Filmexperts krijgen plek in organisatie van Filmfonds

Het Nederlands Filmfonds, verantwoordelijk voor de verdeling van subsidies aan de Nederlandse filmsector, krijgt een nieuwe organisatiestructuur. Voortaan zal een aantal consulenten de bij het fonds ingediende projecten selecteren en begeleiden, in plaats van de huidige filmcommissie met wisselende leden.

Dit maakte Doreen Boonekamp, directeur van het Filmfonds, gistermiddag bekend ten overstaan van een zaal met argwanende regisseurs, producenten en scenaristen. Hun filmplannen en scenario’s worden nu nog beoordeeld door een commissie. Het kan nu voorkomen dat een regisseur meermalen zijn plan moet toelichten als de commissie weer eens van samenstelling is veranderd. Het aanstellen van speciale filmconsulenten moet dit ondervangen, evenals de kans op willekeur en belangenverstrengeling.

Boonekamp wil zo’n zes consulenten aanstellen voor vier jaar. In dienst van het Filmfonds selecteren zij filmplannen en begeleiden een film tot hij af is. Zij adviseren het bestuur dat formeel eindverantwoordelijk blijft voor de uiteindelijke subsidieverdeling. Deze verandering, die moet ingaan in de komende kunstenplanperiode (2013-2016), betekent ook dat de huidige intendanten voor de artistieke en commerciële speelfilm gaan verdwijnen.

Het Filmfonds krijgt de komende vier jaar 9 miljoen euro minder van het ministerie van OC&W. Voor een deel wordt deze bezuiniging opgevangen door een nieuwe organisatiestructuur die minder versnipperd moet worden. Er komen meerdere afdelingen met elk een eigen specialisatie. Dit model is geënt op het Deense Filminstituut, waar het volgens Boonekamp al decennia goed functioneert.

Eén poot richt zich bijvoorbeeld op beginners, de tweede poot is verantwoordelijk voor meer ervaren filmmakers. De zes consulenten worden verdeeld over deze twee poten. Door de bezuiniging kan het Filmfonds nog maar 25 speelfilms subsidiëren: 10 filmhuisfilms en 15 commerciële films; van die 25 mogen er 7 kinder- of jeugdfilms zijn. Ook zal het fonds minder documentaires en korte animatiefilms subsidiëren. Vanaf 2013 betekent dit dat het Filmfonds in de praktijk ongeveer tien filmprojecten minder kan financieren dan nu. Juist nu het zo goed gaat met het marktaandeel Nederlandse films een groot probleem voor de continuïteit van de filmsector, waarschuwde Boonekamp.

Om dit op te vangen pleit Boonekamp voor het instellen van extra stimuleringsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld het naar het fonds terugvloeien van meer geld uit de verkoop van bioscoopkaartjes of het instellen van belastingvoordelen voor filminvesteerders, zoals dat in omringende landen gebruikelijk is.

Het Filmfonds besteedt de komende week aan het nader invullen van allerlei details. Op 1 februari moet het plan bij OC&W liggen. Als die het goedkeurt, is er nog een half jaar tijd om de vele vragen van regisseurs en producenten te beantwoorden.