De jaloezie op efficiënt China

Zouden president Obama of bondskanselier Merkel wel eens in de spiegel kijken en denken: was ik maar een dagje Hu Jintao? De leider van China kan snel en daadkrachtig ingrijpen in de economie, zonder tegenwerking van oppositiepartijen of misnoegde burgers. Geld bijdrukken, geld vernietigen, belastingen verhogen, belastingen verlagen, Hu Jintao kan het allemaal.

Obama daarentegen ziet zijn banenplan geblokkeerd door Republikeinen in het Congres. Hogere belastingen om de schulden te dempen kan hij al helemaal vergeten. Merkel overlegt volgende week op de zoveelste eurotop met andere regeringsleiders over de schuldencrisis. Bij iedere concessie aan Europa vrezen ze de toorn van hun kiezers.

Sinds het uitbreken van de crisis is er een opmerkelijke jaloezie voelbaar in Europa en Amerika. Kijk eens naar China, daar wordt niet gedraald, gesoebat en gesaboteerd. Intussen worden veelzeggende bijvoeglijke naamwoorden gebruikt voor het democratische proces in de Verenigde Staten en Europa. Verkalkt, gebroken, gepolariseerd.

Maar verschuif de blik eens naar Latijns-Amerika. Hier zijn een gezonde democratie met een welvarende economie nog een succesvolle tweeëenheid. Toegegeven, er zijn schoonheidsfoutjes, maar landen als Brazilië, Peru en Colombia floreren. Geholpen door hoge grondstofprijzen werken hun presidenten aan sociale gelijkheid, onderwijs en zorg.

Bovendien is op het eigen continent te zien dat een commando-economie zeker niet altijd leidt tot groei. President Hugo Chávez van Venezuela controleert een groot deel van het bedrijfsleven, net als de Chinezen, maar slaagt er niet in om rijkdom te scheppen. Het geld voor zijn idealistische sociale projecten raakt op. Ook Cuba kwakkelt, maar de rust blijft bewaard doordat het leger grote financiële belangen heeft.

In de opkomende Latijns-Amerikaanse landen is jaloezie op China niet nodig. Vooral niet als de voorspelling uitkomt van de Franse politicoloog Dominique Moisi, die verwacht dat de crisis tot veel grotere onrust kan leiden in autoritaire landen als China, dan we nu doormaken in Europa en de VS. „Straks kan blijken dat de crisis grotere gevolgen heeft voor ondemocratische systemen die efficiënter ogen, maar in werkelijkheid veel fragieler zijn.”

De groeiende middenklasse in deze landen heeft al geen geduld meer met de Latijns-Amerikaanse kwalen van vroeger: corruptie, nepotisme en, niet te vergeten, autoritair bestuur. Daar is hoop dat voor het eerst in de geschiedenis de hele bevolking profiteert van de welvaart.