Filosofen zijn ook maar denkers

In boekwinkels liggen de boeken over levenskunst torenhoog opgetast. Maar naar het werk van echte vakfilosofen is het lastig zoeken. Toch is het er wel degelijk. Wie zijn deze beroepsdenkers?

Een meewarige glimlach, soms ook een beetje bewonderend. Dat kon ik als student filosofie verwachten van een automobilist die me als lifter meenam. „Ga ik later ook doen”, zei een zakenman een keer op de snelweg. „Een beetje nadenken over het leven.” Inderdaad. De moeizame inleidingen Logica-I en -II, waarop ik had zitten zweten, waren opeens verdampt.

Filosofie is ‘een beetje nadenken over het leven’ – en doen we dat niet allemaal?

De zakenman bleek een vooruitziende blik te hebben. Wie tegenwoordig in een boekwinkel naar filosofie zoekt, stuit op torenhoog opgetaste levenskunst. Tussen de bezinning-met-Plato en mindfulness-voor-minderjarigen is het soms lastig zoeken naar het werk van echte vakfilosofen.

Die zijn er wel. Noeste academische specialisten die achter de muren van de universiteit hun hoofd breken over de jongste ‘deflationistiche’ waarheidstheorie of het nieuwste computermodel van de geest, of die een zoveelste poging doen om het ontologisch godsbewijs tot leven te wekken met Modale Logica XXIX (nooit gehaald).

Hun werk verschijnt in vakbladen en in sober uitgegeven monografieën die soms de boekhandel bereiken en héél soms doordringen tot een breder lezerspubliek.

Wie zijn die denkers? Hoe zien ze eruit?

Fotograaf Steven Pyke (The New Yorker, Vanity Fair) portretteerde in het boek Philosophers honderd moderne filosofen, paginagroot in zwart-wit. In zo’n vijftig woorden mochten ze op de belendende pagina ook iets over hun werk zeggen.

Pyke doet dat voor de tweede keer. Een eerder boek met (andere) denkers verscheen in 1991. En net als toen portretteert hij hen op een karakteristieke manier: niet flatteus, onopgesmukt, soms verwrongen of zelfs een beetje onsmakelijk. Alsof hij wil zeggen: filosofen zijn ook maar mensen.

Niet iedereen is daarvan gecharmeerd. Sommige filosofen zien er ronduit weird uit, maniakaal grijnzend, verward, scheel of somber, oordeelde recensent (en filosofe) Cynthia Freeland op het blog talkingphilosophy. com. Geen vrolijk volkje, kennelijk. Bovendien: hoezo volkje? Veel groepskenmerken laten de portretten niet zien, of het moet een overdaad aan brillen zijn. Maar de foto’s maken wel iets anders duidelijk: filosofen zijn mensen, ja, maar toch vooral heel onbekende mensen.

Wijsgerige beroemdheden zijn zeldzaam in Philosophers: je komt Umberto Eco tegen, de woeste Sloveen Slavoj Zizek en uiteraard Bernard Henri-Lévy, een filosoof die er altijd uitziet alsof hij in de loopgraaf van de volgende oorlog nog een kam door zijn haar heeft gehaald. Andere denkers zijn niet beroemd, maar wel bekend: Richard Rorty (postmoderne liberaal), Arthur Danto (kunstfilosoof), John Gray (cultuurpessimist), Peter Singer (dierenrechtendenker) en Roger Scruton (born again conservatief).

Maar het overgrote deel van de portretten toont Engelse en Amerikaanse filosofen die rustig over straat kunnen.

Daar hebben we John McFarlane, die een subtiele vorm van relativisme verdedigt; de Hegeliaanse pragmatist Robert Brandom; het echtpaar Churchland (Paul en Patricia) dat ontkent dat er zoiets bestaat als de geest; de onverbeterlijke scepticus Barry Stroud; Crispin Wright, Paul Horwich, Scott Soames, Ernest Lepore, Jakko Hintikka, en vele, vele anderen.

Al deze mensen hebben hun sporen verdiend, met boeken die taaie titels dragen als Realism, Meaning and Truth of, nog beter: Making it Explicit: Reasoning, Representing and Discursive Committment. Ga er maar aan staan, als lifter, voor een vlotte babbel.

O ja, en er zit geen enkele Nederlander tussen. Ook iets om over na te denken.

De portrettengalerij geeft aan hoe specialistisch filosofie aan de universiteit is geworden, ook al wordt de boekhandel dan platgelopen voor mijmeringen over het moderne leven of luxe vertalingen van Kant en Plato. Filosofie is steeds meer verzelfstandigd tot een apart vak, met eigen theoretische problemen. Deze filosofen vertellen geen ‘grote verhalen’ meer.

Dat wil niet zeggen dat hun werk onbelangrijk is – integendeel. Alleen is het niet waar automobilisten op zitten te wachten. Geen idee wat deze filosofen vinden van de islam of de eurocrisis. Geeft niks – zolang ze maar blijven denken. Dat is namelijk menselijk – maar het is tegenwoordig ook een specialisme.

Philosophers, Steven Pyke, Oxford Univer-sity Press, 30,99 euro