Kennedy opent tv-tijdperk voor presidenten VS

Sinds 25 januari 1961 is de Amerikaanse president niet meer weg te denken van het televisiescherm. John F. Kennedy gaf de eerste presidentiële persconferentie die live op televisie te volgen was en „toonde zich volledig meester van het terrein,” zo complimenteerde correspondent Arnold Vas Dias van de Nieuwe Rotterdamse Courant de nieuwbakken president, op de voorpagina.

In 1961 stond al in 88 procent van de Amerikaanse huishoudens een televisie. Met drie kanalen die tussen half zeven en half elf ’s avonds uitzonden was een presidentieel optreden moeilijk te missen.

Kennedy had tijdens de verkiezingscampagne al met tv geoefend. Tijdens het eerste debat tussen presidentskandidaten op televisie een paar maanden eerder straalde hij rust en zelfverzekerdheid uit tegenover een bleke, zwetende Nixon – die was herstellende van griep en weigerde make-up op te doen.

Tv zou Amerikaanse presidenten blijven achtervolgen, en zij de tv. Kennedy’s opvolger, Lyndon Johnson, was woedend nadat in 1965 op televisie te zien was geweest hoe Amerikaanse mariniers huizen van Vietnamese burgers in brand staken. „Gisteren hebben jouw jongens op de Amerikaanse vlag gescheten!” zei hij tegen de baas van CBS, één van de grote tv-kanalen.

De Amerikaanse president komt nog altijd graag op tv – als de kijkcijfers goed zijn. Barack Obama was al vier keer te gast bij Jay Leno in The Tonight Show, die dagelijks zo’n vier miljoen kijkers trekt. Maar voor Obama heeft de televisie haast een bijrol gekregen. Via blogs, Twitter, Facebook en andere websites bereikt hij binnen een seconde miljoenen mensen: op Twitter heeft hij inmiddels bijna 12 miljoen volgers.

Net als Kennedy weet Obama een nieuw medium te bespelen.