Niet-verbinden vanuit het radicale midden

Afgelopen vrijdag presenteerde Aart Jan de Geus, voorzitter van het zogenoemde Strategisch Beraad van het CDA, de aanzet voor een nieuwe koers van deze partij in een rapport getiteld Kiezen en verbinden, politieke visie vanuit het radicale midden. Toen ik beelden van die presentatie op het journaal zag, schoot ik in de lach.

Aart Jan de Geus was minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in drie kabinetten en is dus een ervaren spreker. Zonder twijfel heeft hij ooit bij mediatrainingen te horen gekregen dat het goed is om woorden kracht bij te zetten met gebaren. Bijvoorbeeld de woorden kiezen en verbinden – de hoofdtitel van het rapport en de kern van het beleid dat het CDA de komende tien jaar weer geliefd moet maken bij de kiezers.

Er moeten heldere keuzes worden gemaakt, het CDA moet weten waar het voor staat, stelde De Geus. Hij maakte daarbij een gebaar dat je vroeger wel zag bij verkeersagenten: twee gestrekte handen, van gezichtshoogte recht naar voren zwaaiend. De agent bedoelde daarmee: rijden maar.

Een adequaat gebaar dus om te onderstrepen dat het CDA hoognodig in beweging moet komen.

Maar het gebaar bij het volgende titelwoord, verbinden, vond ik zo weinig overtuigend dat ik ervan in de lach schoot. Wat doe je als je verbindt? Je brengt iets samen. In mijn beleving hoort daar een gebaar bij waarbij je de handen naar elkaar toe brengt.

De Geus deed precies het tegenovergestelde. Verschillende groepen in de samenleving moeten verbonden worden, zei hij. Om dat te onderstrepen bracht hij drie keer snel achter elkaar zijn handen – eerst gesloten en daarna tot vuisten gebald – ver uiteen.

Met heel veel goede wil zou je er nog een platte, wiebelende brug in kunnen zien, maar met het geluid van de tv uit zou ik meteen geloven dat hier iemand stond te vertellen hoe hij twee vechtjassen met kracht uit elkaar had getrokken.

Ook de ondertitel van het rapport, politieke visie vanuit het radicale midden, werkte meteen op mijn lachspieren. Aan dit rapport is een half jaar gewerkt door 25 CDA’ers, onder leiding van De Geus. Ergens moet iemand hebben bedacht dat de aanduiding het radicale midden goed zou aanslaan.

Wat bedoelt De Geus hiermee? Nieuwsuur legde hem die vraag voor, maar hoewel De Geus ruim een kwartier aan het woord was, werd ik op dit punt niet veel wijzer. In het rapport staat onder meer: „Voor de uitvoering van de strategische agenda kiest het CDA voor het radicale midden: heldere keuzes in beleid en de verbinding tussen oud en jong, geboren en nieuwe Nederlanders, stad en platteland, alsook de wereldschaal van de economie en de menselijke maat van de gemeenschap.”

Heldere keuzes en verbindingen in soorten en maten, het ontgaat mij wat daar radicaal aan is.

Het rapport wil een bouwsteen voor het nieuwe CDA-verkiezingsprogramma zijn. Ik doe een kleine voorspelling: we gaan de aanduiding het radicale midden niet terugzien. Dat komt doordat een middenpositie per definitie niet radicaal is. Links en rechts kunnen radicaal zijn, of extreem. Een middenpartij kan een beetje opschuiven naar links of rechts, maar bij een radicale verschuiving raakt zo’n partij automatisch haar middenpositie kwijt. Plus een flink deel van de achterban. Zie de huidige malaise van het CDA.

Taalkundig gezien voelt het ook helemaal niet goed. We meten meestal in drieën. Dik, dun, gemiddeld – niet radicaal gemiddeld. Groot, klein, middelmaat – geen supermiddelmaat. Small, medium, large – niet extra medium.

De CDA’ers die ik ken, staan een maatschappij voor op basis van genuanceerde christelijke normen en waarden. Zij hebben juist een afkeer van radicale posities, want zoals ieder geschiedenisboek duidelijk maakt: de wereld gaat aan radicaliteit ten onder.