Turngevecht is nu een woordenstrijd

Turner Jeffrey Wammes stelt dat hij naar de Spelen moet worden gestuurd, omdat Epke Zonderland niet aan de selectiecriteria heeft voldaan. De KNGU bestrijdt zijn visie.

Moet turner Epke Zonderland of zijn collega Jeffrey Wammes worden uitgezonden naar de Olympisch Spelen in Londen? Wie het weet mag het zeggen. Wammes meent als enige aan alle kwalificatie-eisen te hebben voldaan. Vandaar dat hij donderdag, in een brief van zijn advocaat Paul Scholten aan de turnbond KNGU, toewijzing opeist. Volgens de bond interpreteert Wammes de regels verkeerd. De KNGU verzond zaterdagavond laat een persbericht waarin staat dat Zonderland ook aan alle selectiecriteria heeft voldaan.

Nu het turngevecht in de zaal is gevoerd, is het vervolg ontaard in een woordenstrijd, mogelijk met juridische gevolgen. Indien Zonderland wordt aangewezen voor de Spelen overwegen Wammes en zijn advocaat een gang naar de rechter.

Volgens zowel Ad Roskam, interim topsportmanager van de KNGU, als Maurits Hendriks, technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF, kan de turner zich die moeite besparen, omdat de reglementen duidelijk zijn. Beiden menen dat zowel Wammes als Zonderland aan alle kwalificatieregels heeft voldaan.

Doorslaggevend bij de voordracht van de turnbond aan NOC*NSF wordt daarom het criterium ‘medaillekansen’. En daar wringt de schoen voor Wammes, omdat Zonderland de laatste drie jaar aanzienlijk succesvoller is geweest en met de Europese titel en twee zilveren WK-medailles heeft bewezen in Londen een podiumkandidaat op het toestel rek te zijn.

De kern van het meningsverschil tussen Wammes en de sportautoriteiten schuilt in het begrip ‘vormbehoud’. Wammes meent twee weken geleden tijdens het olympisch testevent in Londen aan de eis te hebben voldaan met zijn zilveren medaille op rek. Volgens hem is er bij Zonderland geen sprake van vormbehoud, omdat die zich niet plaatste voor de finale op rek en op brug enkele tienden van een punt te kort kwam.

Overigens leefde ook Zonderland in Londen in die veronderstelling. Na zijn brugoefening zei hij zich nog geen zorgen te maken over het tonen van vormbehoud, omdat hij daar komend voorjaar alsnog de gelegenheid voor krijgt bij de EK in Montpellier en wereldbekerwedstrijden.

Maar nu blijkt Zonderland, zonder dat zelf te weten, in Londen al vormbehoud te hebben getoond. Is dat niet vreemd? „Nee”, zegt Ad Roskam. „Zonderland kon dat niet weten. In Londen ontstond er in onze staf discussie over de regels. Om gedoe te voorkomen heb ik besloten tot een nadere bestudering bij terugkeer in Nederland om pas daarna turners te informeren en naar buiten duidelijkheid te verschaffen. Maar nadat Wammes zijn brief had gestuurd konden we niet langer wachten met een reactie. Omdat de berichtgeving ook de procedure bij onze turnsters zou kunnen beïnvloeden. Want bij de vrouwen staan we met Céline van Gerner en Wyomi Masela voor eenzelfde keus.”

Het argument waarmee Wammes het vormbehoud van Zonderland bestrijdt is dat hij bij de WK van afgelopen najaar in Tokio weliswaar aan de prestatienorm op rek had voldaan, maar dan niet vormbehoud op brug kan tonen. In zijn ogen staat dat gelijk aan atleet die zich heeft genomineerd op de 100 meter en vormbehoud toont bij het hoogspringen.

„Dat mag Wammes vinden”, zegt Maurits Hendriks, „maar bij het opstellen van de normen en limieten hebben wij geen koppeling met een toestel gemaakt. Zonderland moest in Londen op een toestel, welke maakte niet uit, een score halen die gelijk staat aan een klassering in de topzestien bij de WK van 2011 in Tokio. En op brug heeft hij ruimschoots aan die eis voldaan”, zegt Hendriks. Hendriks zegt dat NOC*NSF dat vorige week op verzoek van de KNGU heeft bevestigd. Hendriks: „Zonderland heeft vormbehoud getoond, geen twijfel mogelijk. Bij NOC*NSF kijken wij overigens niet naar namen. Het gaat ons om een zorgvuldige toepassing van de regels. Het is nu aan de KNGU om met een voordracht te komen.”