De liberale rechtsstaat is aan het rafelen, door toedoen van de VVD

Het kabinet lijkt weinig waarde te hechten aan het liberale gedachtegoed. Zie de verhoging van griffierechten en de minimumstraffen, constateren Ed Nijpels en Jan Wolter Wabeke.

Aan de Nederlandse rechtsstaat liggen essentiële waarden van het liberalisme ten grondslag. In een rechtsstaat wordt de macht van de overheid begrensd. Het recht fungeert niet als een instrument van die overheid, het staat garant voor vrijheid en rechtsbescherming.

Liberalisme en rechtsstaat staan voor die vrijheid in een evenwicht van rechten en plichten. Zij staan garant voor de principiële scheiding tussen wetgeving, bestuur en rechtspraak en voor rechtszekerheid. Liberalen zijn in de parlementaire geschiedenis de grondleggers en hoeders van onze rechtsstaat. Dat schept verplichtingen.

Het doet pijn om vast te stellen dat het kabinet, door de gedoogconstructie, weinig waarde lijkt te hechten aan dit liberale gedachtegoed en aan de daarbij horende rechtsstatelijke beginselen. De lijst van voorbeelden wordt zorgelijk lang.

In een rechtsstaat geldt dat iedereen, arm of rijk, de mogelijkheid moet hebben om zijn recht te halen en om zich in rechte te verdedigen. Bezuinigingen zijn wellicht onvermijdelijk, maar de nu voorliggende verhogingen van griffierechten maken het voor de gemiddelde Nederlander onbetaalbaar om zijn geschil door rechters te laten beoordelen. Vooral voor de onvrijwillig in een rechtszaak betrokkene ontstaat hierdoor een situatie die een rechtsstaat onwaardig is. Dat geldt voor de middenstander wiens rekening niet wordt betaald of voor degene die door identiteitsfraude ten onrechte met incasso wordt geconfronteerd of bij verstek ten onrechte veroordeeld of aangeslagen. Of voor gescheiden ouders die moeten vechten voor alimentatie of omgangsregeling.

Tweede voorbeeld vormen de wetsvoorstellen die minimumstrafoplegging afdwingen of taakstraffen verhinderen. Deze maatregelen knagen aan de scheiding der machten. Ze vormen een te vergaande bemoeienis met de onafhankelijke rechter en rieken naar wantrouwen in de kwaliteit van de rechtspraak. Ons land behoort binnen Europa tot de top van landen met strenge straffen en relatief voortvarende rechtspraak. De rechtsprekende praktijk geeft daarom geen enkele aanleiding voor dit type symboolwetgeving.

Als de overheid faalt in een snelle afhandeling van asielzaken behoren de gevolgen daarvan niet op de schouders van jonge asielkinderen terecht te komen. Kinderen die geworteld en geaccepteerd zijn in onze maatschappij vormen niet het probleem. Het probleem is de overheid die zijn rechtsbedeling niet op orde weet te krijgen. Pak die rechtsbedeling aan en niet de asielzoeker.

Verwerpelijk was de aankondiging dat gezocht gaat worden naar mogelijkheden om oude pedopriesters, ondanks verjaring van de gepleegde feiten, toch strafrechtelijk te vervolgen. Onze rechtsstaat kent het stelsel van verjaring. Het is mogelijk verjaringstermijnen bij wet aan te passen, maar het getuigt van politiek opportunisme om te suggereren dat met terugwerkende kracht voor individuele gevallen alsnog vervolging zou zijn te regelen.

Door electorale angst gedreven is ook het wetsvoorstel tegen een dubbele nationaliteit. In ons land leven 1.121.645 inwoners met een dubbel paspoort. Van enig aantoonbaar probleem is niets gebleken. Bewijs dat een Nederlander met een Amerikaans of Scandinavisch paspoort overlast veroorzaakt, ontbreekt. Hetzelfde geldt voor een in Nederland geboren en getogen Nederlander met roots in Noord-Afrika die, als hij dat al kan, zijn paspoort wel heeft ingeleverd en die daardoor minder overlast zou veroorzaken. Dit is gelegenheidspolitiek, waarbij decennialang bestaande rechten in een opwelling worden ontzegd zonder dat daar ook maar een probleem wordt opgelost, nog sterker, het schaadt in ernstige mate de internationale positie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Twee laatste voorbeelden van gebrek aan respect voor de rechtsstaat zijn niet van doen, maar van laten.

Als eerste de onthutsende contractbreuk ten opzichte van de Vlaamse overheid rondom de Hedwigepolder. Wat nou afspraken met een regering van een buurland, wat nou verdragsrechtelijke verplichtingen, wat nou gezag van de Europese Commissie? Contractgebondenheid en betrouwbare overheid? Moeten Nederlandse burgers het eigen kabinet als voorbeeld nemen en ook alle wetgeving aan de laars lappen? En gelden voor het door Nederland gepropageerde afdwingen van de afspraken rond de euro door de Europese Commissie opeens andere rechtsbeginselen?

Een laatste voorbeeld: het kabinet laat de weigerachtige trouwambtenaar ongemoeid. Voorbij werd gegaan aan gelijkheid voor de wet en het uitgangspunt dat de wet dient te worden gehandhaafd. Weigerambtenaren die hun taken selectief uitvoeren en publieke dienstverlening ontzeggen aan bepaalde groepen, functioneren niet volgens hun aanstelling. Door alle ceremoniële franje rondom het burgerlijke huwelijk lijkt vergeten te zijn dat de ambtenaar niet degene is die echtparen trouwt. Volgens de wet doen die dat zelf: paren trouwen met elkaar en de ambtenaar verleent daarvan akte en zorgt voor de registratie. Die dienstverlening dient te geschieden zonder aanzien des persoons en zonder inspraak van religieuze organisaties.

De rij van voorbeelden is lang en wordt misschien nog langer. Niemand hoeft ons te vertellen dat politiek bestaat uit het sluiten van compromissen. Ook de VVD hoeft daar niet vies van te zijn. Maar liberalen hebben door de eeuwen heen wel laten zien waar het compromis de grenzen van de rechtsstaat overschrijdt. Helaas is dat nu te vaak het geval.

De liberale rechtsstaat is aan het rafelen.

Ed Nijpels was onder meer lijsttrekker van de VVD in 1982 en 1986, minister van VROM, burgemeester en commissaris van de Koningin. Jan Wolter Wabeke was tot 2011 de Financiële Ombudsman, eerder Hoofdofficier van Justitie en is thans werkzaam als raadsheer.