Leider van de computergeneratie wil juist creatief schaken

Magnus Carlsen en Levon Aronian gaan samen aan kop op het Tata Steel-toernooi. Het is het nieuwe schaken in de praktijk: creativiteit is belangrijker dan de pc.

Wie wil weten welke kant het met het schaken opgaat, kan bij het Tata Steel-toernooi een kijkje in de keuken nemen. Na acht ronden staan Magnus Carlsen en Levon Aronian, de nummer één en twee van de wereldranglijst, samen aan kop. De Noor en de Armeniër hebben ontegenzeggelijk hun eigen stijl, maar ze delen een spelopvatting die bij een toenemend aantal collega’s navolging vindt. Liever dan eindeloos openingen te bestuderen, zetten ze hoog in op inzicht en begrip. Ze zitten er niet mee als ze geen voordeel uit de opening halen, als ze maar genoeg benul hebben van een variant om een stelling op het bord te krijgen waarin gespeeld kan worden.

Zo’n praktische aanpak vraagt om veel zelfvertrouwen en daar hebben ze allebei geen gebrek aan. Zo ziet de fanatieke sporter Carlsen, die duidelijk het verst gaat in zijn streven naar zelfredzaamheid, het niet als grootspraak wanneer hij beweert dat hij ieder schaaktoernooi moet kunnen winnen als hij fysiek fit is.

Hun wens om te spelen in de ware zin van het woord is een reactie op de vormen die de studie van openingsvarianten met krachtige computers de laatste jaren heeft aangenomen. Ze willen weer creatief zijn, en niet een groot deel van hun energie besteden aan het repeteren en onthouden van lange zettenreeksen. Natuurlijk, ook zij maken gebruik van computerprogramma’s, maar dan vooral om eigen ideeën te controleren.

Omdat hij de wereldranglijst aanvoert en pas 21 jaar is, wordt Magnus Carlsen regelmatig de leider van de computergeneratie genoemd. Je kunt hem nauwelijks een groter onrecht aandoen. Als klein jongetje verslond hij stapels schaakboeken en zijn brede kennis van de klassieken, gepaard aan zijn fenomenale talent, is de basis van zijn succes. Hij was al vrijwel grootmeester toen hij zich een idee probeerde te vormen van de mogelijkheden van de pc, waar hij nooit een warme band mee kreeg.

Het blijft verbluffend hoe Carlsen in ogenschijnlijk gelijke stellingen spelers van formaat geruisloos weg kan tikken. Zo overspeelde hij zaterdag Boris Gelfand, in mei de uitdager van wereldkampioen Viswanathan Anand, zelfs twee keer. Een keer was niet genoeg omdat hij de Israëliër na een fijnzinnig gespeelde opening met een ondoordachte zet even terug liet komen. Zondag had hij ook graag gewonnen van Teimour Radjabov, maar verder dan een remise kwam hij niet. Het initiatief dat Carlsen met zwart wist te ontwikkelen werd nergens dreigend genoeg om zijn betonstortende tegenstander echt te verontrusten.

Aronian kwam minder aan spelen toe in de zevende en achtste ronde. Toch ging ook hij met een tevreden gevoel de tweede rustdag in. Als je, beide keren met zwart, probleemloos remise speelt tegen Vasili Ivantsjoek en Veselin Topalov is er ook weinig reden tot klagen. Bovendien waren het korte remises die hem, met nog vijf zware ronden voor de boeg, weinig energie kostten. De partij tegen Ivantsjoek verliep voor jazzliefhebber Aronian zelfs zo vlot dat hij ’s avonds met zijn vriendin naar Amsterdam kon om in het Bimhuis het Uri Caine Acoustic Trio op te zien treden.

Het prestigeduel tussen de twee Nederlandse deelnemers lijkt in de slotweek alle kanten op te kunnen. Aanvankelijk maakte Anish Giri de meeste indruk, maar inmiddels heeft Loek van Wely hem bijgehaald. Zaterdag kwam Giri in hun onderlinge partij zwaar onder druk te staan en mocht hij blij zijn dat hij met een half punt wegkwam. Een dag later pakte een pas kort voor de partij gemaakte openingskeuze slecht uit. Onwennig op onbekend terrein maakte Giri een paar fouten die door Vugar Gashimov subliem werden afgestraft.

Van Wely voegde zondag zijn achtste remise toe aan een opmerkelijke reeks. Met zwart kreeg hij goed spel tegen David Navara, maar het was niet genoeg voor een eerste overwinning. Voor het toernooi vertelde Van Wely dat hij bij zijn terugkeer op het hoogste niveau met slim gekozen openingen hoopte te overleven. Openingen waarvoor hij geen absurde hoeveelheden kennis hoefde te hebben. Hij had er zelfs een geheime adviseur voor ingehuurd. Dat geheim is inmiddels geen geheim meer. De originele plannen worden gesmeed door Jan van de Mortel, een Nederlandse meester die in Chicago als coach werkt. Voorlopig is de samenwerking een succes en het zelfvertrouwen van Van Wely groeit. „De laatste twee partijen ging het de goede kant op. Maar het werd ook wel tijd om gas te geven.”