Cijfers General Electric geruststellend

Vier jaar geleden maakte General Electric zijn reputatie waar als graadmeter van de wereldeconomie. De producent van gasturbines en vliegtuigmotoren gaf toen een winstwaarschuwing af, die een voorspelling bleek te zijn van de financiële rampspoed die op het punt stond uit te breken.

Vorige week vrijdag maakte het Amerikaanse conglomeraat, dat de helft van zijn omzet in het buitenland verwezenlijkt, bekend dat het in het vierde kwartaal van 2011 slechts 5 procent minder omzet had geboekt dan analisten hadden verwacht. Dat is geen pretje voor beleggers die nog steeds met weemoed terugdenken aan de 41 dollar per stuk die de aandelen van General Electric ooit waard waren (vandaag de dag is de beurskoers 19 dollar per aandeel). Maar het moet een geruststelling zijn voor degenen die zich zorgen maken over een krimp van de mondiale groei.

Jeff Immelt, de topman van General Electric, verwees naar de problemen in Europa. Maar gezien het financiële onheil in de eurozone is het niet verrassend dat het concern – met een bedrijfswaarde van 200 miljard dollar – in deze regio een kleine tik te verwerken kreeg. De omzet bij de Europese gezondheidszorgdivisie is bijvoorbeeld met 7 procent teruggelopen als gevolg van bezuinigingsprogramma's in diverse landen. Maar ondanks alle dramatische ontwikkelingen op de markten in de tweede helft van het afgelopen jaar, waarin beleggers heen en weer werden geslingerd tussen hun angst voor een Armageddon en een sprankje hoop in Europa, blijkt uit de concerncijfers over het vierde kwartaal niet dat de klanten zich schrap zetten voor een soortgelijke ramp als in 2008.

De orders in portefeuille van General Electric bereikten bijvoorbeeld het recordbedrag van 200 miljard dollar, als gevolg van de vraag naar de bouw van energie-installaties en de daarmee samenhangende diensten. En de financiële divisie bood gelukkig ook weinig redenen voor opwinding. GE Capital had het moederconcern in 2008 immers bijna mee de afgrond in getrokken, toen de kredietmarkten plotseling opdroogden. Nu heeft de divisie 77 miljard dollar aan contanten in kas, waardoor zij voldoende mogelijkheden heeft om in 2012 aan haar verplichtingen te voldoen, zelfs als de crisis in Europa ertoe zou leiden dat de kredietmarkten opnieuw droogvallen. Dat is bemoedigend, want het betekent dat General Electric – evenmin als andere grote bedrijven met grote hoeveelheden contant geld in kas – een eventuele crisis waarschijnlijk niet op dezelfde manier zal verergeren als vier jaar geleden, toen het concern naarstig op zoek was naar kortetermijnleningen.

Maar dit alles wil niet zeggen dat General Electric immuun is voor een ineenstorting van de eurozone. De gevolgen van een diepe recessie in Europa zouden niet alleen de activiteiten van het concern in deze regio schaden, maar ook de groei in de rest van de wereld temperen. Toch is het geruststellend te noemen dat er nog steeds volop bedrijvigheid is, zelfs nu de financiële markten zich over Europa ernstige zorgen maken.

Agnes T. Crane

Vertaling Menno Grootveld