De lakse co-assistent is weer te laat

Volgens co-assistente Mara Simons zijn veel chirurgen arrogant, maar er zijn ook veel luie co-assistenten

Chirurg in opleiding

Maandagochtend, half acht. Eén voor één druppelen de witte jassen al keuvelend binnen. De meeste arts-assistenten kiezen een plekje aan de tafel, zodat ze aantekeningen kunnen maken. De bazen zitten meestal op hun stoeltjes aan de zijkant, tegen de verwarming. De co-assistenten kruipen samen aan de andere kant van de ruimte.

Als je wat later binnendruppelt en ‘je stoel’ is bezet, dan zit je gewoon ergens anders. Dat geldt voor zowel co-assistent als baas.

Stipt half acht begint de nachtploeg met zijn overdracht. Alle zieken en gewonden die opgenomen zijn het afgelopen weekend worden besproken. Er wordt volop gediscussieerd. Om 8:00 uur staat het hele operatieteam samen op de operatiekamer rond de wakkere patiënt voor het doornemen de time-out checklist. Daarna begint de inleiding en wordt iedereen geacht muisstil te zijn. Dat is meestal het moment waarop de co-assistent binnenkomt.

‘Waarom is de chirurg zo arrogant?’, vroeg co-assistent Mara Simons zich af (Opinie, 19 januari). Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat er tussen de chirurgen en zelfs arts-assistenten soms wat minder sociaal vaardige types zitten. Helaas, het zijn net mensen. Maar ik vond mijn tijd als co-assistent verrukkelijk: vanaf de zijlijn in alle keukens meekijken. Wat een weids pallet aan pathologie. Wat mooi om patronen te herkennen in het type mens dat ervoor kiest een bepaalde specialist te worden: psychiaters zijn toch hele andere mensen dan bijvoorbeeld urologen, radiologen of huisartsen. Ze benaderen problemen en patiënten anders en hebben vaak als specialistengroep hun eigenaardigheden.

Zo zijn chirurgen vaak heel direct en besluitvaardig. Er moet een bepaalde hardheid zijn om een mes in een medemens te kunnen zetten voor het goede doel. Ze moeten op een ongevalskamer binnen luttele seconden keuzes maken, die desastreuze gevolgen kunnen hebben. Uren twijfelen en nog eens alle puntjes op een rij zetten, is er niet bij. Dat vraagt om een zekere zelfverzekerdheid, om een specifiek type mens.

Een chirurg kan vrijwel niets in zijn eentje en werkt altijd in grote teams. Een team komt in opstand als jij niet doet aan ‘fair play’. De excessen die soms door co-assistenten worden gevonden, zijn inderdaad beschrijvingswaardig, maar uitzonderlijk.

Niet zo uitzonderlijk als de lakse co-assistent helaas. Zeer waarschijnlijk valt pseudoniem Mara Simons niet onder deze categorie, maar een aantal van haar collega’s wel. Niet komen opdagen bij overdrachten, halverwege operatiekamers binnenvallen met als enige vraag: mag ik steriel staan, zonder ook maar enig idee te hebben van de operatie die plaatsvindt. Patiënten zien met loswapperende lange haren en open witte jas op hoge hakken, behangen met sieraden. Je niet voorstellen als je een poli of operatiekamer opkomt. Stil in een hoekje gaan zitten in de spreekkamer. Geen vragen stellen over beslissingen die worden gemaakt of bijzonderheden die je ziet.

De lakse co-assistent ziet zijn co-schappen kortom niet als een leerweg, maar als noodzakelijk kwaad, waarbij je probeert zoveel mogelijk je snor te drukken. Bij een operatie staan en vragen stellen als: ‘wanneer gaat u de ductus choledochus doornemen?’ Vrij vertaald als: wanneer maakt u deze patiënt dood? Want de essentie van een galblaasoperatie is toch vooral om de galwegen niet te beschadigen. Maar de co-assistent maalt niet zo om details als het verschil tussen ductus cysticus of choledochus. Want over drie weken heeft hij neurologie en dan vraagt niemand naar zo’n ductus. En bij dit laatste voorbeeld schets ik dan nog de alerte co-assistent die überhaupt weet heeft van structuren die bij een galblaas in de buurt lopen.

De co-assistent die vóór zijn co-schappen al heeft bedacht dat-ie ‘toch niet iets chirurgisch wil doen’ is vaak in geen velden of wegen te bekennen. Let op, hooggeëerd publiek, ook deze mensen in witte jassen staan over maximaal twee jaar aan uw ziekbed als verantwoordelijke dokter.

Ik adviseer co-assistenten altijd om te genieten van de tijd als co-assistent. Zorg dat je zo veel mogelijk mee krijgt van elk vakgebied, ook al weet je dat je iets anders wilt worden. Ga op zoek naar het type mens in de dokter en voel waar jij de meeste aansluiting bij vindt. Ben je een doener of denker? Ben je een teamspeler in het ziekenhuisleven of ben je liever ondernemer in je eigen kleine tokootje? Hou je van menselijk contact of heb je liever een consultatieve functie vanuit bijvoorbeeld een laboratorium?

Wat je ook wil, communicatie is voor elke arts onontbeerlijk. Want hoe je het ook wendt of keert, niemand van ons gaat als een piloot een geprotocolleerde vlucht van A naar B uitvoeren, waarbij in checklists genoteerde hordes op de weg kunnen komen.

Om acht uur worden ook de poli’s opgestart. Een wervelwind van het patiënten zien, diagnoses stellen, snel schakelen en keuzes maken. Geen tijd voor chitchat. Het gaat hier soms om levensbepalende beslissingen, waarbij liever niemand over één nacht ijs gaat. Maar waarbij de tijd dringt en er vlot gehandeld moet worden.

Denk aan een vrouw die op de poli komt omdat ze een knobbel in haar borst heeft gevoeld. Op één dag ziet zij de chirurg of zijn arts-assistent, wordt ze onderworpen aan een waslijst aan vragen en lichamelijk onderzoek, krijgt ze een vervelende ‘borstplet’ foto, meestal gevolgd door een echo. Daarna vaak een punctie met een dikke naald in de borst. Daarna weer terug naar de chirurg.

De chirurg heeft in de tussentijd de kans op kwaadaardige ziekte besproken met de radioloog, de patholoog, de radiotherapeut, de internist-oncoloog in een multidisciplinair overleg tijdens lunchtijd, waar alle nieuwe en geopereerde patiënten van die week worden besproken. De patiënt krijgt het oordeel – vaak niet mild. En voor ze het nieuws tot zich door kan laten dringen, moeten er papieren worden ingevuld, moeten er bloedafnames volgen en moet er een bezoek aan de anesthesist worden gebracht. Alles opdat de patiënt zo spoedig mogelijk op het operatieprogramma staat. Een controlepatiënt die al jaren kankervrij is, kan dan een rustpunt in het overvolle spreekuur zijn.

Beste co-assistent, laat je niet afschrikken door een exces. Echt waar, geen enkele chirurg zal zó hard werken, zó veel uren maken en zó veel voor zijn patiënten doen, puur uit sadisme en arrogantie.