Goeie genen, en koershonger

Gisteren was de laatste veldrit in het wereldbekercircuit, de Grote Prijs Adrie van der Poel. De oud-renner was er ook, vooral om zijn zoons Mathieu (17) en David (19) aan te moedigen

Sportredacteur

Hoogerheide. Met de blauw-witte fiets van zijn zoon David (19) over zijn schouder keek Adrie van der Poel gisteren op een afstandje naar de prijsuitreiking van de juniorenwedstrijd bij de Grote Prijs Adrie van der Poel. Van der Poels andere zoon, Mathieu (17), had zojuist de naar zijn vader vernoemde veldrit gewonnen. Maar de naamgever van de laatste wereldbekerwedstrijd van het veldritseizoen in het West-Brabantse Hoogerheide had geen tijd om Mathieu te feliciteren. De koers van David stond op het punt te beginnen.

De wielerfamilie Van der Poel lijkt de komende jaren uit te groeien tot een dynastie. ‘Clanhoofd’ Adrie van der Poel (52) was twintig jaar profwielrenner, van 1981 tot 2000. Hij won onder meer twee etappes in de Tour de France en schreef de eendagsklassiekers Clasica San Sebastian (1985), de Ronde van Vlaanderen (’86), Luik-Bastenaken-Luik (’88) en de Amstel Goldrace (’90) op zijn naam. Hij geldt als een van de beste Nederlandse veldrijders ooit. Tegen het eind van zijn carrière won hij op 36-jarige leeftijd eindelijk het WK veldrijden. Van der Poels jongere broer Jacques was een verdienstelijke prof die de Tour en de Giro reed.

Inmiddels maakt de volgende generatie Van der Poels naam. De twee zoons van Adrie van der Poel en Corinne Poulidor, dochter van de Franse wielerlegende Raymond Poulidor, gelden al even als grote beloftes in het veldrijden. Mathieu won gisteren in het geboortedorp van zijn vader niet alleen de West-Brabantse wereldbekerwedstrijd, net als zijn oudere broer David twee jaar eerder, maar zelfs het eindklassement van de wereldbeker bij de junioren. David heeft het dit seizoen iets moeilijker, nu zijn concurrenten in zijn eerste jaar bij de beloftes (renners jonger dan 23 jaar) meestal ouder zijn dan hijzelf, maar hij werd eerder deze maand wel tweede op het Nederlands kampioenschap en bereikte dit seizoen twee keer het podium van een grote cross, in Namen en in Loenhout.

Gisterochtend vroeg, voor het begin van de koers, stond Adrie van der Poel voorovergebogen de banden van zijn fietsende zoons op te pompen. Net als bij elke andere veldrit wordt voor de met sponsorlogo’s bestickerde witte camper, waarin David en Mathieu schuilen voor de regen en de snijdende kou, over de bandenspanning gesproken. „Wij doen vandaag 1,45 tot 1,55 bar, er ligt best veel modder op het parcours”, zegt Van der Poel terwijl hij aan het zoveelste achterwiel begint. Van der Poel kan het weten: de oud-renner is niet alleen betrokken bij de organisatie van zijn Grote Prijs, hij coacht ook zijn twee zoons én bouwde het parcours in Hoogerheide.

Als Mathieu aan zijn rondjes over het parcours is begonnen vertelt Van der Poel bij de materiaalpost dat hij het talent van zijn zoons snel herkende. „Toen ze acht en tien jaar oud waren, ging ik in het weekend na het voetballen weleens een klein crossje met ze rijden. Dan zie je dat direct.”

Vooral de stijl van Mathieu wordt door de kenners geprezen. De jongste van de twee zit met een uiterst stil bovenlichaam op zijn fiets, niet met schokkende schouders zoals sommige concurrenten. „Hij rijdt met de fiets, de fiets rijdt niet met hem”, stelt zijn vader. David begon pas op zijn veertiende serieus met veldrijden en dat zie je volgens Van der Poel: „Tussen technisch goed rijden en behendig zijn zit een groot verschil.”

Elke keer als Mathieu langsrijdt roept Adrie van der Poel aanwijzingen. Het lijkt niet nodig: de jonge renner rijdt al snel alleen voorop en bouwt zijn voorsprong gestaag uit. Tussendoor spoelt zijn vader na een fietswissel snel de kluiten West-Brabantse klei van de fiets of bemoeit hij zich met de afstelling van een derailleur. Soms stapt hij even uit de modder om op een verhoging de renners door het veld te zien rijden. Adrie van der Poel geniet nog steeds van de koers.

Van der Poel stond vroeger bekend om zijn liefde voor het fietsen. De renner maakte meer trainingsrondjes dan zijn concurrenten en kon daarna nog uren met zijn fiets in de weer zijn. „Even nog wat wax erop, dacht ik dan.” En dan nog een keer poetsen. Tegenwoordig is dat anders. „Ik had ook geen PlayStation”, lacht hij. Maar zijn zoons genieten ook van het fietsen, zegt de oud-wereldkampioen. Van der Poel coacht zijn twee zoons zelf. Hij benadrukt ervoor te waken dat ze niet te veel trainen. „Ze doen het goed op school en moeten plezier houden in het fietsen. Koershonger, dat is het belangrijkst.”

Vrijwel direct nadat Mathieu onder de opgespatte modder en met een rood gezicht van de kou over de finish is gekomen, gaat David van der Poel van start. Zijn vader vertelt dat zijn zoon erg op Raymond Poulidor lijkt. David heeft vrijwel hetzelfde gezicht als zijn opa, met zijn brede kaken en karakteristieke, driehoekige neus. Oude wielervolgers zeggen dat David zelfs op dezelfde manier op zijn fiets zit als de Franse wielerheld, vertelt Van der Poel.

Na de koers van David, die door technische problemen buiten de toptien valt, haast Van der Poel zich naar de camper om de fietsen op te bergen. Hij moet ook nog zijn gezicht laten zien in de viptent. De voormalig renner vertelt dat zijn zoons ook wielrennen op de weg steeds leuker gaan vinden. „Als je jong bent bestaan wegkoersen voornamelijk uit rondjes fietsen in de grootste versnelling, maar nu ze in de bergen rijden krijgen ze er plezier in.”

Hij denkt dat zijn zoons de kwaliteiten hebben om prof te worden: Mathieu won afgelopen zomer bijvoorbeeld het Nederlands kampioenschap tijdrijden voor nieuwelingen en een flink aantal wegkoersen bergop. „Maar ze hebben nog een lange weg te gaan, dat weten ze.”

Mathieu van der Poel stapt even later lachend uit de camper. „Ik heb vandaag wel extra mijn best gedaan”, zegt hij. „Dit is toch de koers van mijn vader.”