De laatste dictators

De klassieke dictator, die grof geweld combineert met een megalomane persoonlijkheidscultus, is een uitstervende soort. Nog niet eens zo lang geleden was dat heel anders

Redacteur Oost-Europa

Rotterdam. Aleksandr Loekasjenko wordt in het Westen „de laatste dictator van Europa” genoemd. Geen vleiende titel voor de Wit-Russische leider. Maar er zit een mooie kant aan – voor Europa. Loekasjenko is de laatste, verder is het continent dictatorvrij. Want hoe autoritair Poetin ook is in Rusland, een dictator is hij (nog) niet.

Dat is wel eens anders geweest, en niet eens zo lang geleden. Zeventig jaar geleden waren er Stalin en Hitler. Veertig jaar geleden Franco (Spanje), Papadopoulos (Griekenland) en Salazar (Portugal). En vijfentwintig jaar geleden Ceausescu (Roemenië) en Todor Schiwkow (Bulgarije). Allemaal verleden tijd.

Ook in de rest van de wereld, behalve misschien in Afrika en de voormalige Sovjet-Unie, lijken klassieke dictators, maar ook autoritaire leiders, op hun retour. Latijns-Amerika, ooit het continent van Pinochet, Videla en Noriega, heeft nu alleen nog de gebroeders Castro – beiden stokoud. In Zuid-Oost Azië is alleen Noord-Korea nog een meedogenloze dictatuur. En in Noord-Afrika en het Midden-Oosten werd een hele trits autoritaire leiders overrompeld door de Arabische Lente. Gisteren pakte president Ali Abdullah Saleh, 33 jaar de alleenheerser van Jemen, zijn biezen.

Worden alleenheersers soms met uitsterven bedreigd? Die conclusie trekken is niet eenvoudig. Want wanneer zijn machtige mannen dictators, en wanneer niet? Stalin was er eentje, daarover zullen de meeste mensen het wel eens zijn. Hij was in de Sovjet-Unie absoluut heerser en regeerde met ijzeren vuist. Maar Chávez, de president van Venezuela? Zeker, hij is autoritair en heeft de persvrijheid beperkt. Maar onlangs verklaarde hij ook te zullen aftreden als hij de volgende verkiezingen verliest.

Hoe dan ook, echte alleenheersers, die grof geweld combineren met een megalomane persoonlijkheidscultus, zijn er nauwelijks meer. Dat hangt deels samen met het einde van de Koude Oorlog. Het tegen elkaar uitspelen van grootmachten is minder gemakkelijk geworden, vergt meer politiek talent. En met de opkomst van internet lijkt het moeilijker geworden om burgers onder de duim te houden. De hele wereld kijkt letterlijk mee. Waar dat niet of minder gebeurt, zoals in voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië, kunnen machthebbers hun eigen gang gaan.

De term dictator stamt uit de tijd van de Romeinse Republiek. Destijds was een dictator een soort crisismanager, die in zware tijden tijdelijk de absolute macht kreeg toebedeeld, totdat de crisis weer voorbij was. De Van Dale heeft het over „een staatshoofd die alle macht naar zich heeft toegetrokken”. Maar hoe zit het dan met Poetin, de Russische premier? Hij is de zonder enige twijfel de sterke man van Rusland en heeft heel wat democratische principes aan zijn laars gelapt. Maar is hij een dictator?

Dictators zijn meer dan mannen met absolute macht, ze combineren hun bewind vaak met een brute vorm van onderdrukking. Zoals Stalin, die meer doden op zijn geweten heeft dan Hitler. Thomas Jefferson, een van de Amerikaanse founding fathers, zei dat een dictator niet alleen heerst over de drie machten (de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende), maar ook over „leven en dood”. Chávez en Poetin voeren geen schrikbewind.

Het stempel van ‘dictator’ dient vaak ook politieke doeleinden. De Joegoslavische leider Milosevic werd in het Westen steevast dictator genoemd. Maar hij was gekozen in vrije verkiezingen, en genoot – lange tijd – de steun van zijn volk. Ook Mugabe van Zimbabwe en Ahmedinejad van Iran – notabene de nummer twee van het regime – zijn in het Westen al snel dictators, omdat ze autoritair zijn, maar vooral ook omdat ze geen bondgenoot zijn (integendeel).

De Saoedische koning, een bondgenoot van de Verenigde Staten en de grootste olieproducent van de wereld, wordt daarentegen zelden uitgemaakt voor dictator. Terwijl hij over absolute macht beschikt. China, een van de opkomende grootmachten van de wereld, wordt niet langer als dictatuur bestempeld. Terwijl de bevolking er bespioneerd wordt en uit de pas lopen gevaarlijk is. En Gaddafi was voordat hij zijn ‘verdiende loon’ als ‘tiran’ kreeg, nog een vriend van het Westen. Hij mocht zijn tent opslaan in Parijs.

Sommige kranten noemden hem destijds een dictator, regeringsleiders uit Frankrijk, de VS, Groot-Brittannië en Italië deden dat toen niet. Daarna weer wel.