Martens is terug, nu ook met hakbal

Koploper AZ verzuimde gisteren in de titelrace afstand te nemen van Ajax, maar kon zich wel verheugen over de terugkeer van de Belg Maarten Martens.

Ajacied Theo Janssen kon niet anders dan Maarten Martens lachend de hand reiken nadat de Belgische AZ-middenvelder hem even daarvoor magistraal door de benen had gespeeld. Een hoogstandje, vijf minuten voor tijd, dat voor wie het zo wilde zien even het verschil in pure kwaliteit uitdrukte tussen de frisse Alkmaarse voetbalmachine en de wankelende titelhouder uit Amsterdam.

Dat AZ gisteren in de topper geen afscheid nam van Ajax als titelconcurrent was „een teleurstelling”, zo vonden de AZ-spelers na de 1-1. Ajax-trainer Frank de Boer kan troost putten uit de manier waarop zijn nog steeds gemankeerde ploeg onder moeilijke weersomstandigheden overeind bleef. Wel werd aan zijn ziekenboeg ook centrale verdediger Toby Alderweireld toegevoegd, die hij in elk geval volgende week moet missen in de zoveelste cruciale wedstrijd: uit tegen Feyenoord.

En AZ? Dat kan zich verheugen over de terugkeer van Maarten Martens (27) en zijn sterke linkerbeen. Donderdag maakte hij al een leep doelpunt in het overgespeelde bekerduel met Ajax. Gisteren markeerde hij na twee minuten zijn rentree op Alkmaarse bodem met een loepzuivere voorzet op Roy Beerens, die de bal rakelings over het doel kopte.

Martens speelde dit seizoen pas twee eredivisiewedstrijden. In het openingsduel tegen PSV scoorde hij met een prachtige volley, kort daarna verdween hij van het toneel. Het is geen makkelijke tijd geweest voor de begaafde middenvelder. „Dit was het zwaarste half jaar uit mijn carrière. Erger nog dan toen ik mijn kruisbanden had gescheurd, een paar jaar terug. Dat herstel verliep namelijk heel goed, nu niet. Ik had steeds een doelstelling gezet en dan kwam er weer wat anders om de hoek kijken.”

Een diepe snijwond, een enkelblessure en een spierblessure hielden de Belgische international de afgelopen maanden aan de kant. En Gertjan Verbeek zou een trainer zijn die niet omziet naar geblesseerden. Alle aandacht gaat uit naar de fitte spelers met wie hij moet werken. Dat vindt Martens „wel normaal”, dus daarover van hem geen wanklank.

Zonder Martens floreerde AZ in de eerste competitiehelft. Wat had hij daar dus tussen te zoeken als hij weer fit zou zijn? „Ik ben daar eerlijk in: als [middenvelder] Pontus Wernbloom niet vertrokken was, had ik niet meteen gespeeld, denk ik. Het liep goed in het team zonder mij en er waren toch vraagtekens bij mijn conditionele gesteldheid.”

Met het vertrek van Wernbloom naar CSKA Moskou leek de balans op het middenveld van AZ te zijn verstoord. Maar tot genoegen van het publiek vond Verbeek een manier om technicus Martens, de Zweedse vormgever Rasmus Elm en de Marokkaans-Nederlandse revelatie Adam Maher alle drie op te stellen.

Maher neemt daarin de rol over van Wernbloom, als balveroveraar. De schuchtere jongeling lijkt in weinig op zijn Zweedse oud-ploeggenoot, maar heeft hem na twee wedstrijden al bijna uit het geheugen gespeeld. Maher: „Ik ben geen speler zoals hij, die het van schreeuwen en tackelen moet hebben. Ik doe het op mijn manier, maar ik verover ook veel ballen. Dat laat ik ook zien. Maar niet met dat geschreeuw. Pontus was overal te horen, ik doe dat anders.”

Martens en Maher hadden zich in de voorbereiding van dit seizoen al verheugd met elkaar te spelen. Dat komt door het blessureleed van de Belg nu pas van. „We zijn allebei spelers die voetballend denken”, zegt Martens. „Dat betekent: als ik iets onverwachts doe, verwacht híj dat wel. Dat heb je niet met alle spelers.”

Bij zijn terugkeer na de winterstop eist Martens meteen een leidersrol op. Dat was gisteren halverwege de eerst helft goed te zien. Terwijl Ajax-middenvelder Christian Eriksen met de wind worstelde en bij de cornervlag de wegrollende bal drie keer moest goedleggen, voerde Martens topoverleg met Elm en Niklas Moisander. Ajax kreeg in die fase te veel ruimte op het middenveld, vond Martens, omdat AZ te ver op de helft van de Amsterdammers druk zette.

Martens, na afloop: „Ik nam op dat moment het initiatief omdat ik heel sterk het gevoel had dat het anders moest. Ik kreeg van Rasmus en Niklas hetzelfde idee. Als wij daar met z’n drieën zo over denken, kan de trainer dat nog wel overrulen. Maar ik denk dat het de enige juiste beslissing was. Het heeft geen zin hoog druk te zetten als dat niets oplevert. Dan verbruik je heel veel energie voor iets dat toch niet werkt.”

De ingreep bleek de aanzet tot de beste fase van AZ, het laatste kwartier van de eerste helft. Elm scoorde daarin uit een vrije trap, maar de ploeg uit Alkmaar had Ajax over de knie kunnen leggen. De Deen Simon Poulsen, gisteren weer toonbeeld van de moderne opkomende back, bracht Ajax in de tweede helft met een eigen doelpunt op gelijke hoogte.