Wie was de hufter?

Het was geen wereldschokkend incident, en het zal veel (sport)pagina’s niet eens halen, maar toch was het een voorval dat me bleef bezighouden toen ik het in een filmpje op internet gezien had. Misschien omdat het iets te maken had met het veelbesproken thema van de zogeheten verhuftering.

Was zoiets ook al gaande op die brave tennisbaan?

Het gebeurde in de achtste finales van de Australian Open. De Tsjech Tomas Berdych speelde tegen de Spanjaard Nicolás Almagro. Bij een korte slagenwisseling stormde Almagro naar voren om een bal te retourneren. Berdych stond ongeveer anderhalve meter aan de andere kant van het net de reactie af te wachten. Almagro sloeg daarop een snoeiharde bal, schuin over het net, naar het bovenlichaam van Berdych, die moest wegduiken om niet vol in zijn gezicht getroffen te worden. Punt voor Almagro.

Almagro stapte meteen naar voren en bood met enkele handgebaren zijn excuses aan. Berdych bekeek hem niet en liep terug om verder te gaan met zijn opslag. De partij ging door, Berdych won. Toen hij de baan afliep, stak hij even zijn hand op naar Almagro, maar hij liep niet naar het net om hem een hand te geven.

Het publiek keerde zich daarop furieus tegen Berdych. Hij kon zich bijna niet verstaanbaar maken terwijl hij op de baan over het incident geïnterviewd werd, zó luid was het boegeroep. Berdych zei: „Ze doen maar wat ze willen, maar als iemand de bal recht in je gezicht wil slaan, vind ik dat niet fijn, zeker niet als er alle ruimte is op de baan.”

Berdych had opzichtig gebroken met een oeroude en schone traditie in de tennisport: het handen schudden na afloop. Ik kan me niet herinneren zoiets eerder te hebben gezien, behalve tussen de gebroeders Abrahams die in hun jonge jaren beiden slecht tegen hun verlies konden.

Wat er ook is gebeurd – protesteren, intimideren, schelden – altijd is er dat moment na afloop dat moet betekenen: zand (hand) erover.

Berdych overtrad die ongeschreven regel en werd er door het publiek voor gestraft. Maar wie was nou eigenlijk de onsportieve hufter, vroeg ik me af. Almagro of Berdych? Ik bekeek het fragment nog een aantal malen. Berdych had gelijk: het was een slag naar zijn gezicht terwijl er nog genoeg ruimte om hem heen was. Maar was het opzet? Volgens Berdych wel.

Om dat goed te kunnen beoordelen werd opeens de stand in de partij van belang. Had Almagro er misschien op dat moment extreem veel belang bij om juist dit punt te winnen? Ik keek opnieuw naar het fragment en, jawel, er stond voor beiden veel op het spel. Berdych leidde met twee sets tegen een, stond in de vierde set op 5-5 en was aan service. Zijn zege was nabij: nog twee te winnen games. Het incident ontstond toen Almagro met 30-0 in deze game leidde; nog twee winnende klappen en hij stond met 6-5 voor. (Uiteindelijk won Berdych de set alsnog met 7-6, en daarmee de partij.)

Naarmate ik meer feiten kende, begon ik meer begrip voor Berdych te krijgen. Hij weigerde excuses te aanvaarden; dat had misschien weinig grandeur, maar het was wel begrijpelijk. Die kogel van Almagro had hem in het ziekenhuis kunnen doen belanden. Ten slotte zag ik beelden van de persconferentie met Almagro. „Probeerde u ’m te raken?”, werd hem tot tweemaal toe gevraagd, en beide keren antwoordde hij onbewogen: „Ik probeerde het punt te maken.”

In de ontwijking toont zich de dader. Almagro, hufter!