Teheran speelt in eigen land mooi weer

NieuwsanalyseDe Iraanse autoriteiten wekken graag de indruk dat de internationale druk op het land het dagelijks leven niet raakt. Maar de sancties komen hard aan. En dan zijn er de explosies.

Rotterdam. - Barbie is weer doelwit in Iran. Tientallen speelgoedwinkels zijn de afgelopen dagen door de politie gesloten in het kader van maatregelen tegen deze ‘uiting van westerse cultuur’.

Het leven gaat zijn gewone gang, is de impliciete boodschap aan het Westen, wat westerse leiders ook proberen om de islamitische republiek te laten ophouden met het verrijken van uranium. Tientallen bedrijven en banken op de zwarte lijst, of nu zelfs een beginnende olieboycot door Europa, Iran zal niet inbinden.

Het Non-proliferatieverdrag tegen de verspreiding van kernwapens verbiedt de ondertekenaars immers niet om te verrijken, en dus is verrijken Irans „onvervreemdbaar recht”. Er is zelfs een lied dat de Iraanse rechten verheerlijkt: „O Iran, trots Iran [..] Uw wetenschappers hebben nieuwe horizonten bereikt, nucleaire kennis, nucleaire kennis”, en zo verder in deze sfeer. Beschuldigingen van westerse landen dat zijn programma is gericht op het verwerven van een atoombom, wijst Teheran als onzin van de hand.

Maar het leven gaat helemaal niet zijn gewone gang in Iran. De campagne tegen Barbie is nep, zoals dit soort strafexpedities vaak niet zozeer voor de Iraanse burger als wel voor het buitenland is bedoeld. Daarom steekt Barbie ook elke keer weer de kop op als de politie de invallen in speelgoedwinkels heeft gestaakt. Onder invloed van in kracht toenemende sancties is de waarde van de rial tegenover de dollar de afgelopen weken bijvoorbeeld bijna gehalveerd: 18.000 rial voor een dollar tegen 11.000 vorige maand. Dat heeft grote consequenties voor de prijs van buitenlandse goederen voor consumenten en bedrijven. De inflatie beloopt officieel inmiddels tegen de 20 procent. En de burgers konden al nauwelijks rondkomen.

De sancties gaan bovendien gepaard met geheimzinnige explosies, moorden op atoomgeleerden en inmiddels maanden durende, luidruchtige speculaties in de wereld of Israël dan wel Amerika gaat aanvallen, en zo ja wanneer. En of het dan alleen een kortstondig raketoffensief moet zijn tegen de Iraanse nucleaire installaties of een grootscheepse operatie die behalve de atoomfaciliteiten ook het regime moet opblazen. De westerse oorlogstaal gaat niet aan de Iraanse burgers voorbij.

Het Iraanse regime is autoritair en repressief, maar het is ook verdeeld. Opperste leider Khamenei en de onbuigzaam religieuze groep achter hem staan tegenover de populistische president Ahmadinejad en zijn aanhang en de pragmatische conservatieven. De hervormingsgezinde oppositie, die in 2009 honderdduizenden mensen op de been kreeg, speelt nu een te verwaarlozen rol.

Op dit moment – en binnen afzienbare tijd – wil geen enkele machtsfactie toegeven aan de eis van de internationale gemeenschap, vervat in een resolutie van de VN-Veiligheidsraad in 2006, en het verrijkingsprogramma opgeven. Maar de populisten en de pragmatische conservatieven zouden wel andere concessies willen doen, mochten de VS en Europa ook wat willen inbinden. Naar dat laatste ziet het op dit moment niet uit.

Mogelijk verklaart die verdeeldheid de verandering van toon in de huidige Iraanse officiële verklaringen. Na de boze dreigementen om de strategische Straat van Hormuz af te sluiten in het geval van een olieboycot, heeft het regime nu weer een mooiweer-offensief gelanceerd.

Iran wil met de zogeheten P5+1 (de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland) de onderhandelingen over zijn nucleaire programma hervatten, bezweren Iraanse leiders. Alles moet kunnen worden opgelost, zei parlementsvoorzitter Larijani. Een hoge delegatie van het Internationaal Atoomenergie Agentschap reist zaterdag naar Teheran om te praten over specifieke aanwijzingen van nucleaire experimenten die alleen als onderdeel van een militair programma kunnen worden uitgelegd. Teheran heeft dat jarenlang geweigerd.

Minister van Buitenlandse Zaken Salehi onderstreepte vorige week dat Iran altijd de Straat van Hormuz heeft opengehouden. En gisteren voer een Amerikaans vliegdekschip ongehinderd door de Straat van Hormuz de Golf binnen, ook al hadden Iraanse functionarissen vorige maand nog gezegd dat niet te zullen toestaan.

Niemand verwacht dat Iran inderdaad de Straat van Hormuz zal afsluiten, al was het maar omdat het dan ook zijn eigen olie niet kan exporteren. Maar aan de andere kant kan uit de huidige beleefdheid niet worden afgeleid dat de Iraanse leiders zullen buigen. De huidige machtsverhoudingen in Teheran sluiten dat uit.