Bewaker van de Nederlandse democratie

Er is maar één echte vicepresident in Nederland, de vicepresident van de Raad van State. Niks onderkoning, er is ook maar één koningin. De vicepresident is het boegbeeld van een voor velen wat mysterieuze Raad en als zodanig de bewaker-in-stilte van de staatkundige verhoudingen – een taak die Herman Tjeenk Willink sinds zijn aantreden in 1997 buitengewoon serieus heeft opgevat.

Beleefd maar vlijmscherp waren zijn jaarlijkse röntgenfoto’s van het politieke bestuur van dit land. In zijn doorwrochte ‘algemene beschouwingen’ legde hij in gewoon Nederlands de ontwikkelingen bloot die aanzien en doelmatigheid van de overheid bepalen. Wie wil weten waarom betrekkelijk veel niet lukt in Den Haag, kan daar beginnen.

Bij alle reorganisaties van ministeries, bij de grootscheepse afstoting van overheidstaken, in het sterk veranderde verkeer tussen parlement en regering ontbreekt zijns inziens de fundamentele analyse van de de taak die de spelers in het staatsbestel hebben te vervullen. „‘Het politieks’ is verbestuurlijkt en het bestuur is – in zijn denken – vermarkt”, schreef hij in 2010. „In het marktdenken is geen plaats voor de eigen identiteit en de waardenrationaliteit van instituties.”

Als vicepresident ging het Tjeenk Willink niet om de gewichtigheid van instituties maar om het behoud van evenwicht, om het in stand houden of organiseren van noodzakelijke tegenwichten.

De Raad van State adviseert over voorgenomen wetgeving en de Afdeling Rechtspraak is de hoogste rechter voor geschillen tussen burger en overheid en tussen overheden onderling. Juist door de verbinding tussen die functies, die bestuurlijke ervaring en grondige rechtskennis bij elkaar brengt, kan de Raad als instituut gezag uitoefenen, is de overtuiging van de vertrekkende vicepresident.

Tjeenk Willink heeft in zijn beschouwingen en praktische adviezen aan wie hem daar om vroeg vaak gepleit voor de politieke rol van het parlement. Kamerleden moeten niet te bestuurlijk denken, daarmee wordt het maken van keuzen over de inrichting van het land instrumenteel, omschreven als een output-vraagstuk in plaats van een waardenkeuze.

Dat pleidooi voor herstel van het politieke in het openbaar bestuur kwam niet voort uit Tjeenk Willinks zware politieke voorkeuren. Als PvdA-lid stond hij nooit in de keuken worsten te maken, zoals zijn opvolger Donner de laatste jaren in de CDA-keuken werkte.

De trias politica, de leer der machtenscheiding tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, is maar een theorie. De Raad van State gaat er praktisch mee om, maar ook principieel. Dat zal zo blijven. De vicepresident is dood. Leve de vicepresident.

Marc Chavannes