Duitsers maken, maken en maken

Cijfers over de wereldeconomie zijn er dagelijks. Het verhaal daar achter vertellen onze correspondenten, elke maandag vanuit een ander land.

Ga naar Hamburg. Dag en nacht varen vrachtschepen de haven uit, volgeladen met goederen made in Germany. Auto’s, ijskasten, graafmachines, kranen, gereedschap, wapens, chemicaliën, geneesmiddelen en alles wat er verder nog in Duitsland wordt gemaakt en waar in de rest van de wereld vraag naar is. Als je ergens export kunt zien, is het wel aan de Elbe ter hoogte van de Hamburgse voorsteden Blankenese en Nienstedten.

Ga naar Wolfsburg. Daar verlaten lange vrachttreinen met nieuwe Volkswagens de grootste automobielfabriek van Europa. De een na de ander, dag in dag uit. Neem ook nog een kijkje in de Berlijnse wijk Moabit, waar Siemens in een honderd jaar oude fabriekshal in de Huttenstrasse technologisch uiterst geavanceerde gasturbines maakt die in de hele wereld worden verkocht.

De Bondsrepubliek is het maak- en exportland van Europa. De Duitsers hebben vorig jaar met hun overweldigende productie niet alleen de eigen economie aangejaagd, maar ook die van de rest van de Europese Unie. Het Duitse bruto binnenlands product nam in 2011 ondanks de schuldencrisis met 3 procent toe. De economische groei is te danken aan een fors gestegen binnenlandse consumptie, extra investeringen en een op volle toeren draaiende export. Roderich Egeler, directeur van het Duitse bureau voor de statistiek, zegt dat de economie in alle branches is gegroeid, maar het sterkst in de productiesector.

Maken, maken, maken. De Duitsers zijn trots op hun industriële bedrijvigheid. Ze kopen ook graag hun eigen producten. Zoals mijn overbuurman, een ingenieur. Als je hem op z’n auto aanspreekt – een BMW – kent zijn enthousiasme geen grenzen. Er is altijd wel iets nieuws te melden: een nog zuiniger dieselmotor, een uitgekiend interieur, een aangepast dashboard. Hij is geen verkoper, maar zou er met glans in slagen om je binnen tien minuten een nieuwe wagen aan te praten.

Maar blijven de Duitsers ook in 2012 auto’s, ijskasten en wasmachines kopen en uitvoeren? Houdt de groei aan? Het laatste kwartaal van vorig jaar was economisch gezien het zwakst. De eerste weken van dit jaar zijn traditioneel ook niet ijzersterk. De Bundesbank voorziet een groei dit jaar van 0,6 procent. Vooropgesteld dat het met de schuldencrisis niet uit de hand loopt. De meeste Duitse economen verwachten een terugval van de binnenlandse vraag. De schuldencrisis heeft voor onzekerheid gezorgd.

In het Berlijnse KaDeWe, een kooppaleis van internationale allure, is het dezer dagen verdacht stil. De klanten lijken af te wachten. Zo kan het land vanzelf van een uitbundige groei in de inmiddels voorspelde recessie glijden. Dat is een onaangenaam vooruitzicht. Als het met de Duitse economie slecht gaat, gaat het slecht met heel Europa. Maar een conjuncturele neergang hoeft niet lang te duren. Kijk maar naar de onverwacht korte recessie van 2009, als gevolg van de kredietcrisis van het jaar ervoor. De periode van economische krimp duurde in Duitsland slechts enkele maanden en werd gevolgd door de recordgroei van 2010.

De echte pijn van Duitsland zit dieper dan de conjunctuur. Er wordt graag over gezwegen, maar de Bondsrepubliek heeft een grotere schuld dan Frankrijk of Spanje. In 2010 bedroeg de Duitse staatsschuld 83 procent van het bruto binnenlands product. Op dit moment toont de ‘schuldenklok’ van de bond van Duitse belastingbetalers (www.steuerzahler.de) het kolossale bedrag van ruim 2.000 miljard euro publieke schulden. Bijna 25.000 euro per hoofd van de bevolking. Toename van de staatsschuld per seconde: 1.335 euro.

Een twee met twaalf nullen drukt op toekomstige generaties Duitsers. Die moeten veel auto’s en ijskasten produceren en exporteren om daar ooit vanaf te komen.

Joost van der Vaart