Kan Merkel zelfverzekerd naar Davos?

Of de optimistische stemming over de eurocrisis aanhoudt, hangt af van Griekenland en van de top van ministers van financiën

Toch weer een tegenvaller in Griekenland. En het ging net zo lekker.

In de eerste weken van 2012 sloeg de stemming rond de eurocrisis om van supersomber in voorzichtig optimistisch. De afwaardering van de kredietwaardigheid van Frankrijk en andere eurolanden door Standard&Poor’s deed daar weinig aan af. Spanje en Italië wisten vorige week soepel nieuwe leningen te plaatsen. De rente op de staatschuld van probleemlanden Italië, Spanje, Frankrijk en België daalde. De aandelenbeurzen stegen.

Het leek er dus op dat Bondskanselier Angela Merkel aanstaande woensdag zelfverzekerd het podium van het World Economic Forum zou kunnen beklimmen voor de openingsspeech. Kon ze de economische en politieke elite van de wereld, die jaarlijks bijeenkomt in het Zwitserse Davos, even van het beeld afhelpen dat Europa een politieke brekebeen is, die economisch weinig voorstelt.

Maar weer gooit dwergeconomie Griekenland roet in het eten. Dit weekend had de deal rond moeten komen tussen de Griekse regering en zijn private schuldeisers over het kwijtschelden van een deel van de schulden. Dat zouden de Europese ministers van Financiën dan mooi mee kunnen nemen vandaag en morgen tijdens de ecofin-bijeenkomst. Daar praten de ministers van Financiën over de Europese noodfondsen EFSF en ESM, en het strengere begrotingspact, dat de eurocrisis definitief moet bezweren. Vanochtend riep Christine Lagarde, baas van het Internationaal Monetair Fonds, Europa op meer geld in de noodfondsen te stoppen, anders zouden landen als Spanje en Italië bankroet kunnen gaan.

Zondagavond werd al duidelijk dat een Grieks akkoord er voor de ecofin-deadline niet in zat. Dat lag niet zozeer aan de Grieken of de schuldeisers, verenigd in de Institute for International Finance. Die twee partijen waren vrijdag dichtbij een overeenkomst. Maar Merkel en het IMF vonden dat de schuldeisers er te goed vanaf kwamen, zo meldt The Wall Street Journal.

De schuldeisers moeten hun oude obligaties inruilen voor nieuwe, die minder waard zijn en een lage rente kennen. Op die manier schelden de schuldeisers 70 procent van hun vordering op Griekenland kwijt. Dat zou de schuldenlast verminderen van zo’n 160 naar 120 procent van het bruto binnenlands product.

Merkel en het IMF willen dat de schuldeisers een lagere rente krijgen op het nieuwe schuldpapier dan de 4 procent die nu is uitonderhandeld. Ook heeft Merkel moeite met de compensatie die de schuldeisers krijgen als beloning voor het omruilen van hun schulden. Aanvankelijk reserveerde de Europese Unie daarvoor 30 miljard euro. Merkel zou bezwaar maken tegen het uitkeren van dat geld. Daar betalen immers de Europese belastingbetalers voor. Het geld belandt niet bij de Grieken maar bij private schuldeisers, waaronder inmiddels ook vulture funds zitten. Die ‘financiële aasgieren’ hebben obligaties opgekocht voor een paar centen en kunnen fors verdienen aan de schuldsanering.

Ondanks de spanning over een Griekse deal, lijkt de eurotop van maandag en dinsdag onder minder druk te staan dan de voorgaande toppen. Toen riepen economen dat Europa nú met een alomvattende en dure oplossing voor de eurocrisis moest komen, anders zou het financiële systeem tot stilstand komen. Eerst was het vijf voor twaalf, toen een voor twaalf.

Er kwam geen alomvattende oplossing. Maar er kwam ook geen financiële ramp. Waar dat aan ligt, blijft gokken, maar velen wijzen naar de Europese Centrale Bank (ECB). Die heeft geruisloos de veelbesproken big bazooka uit de kast gehaald. Half december leende de ECB voor 489 miljard euro aan Europese banken, voor drie jaar. Dat was een ongekende actie, die niet alleen de stress onder banken lijkt te hebben verlicht, maar ook die op de obligatiemarkt voor probleemlanden. Expliciet zei ECB-president Mario Draghi dat banken de lening konden gebruiken om schuld van probleemlanden op te kopen. Dat verdient lekker: lenen bij de ECB kost één procent. Een tien-jarige lening aan Italië levert zo'n 6 procent op.