Strafhof vervolgt vier hoge Kenianen

Het Strafhof besloot vandaag een zaak te beginnen tegen vier Kenianen, onder wie presidentskandidaten, voor het organiseren van het verkiezingsgeweld in 2008.

Vier Kenianen, onder wie de presidentskandidaten Uhuru Kenyatta en William Ruto, moeten voor het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag terechtstaan wegens misdaden tegen de menselijkheid tijdens het verkiezingsgeweld in 2007 en 2008. Dit hebben drie rechters, die de bewijslast van openbaar aanklager Moreno-Ocampo moesten onderzoeken, vanochtend beslist.

„Met het oordeel vandaag door het Internationale Strafhof in Den Haag wordt de geschiedenis van Kenia herschreven”, schreef The Standard vanochtend enigszins pompeus. Het besluit heeft zeker grote gevolgen voor de verkiezingen die in de komende twaalf maanden moeten worden gehouden. Het maakt een einde aan de cultuur van straffeloosheid in de Keniaanse politiek. Sinds de onafhankelijkheid van Kenia in 1964 konden politici vrijwel ongehinderd door de rechtelijke macht dood en verderf zaaien. „Het is onze grote wens dat het besluit van vandaag vrede zal brengen voor de mensen van de Republiek van Kenia en zulke vijandigheden zal voorkomen”, zei rechter Ekaterina Trendafilova.

Hoofdaanklager Moreno-Ocampo begon eind 2010 onderzoek voor twee rechtszaken, een weerspiegeling van de politieke en etnische verdeeldheid achter het geweld. In de eerste groep verdachten zaten drie aanhangers van de oppositiepartijen. De andere drie waren verbonden aan de regering van president Kibaki.

Die balans blijft na het oordeel vanochtend bestaan: de aanklacht tegen politicus Ruto en journalist Joshua Sang in de eerste groep wordt gehandhaafd, evenals die tegen vicepremier Kenyatta en hoofd van de ambtenarij Francis Muthaura in de tweede groep. Ruto en Sang (beiden van de stam de Kalenjin) zouden hebben opgeroepen Kikuyu’s te doden en te verdrijven. Uhuru en Muthaura (beiden Kikuyu) zouden de Kikuyu militie Mungiki hebben ingeschakeld om Luo’s en Kalenjins te vermoorden in Naivasha. Ruto en Sang gaan in beroep tegen het besluit.

Het ging helemaal mis in Kenia na de verkiezingen in 2007 waarbij president Kibaki ‘won’ van premier Odinga. Gevechten tussen aanhangers van Kibaki en Odinga ontaardden in etnisch geweld, waarbij 1.500 mensen omkwamen en 400.000 mensen ontheemd raakten. Kenia stond aan de rand van de afgrond. Door druk van buitenaf kon het geweld na twee maanden worden gestopt en formeerden de rivalen Odinga en Kibaki een coalitieregering.

De aangeklaagde politici hoeven de rechtszaak niet in de cel af te wachten. In Kenia ruziën politici wat het lot moet zijn van de aangeklaagde verdachten. Minister van Justitie Mutula Kilonzo vindt dat de verdachten op non actief moeten worden gesteld. „Als de verdachten een leidinggevende functie hebben, kunnen ze bewijsmateriaal tegen hen achterhouden en verdachten uitschakelen. Slechts weinig landen zullen verdachten van internationale misdaden toestaan kandidaat te zijn bij verkiezingen.”

De minister verwees daarmee naar de intimidatie de afgelopen maanden tegen verdachten voor de rechtszaken in Den Haag. Ruto en Kenyatta willen ongehinderd door het besluit van het ICC doorgaan met hun verkiezingscampagnes.

Wie goed luistert in Nairobi, krijgt door stamafkomst gekleurde opinies. „We willen niet worden bestuurd door verdachten”, zegt een Kikuyu, „maar Uhuru verdedigde ons tegen de Kalenjins. Hij is onschuldig.” Een Kalenjin: „Ik wil geen misdadiger als minister, maar onze leider Ruto nam het op tegen de arrogante Kikuyu’s. De Kikuyu’s moesten een lesje worden geleerd.”

De grondwet geeft geen uitsluitsel. Mensenrechtenactivisten willen naar de rechter stappen om een oordeel te krijgen. Het justitiële apparaat wordt sinds kort geleid door opperrechter Willy Mutunga, een voormalige mensenrechtenactivist die de corrupte rechtbanken wil hervormen. Als een besluit van de oude en vermoeide president Kibaki uitblijft, dan kan de hervormingsgezinde Mutunga voor verrassingen zorgen wat betreft het lot van de verdachten.