Een atoombom stuk boycotten

Al tien jaar zoekt het Westen naar effectieve middelen om Iran de voet dwars te zetten bij zijn nucleaire programma. Maar het wonderelixer is al die jaren niet gevonden. Gisteren heeft de Europese Unie de embargomaatregelen tegen Iran niettemin verder aangedraaid.

De EU volgt zo de lijn van de Verenigde Staten. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) sprak in Brussel van „sancties die bijten”. Andere opties tegen Iran blijven wel denkbaar, aldus de bewindsman.

Het klinkt stevig. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het nog maar de vraag is of de sancties in de praktijk ook écht scherpe tanden hebben. De resultaten die in het verleden met embargo’s zijn gehaald, zijn vaak mager geweest. Embargo’s worden vrij simpel omzeild. Erger, vaak profiteren juist die machts- en belangengroepen van sancties die er eigenlijk door getroffen zouden moeten worden.

Nederland heeft daar ervaring mee. Nog nooit was er zoveel olie in de Rotterdamse haven opgeslagen als tijdens de olieboycot door Arabische landen na de Jom Kippoeroorlog van 1973.

Paradoxale effecten kunnen ook bij de Europese sancties optreden. Het begint er al mee dat het olie-embargo van de EU niet sluitend is. Ter wille van de belangrijkste afnemers Italië, Spanje en Griekenland, waar de economie in zware crisis verkeert, worden de bestaande contracten tot 1 juli gerespecteerd. Dat geldt eveneens voor de oude afspraken dat Iran schulden kan aflossen met olie.

Ook als het embargo echt van kracht wordt, blijven er deuren op een kier staan. In de internationale handel kan een vat olie zo worden doorgesluisd of omgekat, dat de herkomst niet meer te traceren is. De tegenstanders van de westerse sancties, zoals Rusland en China, zullen daaraan meewerken, althans geen tegenwerking bieden. En waarschijnlijk zullen de steunpilaren van het islamitische regime in Iran zelf daarvan dankzij machtsposities, netwerken en corruptie juist profiteren.

De cruciale vraag bij boycots is altijd of de gewone onderdanen van het te treffen regime niet onevenredig zwaar worden getroffen. En, nog belangrijker, hoe die burgers dan zullen reageren. Het embargo van de EU treft Iran op een kwetsbaar moment. De economie ontspoort door devaluatie en inflatie. Gewone Iraniërs zijn de dupe. Maar het is twijfelachtig of Iraniërs daarvoor president Ahmadinejad en opperste leider Khamenei verantwoordelijk zullen stellen en het regime, dat zeker geen eenheid is, dan uit elkaar spelen. Het nucleaire project kan rekenen op steun onder de bevolking, ook onder critici van de machthebbers.

De Europese sancties zijn dan ook vooral diplomatieke politiek: een poging om de druk op te voeren en escalatie boven de markt te houden.

Zinloos is dat niet. Omdat er niet wordt gewerkt aan onconventionele politieke pressiemiddelen, zijn er nu bovendien geen alternatieven.