Vinvis zoekt 'nette' stek

Het Groninger universiteitsmuseum zoekt een thuis voor een vinvisskelet. „Er wordt een grap van gemaakt, terwijl we een goede en serieuze oplossing zoeken.”

De naam Doortje wil hij niet meer horen. De vinvis is namelijk een mannetje, zegt directeur Rolf ter Sluis van het Universiteitsmuseum Groningen. Er wordt een nieuwe stek gezocht voor het Groninger vinvisskelet. De walvisachtige is opgezet 20 meter lang, vier meter breed en weegt tussen de 1,5 en 2 ton. Sinds vijf jaar liggen zijn in bubbeltjesplastic gewikkelde botten in de fietsenkelder van het Biologisch centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Nu het gebouw in Haren is verkocht, moet de vinvis weg. Maar waarheen? Ter Sluis zoekt een nieuw onderkomen voor de vinvis. Toen het nieuws vrijdag bekend werd, sprongen de media er bovenop. „Zij doopten het dier Doortje. Maar ik hou het bij De Gewone Vinvis.” Inmiddels is de vinvis op Facebook een hit. De redacteuren van de universiteitskrant die het nieuwtje als eerste meldden maakten een pagina voor hem aan. Ter Sluis is er niet gelukkig mee. „Er wordt een grap van gemaakt, terwijl we een goede en serieuze oplossing zoeken.” Natuurmuseum Fryslân had belangstelling. Die hebben al een potvis. Maar het opgezette geraamte van de gewone vinvis is te groot voor Leeuwarden.

De vinvis spoelde in 1910 aan op de Zeeuwse kust bij Burgsluis. Aan de zijkant van een viskotter werd hij naar Zoutkamp gesleept. Jarenlang diende hij als studiemateriaal voor aankomende Groningse bio- en zoölogen. In 2007 zou hij in volle glorie worden opgehangen in het Groninger Natuur Historisch Museum. Het gevaarte was al geprepareerd en kon met haken worden opgetakeld en opgehangen. Maar die mooie plek ging aan zijn neus voorbij. Het museum sloot, wegens bezuinigingen, zijn deuren voorgoed. De vinvis werd opgeborgen. Keurig en veilig, dat wel. Tot het Biologisch Instituut werd verkocht. Dus wordt nu een „nette” stek gezocht. Ter Sluis heeft al een serieus aanbod. Van wie wil hij niet kwijt. „Er is een museale code voor het verantwoord afstoten van museummateriaal.” Hij kreeg ook aanbiedingen van kunstenaars en sjamanen. „Een mevrouw wilde erg graag de onderkaak hebben”, buldert hij van het lachen. „Maar ja, het is natuurlijk niet de bedoeling dat we Vinvis gaan verzagen.”

Een stranding van een vinvis in Nederland is vrij zeldzaam. Naturalis in Leiden heeft een jong exemplaar van acht meter. Ook het Universiteitsmuseum Utrecht heeft er een. De kop van het skelet daarvan – 900 kilo – is vorige week opgehangen in het depot. Dit dier strandde in 1899 bij Loosduinen. In Utrecht ligt het skelet overigens ook in delen opgeslagen omdat er geen ruimte is hem in volle omgang te tonen.