Brieven

Waarom ontslaat de UvA twee van haar topdocenten?

De middelbare scholen staan deze weken in het teken van de open dagen. Kinderen uit het laatste jaar van de basisschool zoeken naar hun toekomst. Net als de afgelopen jaren loopt het op de zelfstandige gymnasia storm. Het is verrassend dat in deze door de economie beheerste tijden jonge mensen nog kiezen voor zo’n enkyklos paideia, een allround opvoeding.

De moderne gymnasia zijn voortgekomen uit het negentiende-eeuwse Bildungsideaal: bij een intellectuele opvoeding hoort dat je meerdere talen spreekt, kennis hebt van culturen in heden en verleden, en bovenal dat je weet waar je vandaan komt dankzij de studie van de klassieke talen. Op het gymnasium wordt daarmee ook respect bijgebracht voor eruditie, voor mensen die beschikken over de gave van het woord; mensen die meer weten dan wat nuttig is.

Het zal moeilijk zijn om personen te vinden die dit Bildungsideaal dichter benaderen dan David Rijser en Piet Gerbrandy. Toen zij zes jaar geleden door de Universiteit van Amsterdam werden binnengehaald, werd dit dan ook alom als een slimme zet beschouwd. David Rijser is niet alleen een kenner van de klassieke literatuur, maar ook van die van Renaissance, en bovendien essayist en recensent. Piet Gerbrandy is een van de meest gelauwerde dichters van Nederland, recensent, en daarnaast een classicus die o.a. de vuistdikke retorica van Quintilianus vertaalde. Hun Werdegang staat symbool voor wat er mis is aan de Nederlandse universiteiten. Eerst kregen ze een tijdelijk contract, maar wanneer zij aan de verwachting zouden voldoen, werd hun een vaste aanstelling in het vooruitzicht gesteld. Beiden promoveerden; beiden voldeden als docent ruimschoots aan de verwachtingen. Rijser werd zelfs genomineerd voor de Docent van het Jaar-verkiezing.

Maar nu wordt hun contract beëindigd. De reden is van administratieve aard. Ten eerste mag de UvA volgens haar eigen protocollen maar 80 procent van haar medewerkers in vaste dienst nemen. Ten tweede wil de UvA de handen vrij hebben vanwege verregaande samenwerkingsplannen met de Vrije Universiteit.

De decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam spreekt in een reactie van ‘een bijzonder spijtige situatie’, alsof hij, in de woorden van de dichter P. N. Van Eyck, ‘zijn lijden eeuwige noodzaak heeft bevonden’. Het gaat hier duidelijk niet om de innerlijke verplichting, het hoogste na te streven, maar om ‘noodzaak’ in de zin van ‘ik kan niet anders’. Gewapend met een Excelsheet waarop iemand van de administratie dwingende cijfers heeft ingevuld waarvan niemand weet hoe ze zijn berekend, bepaalt het universitaire management de richting en de inhoud van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.

Jaarlijks worden op initiatief van de afdelingen Media en Communicatie mediagenieke Docent van het Jaar-verkiezingen georganiseerd, omdat die goed zijn voor de ‘corporate identity’ van de universiteit. Hoeveel waarde men hier echt aan hecht, blijkt nu. Geen. Reden genoeg om je als docent nooit meer verkiesbaar te stellen voor die malle vertoning.

Toen Rijser in de aula van zijn universiteit cum laude promoveerde kreeg hij een staande ovatie. Waar zijn die klappende academici nu? Het is stil en het zal alleen maar stiller worden.

Toch is er nog hoop. In het jargon van de saneerders: er liggen hier kansen. De UvA heeft de kans om te tonen dat zij wel degelijk de inhoud van haar onderzoek en onderwijs serieus neemt, wanneer zij de moed opbrengt om op haar besluit terug te komen. De effecten van die maatregel zullen tot ver buiten de muren van de academie te merken zijn. Rijser en Gerbrandy inspireren een nieuwe generatie classici, die de ruggegraat gaan vormen van de gymnasia waar al die leerlingen op af komen, omdat een leven met Bildung rijker is dan een volle portemonnee.

Schrijver en docent theoretische filosofie aan de Universiteit Utrecht

Een radiomodel voor internet is naïef

Kees Verhoeven en Erwin Angad Gaur pleitten in deze krant voor het invoeren van een radiomodel én een thuiskopieheffing voor het internet (‘Veel slimmer dan een downloadverbod’, Opinie, 13 januari). De auteurs signaleren dat het verkrijgen van licenties momenteel ingewikkeld is en het opstarten van nieuwe verdienmodellen voor het internet daardoor wordt bemoeilijkt. Dat ben ik met de auteurs eens.

Maar heeft een radiomodel zin? Dat valt en staat met de medewerking van degene die de muziek uitzendt. Zo betaalt Radio 538 de rekening die zij krijgen van de BUMA. Maar denken de auteurs nu werkelijk dat de Pirate Bay netjes een rekening van de BUMA gaat betalen? Natuurlijk niet. Met andere woorden: het probleem van het downloaden uit illegale bron wordt níét door een radiomodel opgelost.

Diep van binnen lijken de auteurs zich dit ook wel te realiseren, daarom stellen ze naast het radiomodel ook nog een thuiskopieheffing voor het internet voor. Waar dit op neerkomt is dat er een belasting wordt geheven op internetverbindingen en eventueel op dragers zoals harde schijven en smartphones. Dit klinkt als een eenvoudige oplossing voor het downloadvraagstuk, maar het heeft tal van nadelen.

Allereerst maakt het elke alternatieve legale vorm van exploitatie (iTunes, video on demand, Spotify) nagenoeg onmogelijk. Een consument gaat immers – volledig terecht – niet twee keer voor hetzelfde product betalen. Waarom zou je nog een nummer via iTunes kopen als je door je verplichte ‘thuiskopietegoed’ in feite gedwongen wordt om te downloaden via de Pirate Bay?

Verhoeven en Angad Gaur zullen waarschijnlijk bepleiten dat een dergelijke heffing dan een vrijwillig karakter moet hebben, maar daarmee ontstaat eenzelfde probleem als bij het huidige downloadvraagstuk: hoe ga je om met freeriders? Om downloaders die zich aan de heffing onttrekken aan te pakken, moet waarschijnlijk een nog strenger toezicht plaatsvinden op het internet dan bij een downloadverbod, met alle negatieve gevolgen voor de privacy van dien. Maar ook bij een verplichte algemene heffing is onze privacy niet gebaat. Om het opgehaalde geld eerlijk te verdelen onder de auteurs moeten we namelijk weten waar naar gekeken en geluisterd wordt. Omdat we niet kunnen rekenen op de medewerking van de illegale downloadsites, lijkt alleen het in de gaten houden van het downloadgedrag van alle Nederlanders een reële optie.

Ten slotte legaliseert een downloadheffing in feite het illegale aanbod. Waarom zouden we immers een heffing voor het downloaden uit illegale bron betalen, als tegelijkertijd dit aanbod met hand en tand wordt bestreden? Door het de facto legaliseren van sites zoals The Pirate Bay, die zich niet hoeven te bekommeren om het daadwerkelijk produceren van content of het afdragen van bijvoorbeeld BTW, krijgen zij een oneerlijk concurrentievoordeel ten opzichte van de legale diensten.

De roep om innovatie aan de kant van de entertainmentindustrie wordt steeds groter. Onder anderen Kees Verhoeven en Angad Gaur pleiten hier vurig voor. Zij lijken zich echter onvoldoende rekenschap te geven van het feit dat indien hun plannen werkelijkheid worden, elke vorm van innovatie bij voorbaat gedoemd is te mislukken.

Partner bij onderzoeks- en adviesbureau Considerati en universitair docent internetrecht aan de Universiteit van Leiden