, stond hij binnen de kortste keren met zijn vrouw op Schiphol. Zelfs zijn dochter en zoon wisten niet waar hij naartoe zou gaan.

Nu zit Fons Jacobs (63) in zijn werkkamer in Helmond – een koninklijke onderscheiding prijkt op zijn revers. De hele periode dat hij beveiligd werd, sprak hij op aanraden van justitie niet met de pers. Ook nadat de beveiliging dit najaar was afgebouwd, bleef hij zwijgen „omdat er nog een rechtszaak loopt”. Nu wil hij toch zijn verhaal vertellen. Omdat hij de gemeenteraad heeft laten weten dat hij 1 november vervroegd met pensioen gaat.

Op zijn onderduikadres begon „het scenariodenken”. Honderden scripts spookten door zijn hoofd. Wie bedreigde hem? Wat had hij misdaan? Wat was de aard van de bedreiging? Wilden ze hem vermoorden? En waarom namen politie en justitie de bedreiging zo serieus dat hij onmiddellijk weg moest uit Nederland? De details werden hem niet verteld. Om veiligheidsredenen. In het belang van het onderzoek. Hij weet het nog steeds niet. Hij weet alleen hoe het allemaal was begonnen.

Helmond heeft last van illegale verkoop van hard- en softdrugs vanuit auto’s en op straat. De gemeenteraad wilde daar iets aan doen en besloot dat er een tweede coffeeshop in de stad mocht komen. Maar nog voor die openging, ramde een terreinwagen de pui. Vlak na de opening werden er explosieven naar binnen gegooid.

En toen bleek de burgemeester zijn leven niet zeker. Jacobs zegt weinig over die onderduikweken in het buitenland. „Ik heb het nog niet op de rit. Ik vind het moeilijk erover te praten ” Hij schudt zijn hoofd. „Mensen die zeiden ‘heerlijk toch, drie weken op vakantie op kosten van de maatschappij’, hebben geen idee.”

Toen hij terug naar huis mocht, hoopte Jacobs dat alles voorbij zou zijn. Maar in plaats daarvan volgde bijna een jaar van intensieve beveiliging. Geen burgemeester in Nederland is ooit zo lang beveiligd. Met een eenheid van bewakers met machinegeweren op het gazon van zijn voortuin. Een gepantserde auto met chauffeur. Beveiligers die bepaalden wat hij wel en niet kon doen.

Hij besloot door te werken, voor zover dat mogelijk was. Hij mocht niet naar openingen of feesten. Het jaarlijkse collegebezoek aan de lokale kermis werd schoorvoetend toegestaan. Op een onaangekondigd moment. Het college werd omringd door een kordon beveiligers.

„Anderen waren thuis gaan zitten. Als ik dat had gedaan, had ik geen leven gehad. Nu was het moeilijk, maar ik heb in elk geval geleefd.” Hij wilde niet zwichten voor de druk. Dat was volgens hem een nederlaag geweest voor de democratie. „Als een bestuurder toegeeft aan chantage, is hij niet geschikt voor zijn vak.”

Soms dook hij plotseling op. Dan bezocht hij een honderdjarige of speldde een onderscheiding op. Maar nooit was er een camera om dat vast te leggen, nooit trof hij een journalist. Niemand mocht van tevoren weten waar Jacobs zou zijn. Zijn eigen vrouw moest zich steeds opnieuw legitimeren als ze haar huis in wilde. Hij mocht maandenlang niet zelf autorijden. Als hij naar een bespreking ging in Den Haag, moesten daar in de vergaderzaal de gordijnen dicht. Tussendeuren werden afgesloten. Altijd stonden er twee beveiligers voor zijn deur. „Ik kon nergens meer onopgemerkt binnenkomen.”

Hij ging die maanden door verschillende stadia, vertelt hij. „Er was een fase van verzet. Toen heb ik eens geprobeerd er ongemerkt vandoor te gaan. Maar binnen een minuut hadden mijn beveiligers me gevonden. Er was geen ontsnappen aan.”

Als hij bij zijn kinderen of vrienden op bezoek wilde, moest hij dat ruim van tevoren melden. De beveiliging bekeek dan of het kon. Raakte hij geïsoleerd? Voelde hij zich eenzaam? Vreesde hij voor zijn vrouw en kinderen? Was hij bang? Het zijn vragen die zijn mond doen verstrakken, vragen die hij niet beantwoordt. Steeds herhaalt hij dat hij veel nog niet heeft verwerkt. Over zijn vrouw en kinderen zegt hij alleen: „Natuurlijk hebben die me gesmeekt het bijltje erbij neer te gooien.”

Jacobs zegt dat hij justitie niets verwijt, ook al is uiteindelijk niemand opgepakt. „Ik weet dat die mensen zich geweldig hebben ingespannen. Maar je moet in Nederland bewijzen verzamelen. En dat is lastig.” Dat hem nooit is verteld van wie de bedreigingen kwamen en wat ze precies inhielden, vindt hij op zijn zachtst gezegd moeilijk. Maar hij legt zich erbij neer. Hij is blij met alle steun die hij kreeg. Van familie, vrienden, vanuit Den Haag, van de commissaris van de koningin. Maar ook van wildvreemden die hem een bloemetje stuurden (dat de beveiliging dan eerst aannam en controleerde).

Hij windt zich er wel over op dat een burgemeester, een uitvoerder van besluiten, in Nederland zo bedreigd kán worden. „Dat vind ik onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. Dat er geen respect is voor bestuurders die verantwoordelijkheid nemen. Dat mensen hun eigen vrijheid meer waard achten dan die van anderen.”

Heeft het afgelopen jaar hem veranderd? Hij weert de vraag af, speelt hem door aan zijn woordvoerder. Die mompelt: „Nou, je bent inmiddels wel weer iets relaxter.”

Nu gaat de gemeente zich toch ook maar opnieuw buigen over haar coffeeshopbeleid. Nee, daar is hij niet bang voor. Het leven gaat door.

Mensen moeten ook niet denken dat hij als gevolg van de bedreigingen vervroegd stopt. Hij wordt volgend jaar 65 en had met zijn gezin afgesproken dat ze het op Eerste Kerstdag over zijn pensioen zouden hebben. „Vreselijk. Ik zou het liefst doorwerken tot mijn honderdste.”

Onder de kerstboom constateerden ze dat het een „godswonder” is dat hij, al dertig jaar diabeet, het 26 jaar als burgemeester in verschillende gemeenten heeft uitgehouden. Het gezin stelde vast dat hij niet lang voor zijn verjaardag moest stoppen, omdat dat nadelig zou zijn voor zijn pensioen. Al pratend kwamen ze tot: vervroegd stoppen op 1 november. Trots: „Het woord beveiliging is niet één keer gevallen.”

Nu moet hij naar Den Haag. Hij mag sinds kort weer zelf autorijden. Voor hij in zijn Audi stapt, staat hij even midden op straat, alleen. Zonder beveiligers, zonder dat hij zich hoeft te verbergen. Hij lijkt wat gespannen, maar misschien is dat verbeelding.