Ondanks boycot zal Iraanse olie een weg vinden naar Europese markten

De Europese Unie stelde vandaag een boycot van Iraanse olie in. Maar de waarde daarvan is vooral symbolisch. De belangrijkste klanten mogen nog zes maanden Iraanse olie kopen. En het Iraanse regime zal er niet door inbinden.

De Europese Unie heeft vandaag een boycot afgekondigd van Iraanse ruwe olie, maar de komende maanden zal er geen druppel minder olie naar Europa gaan. Daar hebben regeringsleiders van drie Europese landen voor gezorgd.

Italië, Spanje en Griekenland hebben in Brussel bedongen dat bestaande contracten nog een half jaar worden gehonoreerd. Alleen nieuwe contracten sluiten mag vanaf vandaag niet meer. Landen als Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk waren voor onmiddellijke invoering van een embargo.

Niet toevallig zijn Italië, Spanje en Griekenland de belangrijkste Europese afnemers van Iraanse olie. Ze zijn goed voor 500.000 van de circa 600.000 vaten die de EU dagelijks uit Iran importeert. Hun economieën verkeren in crisis. Het plotseling stilvallen van de aanvoer zou desastreus zijn. Griekenland, waaraan niemand meer geld wil lenen, mag in Iran nog steeds olie kopen tegen ronduit vriendelijke aflosvoorwaarden.

De afgelopen weken hebben oliemaatschappijen uit deze landen dan ook nog snel nieuwe contracten gesloten met Iran, of aflopende verlengd. Nigel Kushner, jurist van het Britse advocatenbureau Whalerock en gespecialiseerd in sancties tegen Iran, zegt dat in feite het volgende gebeurt: „Op dit moment zijn er maar drie landen die Iraanse olie kopen. Nu zegt Brussel: niemand mag nog Iraanse olie kopen. Behalve die drie landen dan.”

En ook na de ‘uitstelperiode’ is er nog volop speelruimte. Onder het embargo mag Iran schulden aan Europese landen en bedrijven blijven aflossen in natura, dat wil zeggen olie. Iran heeft volgens het Italiaanse oliebedrijf Eni nog een rekening van 2 miljard dollar openstaan. Bij een olieprijs van 100 dollar per vat betekent dat dat Iran nog zo’n 20 miljoen vaten aan Italië kan leveren.

Geraffineerde olie blijft bovendien welkom in Europa. Iran zal daarvan zelf niet zoveel willen exporteren, want het kampt met benzinetekorten als gevolg van onvoldoende raffinagecapaciteit. Maar Iran kan wel zijn ruwe olie aan een land verkopen buiten Europa, dat die vervolgens raffineert en weer in Europa afzet. Dat is niet verboden onder het embargo.

Kushner: „De VS hebben al jaren een embargo op Iraanse olie. Maar ze kopen volop in andere landen geraffineerde Iraanse olie. Ze willen zichzelf niet in de voet schieten.”

Ten slotte zijn er de sluiproutes. Jacques de Jong, olie-expert van denktank Clingendael in Den Haag, zegt: „De ervaring van boycots uit het verleden is dat markten altijd wel manieren vinden om een embargo te omzeilen.” In 1973 legden Arabische landen Europa (en de VS) ook een boycot op. „Maar het is algemeen bekend dat de olie de Rotterdamse haven in bleef stromen.”

Een van de bekende technieken is olie ‘swappen’, ruilen. Dat werkt zo: China heeft een tanker vol Saoedische olie met bestemming Peking. Een Italiaans oliebedrijf heeft een tanker olie uit Iran – die het Europa niet mag invoeren. Maar vlak na aanvang van de reis worden de tankers ‘geruild’: de Chinese tanker vaart naar bijvoorbeeld Cagliari. De Italiaanse tanker vaart naar Peking. Fysiek komt er zo geen Iraanse olie in Europa. Maar het druist in tegen de geest van het embargo.

Ook is het niet ingewikkeld om te verbergen dat olie oorspronkelijk uit Iran komt, zegt Rutger Mohr, olie- en gasspecialist van adviesbureau Boston Consulting Group. Olie uit Iran kan eerst naar een land buiten Europa worden vervoerd en vervolgens worden vermengd met andere olie. Dan is vrijwel niet meer te achterhalen dat het Iraanse olie betrof.

Mohr: „Van iedere lading die je een haven binnenvoert moet je kunnen aantonen waar ze vandaan komt. Op die manier kun je een embargo proberen af te dwingen. Maar of dat altijd goed gaat? Als je creatief bent, en dat wordt je vanzelf als het om grote bedragen gaat, kun je wel dingen verzinnen.”

Zelfs als juridisch alle mazen en sluipwegen zijn afgesloten, zal Iran nauwelijks minder olie verkopen. Het land zal nieuwe exportbestemmingen vinden. De afgelopen weken maakte China zich al op in het gat te springen dat Europa zou achterlaten. Iran kan de zes maanden ‘respijt’ gebruiken om naar alternatieve klanten te zoeken.

Een niet onbelangrijk nadeel voor Iran is er wel: het moet vermoedelijk genoegen moeten nemen met lagere prijzen. Doordat er met een Europees embargo minder klanten zijn is zijn onderhandelingspositie zwakker. Als Iran weer gaat dreigen om de Straat van Hormuz af te sluiten, drijven de olieprijs tegelijkertijd weer op. Daarmee schiet ook Europa in eigen voet.