Echte woede van Newt overtuigt kiezer in Carolina

Onverwachts was daar een kandidaat die Mitt Romney kon verslaan: Newt Gingrich. Geen onbeschreven blad, maar kiezers zijn dol op zijn radicale toon en vechtlust.

Zonder het te weten legde Mitt Romney drie weken geleden zelf de kiem voor zijn verpletterende verlies dit weekend bij de Republikeinse voorverkiezingen in South Carolina. In Iowa, de eerste staat met voorrondes, voerde hij een felle anti-campagne tegen zijn rivaal Newt Gingrich. Met succes, want Gingrich verloor in Iowa, een staat die hem goed gezind had moeten zijn. Gingrich was razend.

Sindsdien is Gingrich op oorlogspad. Na Iowa beloofde hij Romney te achtervolgen en hem in iedere staat het leven zuur te maken. Gingrich-kenners wisten: dit wordt een bloedbad. Zijn wraak beleefde hij zaterdag, toen hij Romney kraakte met een zege van 40 tegen 28 procent.

De winst van Gingrich in South Carolina heeft de strijd om de Republikeinse presidentskandidatuur opengegooid. Mitt Romney moet zijn campagne nieuw elan geven. Zijn centrale boodschap dat hij de onvermijdelijke kandidaat is, klinkt niet langer geloofwaardig.

De woede van Gingrich (68) tegen Romney was zo groot, dat hij in South Carolina letterlijk de achtervolging inzette. In het stadje Greenville plande hij een campagnebijeenkomst in Tommy’s Hamhouse, een restaurant, op dezelfde tijd dat Romney werd verwacht. Romney maakte zich uit de voeten, waarna Gingrich triomfantelijk „waar is Mitt?” kon uitroepen. „Ik had zo graag met hem willen debatteren.”

South Carolina koos zaterdag met het hart, niet met het hoofd. De campagne van Mitt Romney was degelijk, maar saai. Hij omringde zich met prominenten uit de partij, maar de hallen die hij afhuurde trokken nauwelijks publiek.

Newt Gingrich stelde daar authentieke woede tegenover. Woede tegen Obama, natuurlijk. Maar ook tegen de Republikeinse partijelite, met Romney als vertegenwoordiger. De strategie sloeg aan bij de kiezers in het armoedige South Carolina, waar de activistische Tea Party grote aanhang heeft. Ze lieten de partijtop weten dat niemand hen de les leest.

Senator Jim DeMint, een ultraconservatieve Republikein, zei dat de vechtlust van Gingrich de kiezers in South Carolina aansprak. „De mensen zagen Gingrich keihard knokken. Ze willen zeker weten dat onze kandidaat het heilige vuur heeft, de ballen om echt de strijd aan te gaan met Obama.”

Vorige week leek het nog of South Carolina net als Iowa voortijdig bedorven zou worden voor Gingrich. Televisiezender ABC zond twee dagen voor de voorverkiezingen een interview uit met zijn tweede vrouw, die vertelde dat Gingrich een affaire kreeg met Callista, nu zijn echtgenote, maar niet van haar wilde scheiden. „Hij wilde een open huwelijk.”

Zo’n onthulling zou bij iedere politicus dodelijk zijn, zeker in een behoudende staat als South Carolina, maar Gingrich draaide de beschuldiging om en fulmineerde tegen de „media-elite”, die zich „destructief, vijandig en negatief” gedroeg. Dit gevoel raakte een snaar bij Republikeinse kiezers, en Gingrich kreeg een staande ovatie. Juist onder ‘value voters’, kiezers die hun keuze bepalen op basis van gezinswaarden, was Gingrich de grote winnaar.

Gingrich wordt gedreven door een sterk gevoel dat hem onrecht wordt aangedaan. Woede was al zijn brandstof toen hij in de jaren negentig voorzitter was van het Huis van Afgevaardigden (1995-1999). Gingrich was de plaaggeest van president Clinton, hij vocht voor diens afzetting vanwege het Lewinsky-schandaal. Dat mislukte, maar Gingrich wordt nog altijd gezien als een van de aanstichters van de verslechterde verhoudingen tussen de Democraten en Republikeinen in Washington.

Met zijn activistische houding tegen de macht van de overheid legde Gingrich in die tijd ook de grondslag voor de ideeën van de Tea Party, nu invloedrijk in de Republikeinse partij. Hij noemt zichzelf „een dappere Reagan-conservatief” en vindt dat de Republikeinse partij is gegijzeld door een „oostkust-elite”, onder wie „de verlegen gematigde uit Massachusetts” (Romney). Juist in zuidelijke staten als South Carolina is het ongenoegen over de partij het grootst.

In lijn met de ideeën van de Tea Party wil Gingrich de macht van het Hooggerechtshof inperken. Aan de grondwet mag niet getornd worden, want die is opgesteld door de founding fathers. Het zijn de helden van Gingrich, die als historicus boeken schreef over de Amerikaanse geschiedenis. Hij noemt zich een vriend van Israël en omschreef de Palestijnen als een „verzonnen volk”. Hij is voor belastingverlaging en noemt Obama „de voedselbankpresident”.

Zijn radicale toon maakt Gingrich niet geliefd bij de elite, maar de kiezers houden juist van de woede die overduidelijk zichtbaar is achter het masker van de koele historicus. De rollen die hij speelt, afwisselend het historische geweten van de partij en de pitbull die de elite hard kan bijten, vallen goed bij een groot deel van de Republikeinse kiezers.

Voor Romney is de tegenaanval van Gingrich hard aangekomen. Een week geleden leek hem nog niets in de weg te staan voor de Republikeinse nominatie. Romney had de eerste twee staten op zak, en stond ook ver voor in South Carolina. Inmiddels is hij Iowa kwijt, die staat bleek bij hertelling nipt door Rick Santorum gewonnen, en ook het belangrijke South Carolina ontglipte hem.

Het is een gevoelig verlies voor Romney. Al sinds 1980 geldt dat de kandidaat die South Carolina wint, de uiteindelijke Republikeinse kandidaat wordt. Onduidelijkheid over de belastingaangifte van Romney begon eind vorige week tegen hem te werken. Romney werd opgeroepen zijn aangiftes openbaar te maken, omdat zou blijken dat hij veel minder betaalt dan de gemiddelde Amerikaan. Romney gaf geen duidelijk ja of nee, een victorie voor zijn rivalen.

Zorgwekkend voor Romney is dat de zuidelijke, christelijke staat South Carolina hem volgens peilingen ook heeft afgerekend om zijn mormoonse geloof – zijn chronisch zwakke plek. Veel evangelische christenen beschouwen mormonen als niet-christelijk, of zelfs anti-christelijk.

Romney heeft dit allemaal niet aangevoeld. Hij ging ervan uit dat de kiezers hem zouden steunen, en eindigde zijn spotjes met: „South Carolina kiest een president.” Deze boodschap herhaalde hij tijdens campagnebijeenkomsten in de staat. Het waren varianten op de zin: ‘Kiest mij, want ik win deze race toch wel.’ Na zijn overwinning in New Hampshire, vorige week, hield Romney een bijna presidentiële speech, waarin hij zich louter nog richtte op president Obama en niet op zijn rivalen voor de Republikeinse nominatie.

De kiezers in South Carolina bleken Romneys belangrijkste argument, dat alleen hij Obama kan verslaan, niet te geloven. Juist Gingrich won met afstand onder kiezers die aangaven de kansen van de kandidaten in november de belangrijkste reden te vinden om op iemand te stemmen. Gingrich is daardoor meer dan alleen een tegenstem tegen Romney geworden – hij is sinds South Carolina een serieuze deelnemer.

Romney kreeg nog een tegenvaller toen dit weekend de langverwachte steun van Jeb Bush uitbleef. De omarming van de gouverneur van Florida had hem vrijwel zeker de winst bezorgd in de belangrijke staat.

De kans dat Gingrich de voorverkiezingen wint, blijft overigens erg klein. Hij heeft veel minder geld dan Romney, die een dure campagne voert in Florida, waar volgende week wordt gestemd. Maar Gingrich heeft het grimmige genoegen gesmaakt om Mitt Romney een harde klap toe te brengen en zijn rivaal te dwingen tot een slopende campagne.