De co-assistent is weer eens te laat

Volgens co-assistente Mara Simons zijn veel chirurgen arrogant. Dit kun je vinden, maar veel co-assistenten zijn nogal lui, riposteert Susanne van der Velde.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Maandagochtend, half acht. Eén voor één druppelen de witte jassen al keuvelend binnen. De meeste arts-assistenten kiezen een plekje aan de tafel, opdat ze aantekeningen kunnen maken. De bazen zitten meestal op hun stoeltjes aan de zijkant, tegen de verwarming. De co-assistenten kruipen samen aan de andere kant van de ruimte. Als je wat later binnendruppelt en ‘je stoel’ is bezet, dan zit je gewoon ergens anders. Dit geldt voor zowel co-assistent als baas.

Stipt half acht begint de nachtploeg met zijn overdracht. Alle zieken en gewonden die het afgelopen weekend zijn opgenomen, worden besproken. Er wordt volop gediscussieerd. Om 8.00 uur staat het hele operatieteam op de operatiekamer, voor het doornemen van de ‘time-out checklist’. Hierna begint de inleiding. Iedereen wordt geacht muisstil te zijn. Dit is meestal het moment waarop de co-assistent binnenkomt.

‘Waarom is de chirurg zo arrogant?’, vroeg co-assistent Mara Simons zich af in NRC. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat er enkele minder sociaal vaardige types zitten tussen de chirurgen, maar ik vond mijn tijd als co-assistent heerlijk – vanaf de zijlijn in alle keukens meekijken. Wat mooi om bepaalde specialisten te herkennen: psychiaters zijn heel andere mensen dan urologen, radiologen of huisartsen. Iedere specialist benadert de patiënten anders. Iedere groep specialisten kent haar eigenaardigheden.

Direct en besluitvaardig

Zo zijn chirurgen vaak direct en besluitvaardig. Je moet een bepaalde hardheid bezitten om het mes te kunnen zetten in een medemens. Ze moeten op een ongevalskamer binnen seconden keuzes maken, die desastreuze gevolgen kunnen hebben. Uren twijfelen en nog eens alle puntjes op een rij zetten is er niet bij. Dit vraagt om een zekere zelfverzekerdheid, om een specifiek type mens.

Een chirurg kan vrijwel niets in zijn eentje. Hij werkt altijd in grote teams. Zo’n team komt in opstand als je niet aan ‘fair play’ doet. De excessen die soms door co-assistenten worden gevonden, zijn beschrijvingswaardig, maar uitzonderlijk.

Minder uitzonderlijk dan de lakse co-assistent helaas. Waarschijnlijk valt het pseudoniem Mara Simons niet onder deze categorie, maar een aantal van haar collega’s wel. Ze komen niet opdagen bij overdrachten of vallen halverwege een operatie de kamer binnen, met als enige vraag: „mag ik steriel staan”, zonder ook maar enig idee te hebben van de operatie. Patiënten zien ze met wapperende haren, open witte jas en op hoge hakken. Ze stellen zich niet voor als ze een poli of operatiekamer binnenkomen en stellen geen vragen over genomen beslissingen of bijzonderheden die ze zien.

De lakse co-assistent ziet zijn co-schappen kortom niet als een leerweg, maar als noodzakelijk kwaad, waarbij hij probeert zo veel mogelijk zijn snor te drukken.

De co-assistent die vóór zijn co-schappen al heeft bedacht dat-ie ‘toch niet iets chirurgisch wil doen’ is vaak in geen velden of wegen te bekennen. Ook deze mensen in witte jas staan over twee jaar aan uw ziekbed als verantwoordelijke dokter.

Ik adviseer co-assistenten altijd om te genieten van de tijd als co-assistent. Zorg dat je zo veel mogelijk meekrijgt van elk vakgebied, ook al weet je dat je iets anders wilt worden. Ga op zoek naar het type mens in de dokter. Voel waar je de meeste aansluiting bij vindt. Ben je een doener of denker? Ben je een teamspeler in het ziekenhuis of ben je liever ondernemer in je eigen kleine tokootje? Hou je van menselijk contact of heb je liever een consultatieve functie vanuit een laboratorium?

Wat je ook wilt, communicatie is voor elke arts onontbeerlijk. Alles gaat snel, maar moet ook duidelijk zijn. Het is soms een wervelwind van patiënten zien, diagnoses stellen en keuzes maken. Voor chitchat is geen tijd. Het gaat soms om levensbepalende beslissingen. Niemand gaat over één nacht ijs.

Denk aan een vrouw op de poli die een knobbel in een borst voelt. Op één dag ziet zij de chirurg, wordt ze onderworpen aan een waslijst aan vragen en lichamelijk onderzoek, krijgt ze een vervelende ‘borstpletfoto’, meestal gevolgd door een echo, daarna vaak een punctie met een dikke naald in de borst en ten slotte weer terug naar de chirurg voor een gesprek. Alles moet snel, opdat de patiënt zo spoedig mogelijk op het operatieprogramma staat.

Beste co-assistent, laat je niet afschrikken door een exces. Echt waar, geen enkele chirurg zal zó hard werken, zó veel uren maken en zó veel voor zijn patiënten doen, puur uit sadisme en arrogantie.

Susanne van der Velde is chirurg in opleiding.