Ralbag: leven niet zeker in Nederland

Opperrabbijn Aryeh Ralbag komt voorlopig niet naar Nederland. In een telefonisch interview ontkent hij dat hij wegblijft uit tactische overwegingen.

Aryeh Ralbag zou afgelopen weekend vanuit New York, waar hij woont en werkt, naar Nederland komen voor een gesprek met het bestuur van de Joodse Gemeente Amsterdam. Dat bestuur schorste hem als Nederlandse opperrabijn na zijn uitspraak dat homoseksuelen in therapie zouden moeten gaan. Die uitspraak deed veel stof opwaaien. Ralbag komt voorlopig niet naar Nederland, zo bevestigde de Joodse Gemeente Amsterdam gisteren tegenover deze krant. Zijn taken worden voorlopig waargenomen door de rabbijnen Rafael Evers en Eliezer Wolff.

Waarom komt u niet naar Nederland?

Ralbag: „Ik heb sterke aanwijzingen dat mijn vrouw en ik ons leven hier nu niet zeker zijn. Daarom leek het mij beter dat wij voorlopig niet komen.”

Dat heeft de politie aangeraden?

„Nee, niet de politie. Het gaat om goed geïnformeerde mensen in wie ik groot vertrouwen heb. Zij hebben gezegd: nu niet. ‘Probeer het over een week of drie, vier, als de gemoederen wat bedaard zijn’.”

Uit welke hoek komt het gevaar?

„Daar ga ik liever niet op in, maar misschien kunt u het zelf wel raden.”

Je zou je daar van alles bij kunnen voorstellen: antisemieten, boze homoseksuelen, gematigd-orthodoxe Joden...

„Ik ga er liever niet op in. Maar hier [Ralbag is op dit moment in Israël] wordt dat soort bedreigingen zeer serieus genomen. Waarom zou ik het leven van mijn vrouw en mij op het spel zetten?”

Critici denken dat het een tactische zet is: Ralbag blijft weg tot de media hun interesse voor deze kwestie hebben verloren in de hoop dat hij daarna zijn werk kan hervatten.

„Mensen kunnen denken wat ze willen, maar zo is het niet.”

De kwestie zorgt voor veel ophef in de orthodox-joodse gemeenschap. Sommigen vrezen dat uw stellingname over homoseksuelen uitmondt in een schisma tussen ultraorthodoxen en meer gematigden.

„Ik heb daar weinig zicht op, want ik zit momenteel niet in Nederland. Maar als ik over een paar weken die kant op kom...”

U bent opperrabbijn in Amsterdam. Dit zag u niet aankomen?

„Nee.”

De Joodse Gemeente Amsterdam dreigt ook geboycot te worden door Europese rabbijnen die zich achter u opstellen.

„Dat verrast mij niet. Het is nogal wat als een opperrabbijn wordt geschorst omdat hij zijn mening verkondigt.”

U blijft erbij dat homoseksuelen in therapie moeten?

„In therapie wel, maar ik heb nooit gezegd dat homoseksualiteit een ziekte is. Ik word gekruisigd vanwege een standpunt dat ik niet heb.”

Waarom zou iemand in therapie moeten als hij niet ziek is?

„Omdat hij als gelovige jood én homoseksueel een innerlijk conflict heeft. Wie daar last van heeft, en van dat conflict af wil, moet zichzelf laten behandelen.”

Veel mensen kunnen u niet volgen: behandeld worden voor een ziekte die geen ziekte is.

„Maar het is dus geen ziekte, het is een innerlijk conflict.”

Hoe denkt u dat deze impasse met de Joodse Gemeente Amsterdam wordt opgelost?

„Ik ben geen profeet, maar ik vertrouw op een goede uitkomst. Ik verkondig een rabbinaal standpunt en heb bovendien nooit de intentie gehad om iemand te beledigen. Ik zie dus geen reden voor ontslag.”