De poort

E en bal door iemands benen spelen is een openbare executie.

„Hou je stokken bij elkaar”, riep mijn jeugdtrainer vroeger al, als ik te wijdbeens verdedigde. Ik vond het een lastige opgave. Want wanneer mochten ze weer uit elkaar? Zolang ik mijn benen bij elkaar hield, kon ik niet lopen.

Poorten. Het door de benen spelen is een vernedering voor een voetballer. Erger dan een gemiste strafschop, erger dan een eigen doelpunt. Als het je overkomt is hoon je deel; van het publiek, de tegenstander en vaak ook je medespelers. Je wilt door de grond zakken.

Ajax speelde gisteren een belangrijke wedstrijd in Alkmaar tegen AZ. Winnen zou goed uitkomen. Getergd stapte de ploeg uit de spelersbus.

Middenvelder Theo Janssen heeft het niet goed naar zijn zin bij Ajax. Hij is geen baas op het veld. Zijn spel is niet zo dwingend als bij zijn oude club FC Twente. Afgelopen donderdag werd hij gewisseld in het bekerduel met AZ. Met een hoofd vol woede beende hij langs trainer Frank de Boer.

Janssen is een liefhebber. Hij houdt zielsveel van voetbal en heeft de mooiste traptechniek op de Nederlandse velden. Maar het loopt niet met Janssen bij Ajax. Hij is uit zijn hum. Janssen toont het in woord en gebaar. Hij mokt.

Er zijn 85 minuten en 29 seconden gespeeld in Alkmaar. Het staat 1-1. De Belg Maarten Martens is namens AZ aan de bal. Hij loopt langs de zijlijn op Theo Janssen af. Wat opvalt: Martens speelt met een rechte rug terwijl Theo Janssen als een seniorenschaatser door zijn knieën zakt.

Er zit nog drie meter tussen Janssen en Martens. De snelheid van Martens is hoog. De bal rolt naast zijn rechtervoet. Janssen staat bijna stil. Wat doet hij daar eigenlijk, zo dicht aan de zijlijn?

Janssen blijft schaatsen. Zijn kont staat iets naar achteren. Hij brengt zijn gewicht op zijn rechterbeen dat in een knik staat, het linkerbeen staat als een streep naar achteren.

Er zijn 85 minuten en 30 seconden gespeeld. Martens ziet de ruimte tussen de benen; hij ziet de kromme houding van Janssen.

Martens aait de bal met links tot vlak voor de voeten van Janssen. Die heb ik, zie je Theo denken. Janssen hapt zoals hij nog nooit gehapt heeft. Net als hij met links de bal wil afnemen, tikt Martens na een snel tussenhupje de bal met de hiel van zijn andere voet door de benen van Janssen.

85 minuten, 31 seconden. Het publiek is in extase.

De commentator op tv: „O, dolt daar Martens even Janssen. Applaus voor Martens, wat een hoogstandje. En ook nog functioneel.”

Een functionele poort, enige in zijn soort.

Martens is weg met de bal. Janssen draait zich om, gaat traag in achtervolging maar beseft dat hem de snelheid ontbeert.

De poort van Martens zit vast in het hoofd van Janssen.

Na afloop van de wedstrijd kijkt Janssen naar het onderstel van de chauffeur van de Ajaxbus. Onderweg naar Amsterdam staart de voetballer naar de benen van een paard in het land. De bus rijdt tussen de betonnen staanders van een viaduct door.

Voor Janssen is alles een poort geworden.