Veranderen

„U vertegenwoordigt het vmbo van de lectuur”, zei ik tegen Gerda van Wageningen.

„Klopt”, zei ze.

Op haar werk wordt ook neergekeken, terwijl een groot deel van de mensen erop is aangewezen. Dit noemde zij bij herhaling „het stigma”.

Zij schrijft eenvoudige streekromans en psychologische romans. Nu verschijnt haar honderdste titel in dertig jaar. Zij verkocht al ruim tweeënhalf miljoen boeken en staat vijfde op de lijst van meest gelezen auteurs in Nederland, boven J.K. Rowling.

Voor het Boekenbal werd zij nooit uitgenodigd. Deze krant noemde haar naam slechts twee keer, bij toeval bijna, in korte televisierecensies. En dat is twintig jaar geleden.

Zij woont in een vinexwoning in Oud-Beijerland. Het dorp raakt uit zicht, tussen rotondes en de onvermijdelijke accountants- en advocatenkantoren. Zaterdag was daar een feest voor haar. Zij kreeg een gelegenheidsglossy, Gewoon Gerda, en een erepenning van de burgemeester.

Zondagochtend mocht ik bij haar thuis komen. Een aandoenlijke blinde spaniël stortte zich op me.

„Volgende week krijgt hij een spuitje”, zei zij. De hond is oud en op.

Even nuchter vertelde zij over haar orthodox-christelijke opvoeding, het vertrek van haar man, en haar homoseksuele zoon.

Opvoeding: „Ik geloof nog wel, maar niet meer in de kerk.”

Man: „Die had ook moeite met mijn succes, dat is logisch, voor onze generatie.” Ze is 65 jaar.

Zoon: „Ik vertel het de familie wel, heb ik gezegd. Daarna was alles in orde.”

Hij woont nu met haar Mexicaanse schoonzoon, „een lieverd”, in Engeland. Daar is hij „iets op CEO-niveau bij de Bank of Scotland.”

Zij zit thans „volop in de kerkorgels”, voor een volgende historische roman over, inderdaad, kerkorgels. „En daarna ga ik eens schrijven over heel foute mannen.”

Een man die flink fout was in de oorlog, dacht ze, en daarna „ontzettend” vreemdgaat. „Maar dit alles met een positieve inslag.”

Ik verslikte me. Hoe?

Zij schaterde: „Ja! Nou! Hoe gaat zij daarmee om? Hoe kan zíj zich oprichten en daarmee leven?”

Gerda van Wageningen keek nu ronduit assertief. Ik begon me te verheugen op Pauw en Witteman, die zo moeizaam vrouwelijke gasten schijnen te kunnen vinden. Zij is uitgenodigd voor vanavond, maar als ‘reserve’. Tweede keus dus.

Flaptekst van haar honderdste boek, Onrustig hart: „De komst van een suikerfabriek in Oud-Beijerland in het jaar 1902 verandert veel in het dorp. Er komt werk! Maar er komen ook vreemde arbeiders in het dorp wonen, die gewend zijn aan een ander geloof.”

Ze schreef al over spermadonoren en over overvallen op een juwelier. Maar nog niet over buitenlanders.

Eerst de kerkorgels, zei zij. Dan de heel foute mannen. En o ja, nog een boek over een nierdonor. Daarna misschien.

In haar boeken moet alles goed aflopen. Haar Nederland verandert daarom langzamer. Maar uiteindelijk verandert het toch mee.