Brieven

Fietsen zonder helm

Fietsen is levensgevaarlijk. Daarom zouden kinderen het eigenlijk niet moeten doen, en als het dan echt moet, dan kunnen ze maar beter een helm dragen. Tot deze conclusie komen de onderzoekers van de SWOV (Stichting wetenschappelijk onderzoek verkeersveiligheid) in hun nieuwsbrief. Deze mening wordt naar mijn idee breed gedeeld door ouders van jonge kinderen tegenwoordig.

Op het Nationaal Congres voor de Kindveiligheid in Utrecht op 20 januari doet de Stichting Consument en Veiligheid een boekje open over de verschrikkelijk gestegen aantallen ongelukken met letsel door kinderen op de fiets: in de leeftijd tot 4 jaar is het aantal 34 procent gestegen en in de leeftijdsgroep tussen de 9 en de 12 jaar 35 procent. Het aantal kinderen dat in het ziekenhuis terechtkwam, bedraagt 2000.

Op een bevolking van miljoenen is dit natuurlijk een heel klein aantal. Ja: waar gehakt wordt, vallen spaanders, van leven ga je dood. Maar moeten we nu met zijn allen onze kinderen gaan verbieden te fietsen? Of ze alleen volledig geïsoleerd met schokdempers de straat op sturen? Mij lijkt het beter hun eerst maar eens de kans te geven goed te leren fietsen.

In onze buurt zie ik bijna nooit kinderen fietsen. Vroeger (toe oma, vertel…) was dat onze favoriete wijze van vervoer. Hele dagen fietsten we rond, en als we ergens met een groepje stilstonden, was dat met onze billen op de bagagedrager – handig! We leerden onze fietsen net zo goed kennen als cowboys hun paard, en het verkeer was onze prairie.

Dat had als gevolg dat we het verkeer en onszelf goed inschatten, waardoor we blijkbaar ook minder vaak ongelukken maakten. Tegenwoordig mogen kinderen pas op hun achtste beginnen met fietsen, en dan alleen naast papa in het weekend een blokje om; die hebben tegen de tijd dat ze naar school moeten fietsen (als ze dat al mogen) veel te weinig kilometers gemaakt.

Ik zou zeggen: ouders, zet je kind van jongs af aan op de fiets, pak hem zelf ook eens, dan hoef je niet naar de sportschool, en leer ze goed te fietsen. Die conclusies van die verkeersveiligheidsjongens: angstzaaierij!

Mirjam van Zelst

Moeder van een goed fietsende zesjarige

Laat jongeren sparen

De pensioenleeftijd gaat omhoog. Mensen die nu 25 jaar zijn, zullen misschien wel werken tot zij 75 jaar zijn. Als we ervan uitgaan dat iemand ongeveer veertig jaar nodig heeft om een oudedagsvoorziening op te bouwen, dan kunnen mensen die nu 25 zijn, nog tien jaar voor iets anders sparen. Zij doen er goed aan hun werkgevers te vragen om de werkgeversbijdrage voor hun pensioen niet aan te wenden voor hun oudedagsvoorziening, maar voor een door dezelfde werknemer zelf te kiezen spaardoel. Daarnaast is het verstandig dat zij het bedrag dat zij in het huidige systeem zelf aan pensioenpremie betalen, aanwenden voor hetzelfde alternatieve spaardoel.

Mensen tussen de 25 en 35 jaar hebben veel geld nodig. Er is nog wel eens sprake van studie- en hypotheekschulden. Daarnaast is er geld nodig om kinderopvang te betalen en het minder werken door een van de ouders te compenseren. Daarbij komt het min of meer nieuwe inzicht dat mensen er goed aan doen om ook als zij een eerste huis kopen daar zelfgespaard geld in steken. Kortom, het later met pensioen gaan, is goed nieuws voor de jongeren.

Ouderen maken nogal eens de dienst uit in de wereld waar pensioenafspraken worden gemaakt. Het woord solidariteit wordt in die wereld vaak in mond genomen. Het is tijd om solidair te zijn met jonge werknemers en hun financiële zorgen te verlichten.

Jaap van Manen

Hoogleraar Corporate Governance