Broeders beheersen parlement

In Kairo is vandaag het nieuwe parlement voor het eerst bijeengekomen. Het wordt gedomineerd door de fundamentalistische partijen.

De bebaarde mannen voor het Egyptische parlement lieten vanochtend geen twijfel bestaan over de politieke aardverschuiving die hier heeft plaatsgehad. De aanhangers van de Moslimbroederschap en de salafistische Nour-partij waren massaal opgekomen om hun kersverse vertegenwoordigers te verwelkomen. Een jaar geleden was zo’n manifestatie nog in een politiecel geëindigd, vandaag zijn de fundamentalistische partijen het grootste machtsblok in het parlement, met bijna drie kwart van de zetels.

De grootste fundamentalistische partij, de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid van de Moslimbroederschap, kreeg 235 van de 498 zetels, de radicale Nour-partij 123 zetels. Op de derde plaats staat de liberale Wafd-partij met 38 zetels. Het Egyptische Blok, een alliantie van linkse en liberale partijtjes, heeft 34 zetels. Voor de lijst ‘De revolutie gaat door’, een verzameling van partijen die uit het protest op het Tahrirplein zijn gegroeid, is de ontnuchtering groot: zij behaalden slechts zeven zetels.

Tien zetels worden normaal gevuld door de president, maar omdat de presidentsverkiezingen ten vroegste in juni plaatshebben, heeft de legerleiding de kandidaten voorgedragen. Vijf van hen zijn christenen, en drie vrouwen. Gekozen zijn in heel Egypte slechts acht vrouwen.

De eerste zitting van het nieuwe parlement had plaats in allesbehalve ideale omstandigheden. De omgeving van het parlementsgebouw, vlakbij het Tahrirplein, is nog altijd een belegerde vesting, gevolg van de rellen van eind december, toen 17 betogers werden gedood tijdens botsingen met leger en politie. Maar vooral is het de vraag welke macht het parlement zal hebben.

De betogers van het Tahrirplein zijn een nieuwe campagne begonnen om te eisen dat het leger op 25 januari, de eerste verjaardag van de opstand, de macht overdraagt aan het parlement. Er is geen kans dat dat gebeurt. Legerleider Mohamed Hussein Tantawi heeft altijd gezegd dat hij de macht alleen wil overdragen aan een gekozen president. In november, onder druk van straatprotest, beloofde Tantawi dat de presidentsverkiezingen in juni dit jaar zullen plaatsvinden, in plaats van in 2013. De Moslimbroeders gingen akkoord met dat plan, en hebben sindsdien de handen afgetrokken van het protest op het Tahrirplein.

Aan de linkerzijde is men bang dat de Moslimbroeders een akkoord hebben gesloten met het leger om de macht te delen en te zwijgen over het recente bloedvergieten door het leger. De Moslimbroederschap ontkent dat.

„Wij respecteren en appreciëren het leger”, zei opperste gids Mohamed Badie vorige week op televisie, „maar de legerleiding zal zich moeten verantwoorden voor begane fouten.” Badie deed wel een oproep om het protest tegen het militaire regime te staken.

De andere grote vraag is wat de fundamentalistische partijen in het parlement gaan doen met hun verpletterende overwinning. In principe staan ze samen sterk genoeg om te eisen dat Egypte een islamitische staat wordt. Maar hoewel de Moslimbroederschap een alliantie met de Nour-partij niet heeft uitgesloten, lijkt het erop dat de partij voorlopig verder wil op de gematigde weg die zij na de revolutie heeft gekozen.

De eerste test wordt het opstellen van een grondwet. Dat moet gebeuren door een 100-koppige vergadering die door het parlement wordt aangewezen. De fundamentalisten zullen hun stempel willen drukken op de grondwet, net als het leger overigens. Maar de Moslimbroeders spreken geruststellende taal.

Begin januari stelde de partij dat de grondwetgevende vergadering een weerspiegeling moet zijn van de samenleving in al haar aspecten, en dus niet louter van de nieuwe verhoudingen in het parlement. In haar eigen werkdocument voor de grondwet wordt Egypte omschreven als „een burgerlijke staat met een islamitisch referentiekader”. In een interview met het persbureau Associated Press zei Subhi Saleh, een prominente Moslimbroeder, vorige week dat zijn partij momenteel niet wakker ligt van religieuze hervormingen. „Economische en politieke hervormingen zijn onze prioriteit.”